Leven in probleemwijk is prettiger geworden

De leefbaarheid in Nederland is de afgelopen twee jaar licht verbeterd. Ook in de meeste ‘Vogelaarwijken’, de veertig probleemwijken in Nederland, is de leefbaarheid gestegen. Dat blijkt uit cijfers die minister Stef Blok (Wonen en Rijksdienst, VVD) vanmiddag naar de Tweede Kamer zou sturen.

Vooral in Eindhoven, Amsterdam en Utrecht is de leefsituatie in de probleemwijken verbeterd, blijkt uit de ‘Leefbarometer’ van minister Blok. Maar „ondanks de verbetering in de meeste wijken, is de achterstand in veel wijken nog altijd groot”, schrijven de onderzoekers in hun rapport.

In Den Haag is de leefbaarheid tussen 2010 en 2012 nog achteruit gegaan: in de Schilderswijk, Stationsbuurt en Transvaalbuurt nam de onveiligheid toe. Ook in de Rotterdamse wijken Overschie, Vreewijk en de Zuidelijke Tuinsteden is de achterstand verder opgelopen.

Wat volgens de onderzoekers opvalt, is dat de huidige economische crisis tussen 2010 en 2012 nog „niet of nauwelijks” effect heeft gehad. In bijna een derde van de gemeenten waar tussen 2010 en 2012 de werkloosheid steeg, was sprake van een afname van de leefbaarheid. De sterke stijging van de werkloosheid in 2012 zal de leefbaarheid de komende jaren verslechteren, voorspellen de onderzoekers.

Het bouwtype van een wijk blijkt uit te maken voor de leefbaarheid. Zo hebben vinexwijken zich „negatief ontwikkeld ten opzichte van de landelijke trend”. De overlast in die wijken neemt toe, omdat de jonge kinderen die er bij de bouw van de woningen introkken, de leeftijd bereiken dat ze voor overlast gaan zorgen.

De onderzoekers gebruiken ongeveer vijftig indicatoren waarvan statistisch is vastgesteld dat ze invloed hebben op de leefbaarheid van een wijk. Zo telt het aantal niet-westerse allochtonen in een wijk mee, net als het aantal jonge alleenstaanden, het aantal sociale huurwoningen en het aantal geweldsmisdrijven.