U wilt Johnny Depp

De code gekraakt! Bladerend door de folders van uitgevers zie ik opeens het algoritme waarmee ambitieuze romans worden gemaakt.

Men neme een historische figuur. Of een wetenschapper. Al naar gelang de mate van geniale gekte van dit personage gaat het ‘op zoek’ of ontmoet het een jonge vrouw die ‘op zoek’ is naar het verleden. Hier komt de Tweede Wereldoorlog van pas. Kies voor een flashback naar de kindertijd of doe iets met een muziekinstrument naar keuze. Laat de toon van het boek naar believen ‘schrijnend en hilarisch’ zijn, ‘ontroerend en hilarisch’ of ‘tragisch en komisch’. Volg dit stappenplan en eindig zonder uitzondering met ‘een van de meest unieke verhalen ooit geschreven’. Na de nodige precisering – beetje toespitsen, beetje aanscherpen – kan zo’n instructie gemakkelijk worden uitgevoerd door machines. Het is al langer bekend dat softwareprogramma’s geheel zelfstandig krantenberichten componeren. Algoritmen nemen autonoom financiële beslissingen. Er zijn zelfs gevallen geweest waarin algoritmen op een veiling gevaarlijk tegen elkaar opboden, en geen mens die nog begreep wat er gebeurde.

De roman kan baat hebben bij deze ontwikkeling. U kunt zich misschien herinneren dat de romanschrijver Buwalda eerder dit jaar in zijn Kellendonklezing sprak over het ‘contract’ tussen schrijver en lezer. Schrijvers, zei hij, kunnen kiezen. Ze kunnen intelligente romans schrijven en status verwerven - of ze kunnen hun intelligentie naar beneden bijstellen totdat ze op uw niveau opereren, dat wil zeggen, het niveau van de lezer. Dit tweede noemde hij het contractmodel: schrijvers sluiten een overeenkomst met u. „Schrijvers dus die er bewust op uit zijn de lezer een good read te bezorgen, zich daartoe verplaatsend in wat die lezer wil.”

Wat Buwalda hier een contract noemt, een verwachtingspatroon, gebaseerd op romans die de lezer eerder heeft gewaardeerd, kun je in minder vriendelijke termen een recept noemen. Of in hippere termen een algoritme. En indien u als eenvoudige lezer niet weet wat een algoritme is, moet u maar bedenken dat het de dynamische versie is van een recept: de ingrediënten staan vooraf niet vast, ze zijn naar smaak te kiezen. Iedere volgende stap in het bewerkingsproces hangt vervolgens af van de keuze die je zojuist hebt gemaakt. Maak een algoritme, stop haar met een hoop ingrediënten in een computer en er rolt een roman uit die zelfs u kunt begrijpen.

Tom Whipple, wetenschapscorrespondent van The Times, schreef een stuk over algoritmes dat staat afgedrukt in het huidige nummer van Intelligent Life Magazine. Whipple sprak met het bedrijf Epagogix, dat scripts voor Hollywoodfilms analyseert om te zien of een geplande film lucratief is. Daartoe vergelijkt Epagogix duizenden factoren van de film met eerdere films. Zit er een romance in het script? Een schurk? Een beminnelijke held? Epagogix heeft bijvoorbeeld ontdekt dat het geen moer uitmaakt wie de ster is van de film. Alleen Will Smith, Brad Pitt en Johnny Depp leveren geld op. De rest niet.

Volgens het bedrijf is winst maken dus afhankelijk van behaalde resultaten in het verleden. Wat vorig jaar werkte, wat toen de aandacht trok van de kijkers – de eyeballs – zal dit jaar vast ook weer werken. Epagogix verplaatst zich net als de schrijver in wat de lezer gisteren nog wilde.

Het is wel een aantrekkelijk idee, dacht ik deze week, om vanaf nu de hele samenleving zo in te richten. De aanpak zou de politiek bijvoorbeeld aangenaam overbodig maken. Weg met die hele omslachtige procedure van verkiezingen! Een simpele extrapolatie van bestaand gedrag is genoeg om de toekomst vorm te geven. Het nieuwe, het ideale en wenselijke verdwijnt en het gemiddelde, het bestaande neemt de rol over.

Haal het menselijk gedrag uit elkaar, breek het op in kleine stukjes, en plak al die criteria aan elkaar tot stereotypen. Ga er van uit dat lezers en kiezers volgens vaste lijnen leven, denk dat mensen onverbeterlijk zijn. En als je dat denkt, dan is dat ook zo. Stop de vooroordelen in een systeem en ze rollen er als vooroordelen uit. Garbage in, garbage out. Er zit maar één nadeel aan deze automatisering van de cultuur: de algoritmes kunnen akelig met zichzelf op de loop gaan. Je kunt een machine wel romans laten schrijven, maar als daar geen menselijk oog overheen gaat ter controle, kunnen rare misverstanden ontstaan.

In de catalogus van een vooraanstaande uitgeverij lees ik zojuist een voorpublicatie van een boek dat duidelijk automatisch is aangemaakt. Het gaat over een vrouw wier man is gepensioneerd; hij zit haar danig in de weg aan de keukentafel. De schrijver zucht: „Na de overgang en het legenestsyndroom, krijgen we dit – als klap op de vuurpijl – er nog als toetje bij.” Is het nu een toetje of een klap op de vuurpijl, denkt de lezer, maar de schrijver is alweer verder. „Ik bijt op mijn tong en word meegezogen in zijn diepe gat.” Hier is iets fout gegaan. Hier kan geen auteur van vlees en bloed aan te pas zijn gekomen. Maar als we dit soort boeken in het vervolg nou ook gewoon laten lezen door machines, denk ik behulpzaam, is het probleem opgelost. Dan kunnen wij met ons leven iets leuks gaan doen.

Maxim Februari is filosoof en schrijver. Deze column is wekelijks.