Ethiopië beslist zelf wel wat naar wie stroomt

Het heilige water van de Nijl is van groot belang voor de ontwikkeling van Ethiopië. Dit is een door God gegeven recht, niets houdt het er vanaf. Koert Lindijer, Nairobi

Een eeuwenoud mannenklooster waakt in de Ethiopische hooglanden over de waterbronnen Gish Abbai. Het is een heilige plaats. Net als de Egyptenaren de Nijl hun „geschenk van God” noemen, vinden ook de Ethiopiërs dat God hen exclusief bevoorrechtte met de rivier.

Het uit de grond bubbelende water bij Gish Abbai voedt het Tanameer, dat overloopt in een ravijn en dan de Blauwe Nijl gaat vormen. 85 procent van het water dat door de Nijl Egypte binnenstroomt, komt uit Ethiopië. Behalve van spirituele waarde is de rivier ook van groot belang voor de ambitieuze plannen van Ethiopië: het land maakt een grote economische sprong voorwaarts en wil één van de sterkste naties van Afrika te worden. De Grote Wedergeboorte Dam is een belangrijk onderdeel van die plannen. Het moet de grootse dam van Afrika moet worden, die over twee jaar ruim 5.000 megawatt elektriciteit oplevert.

Egypte had altijd al belangstelling voor Ethiopië vanwege de Nijl. In de tweede helft van de negentiende eeuw stuurde het zelfs troepen om zijn waterbelangen te verdedigen. Ethiopië heeft net als Egypte een lange geschiedenis als onafhankelijke staat en dat grote gevoel van eigenwaarde en nationale trots versterkt de aanspraken op het water. In 1957 zei de Ethiopische keizer Haile Selassie in het parlement: „Het is onze heilige taak om het water dat we bezitten te gebruiken voor onze snel groeiende bevolking en economie”.

Onder Haile Selassie en zijn opvolger, de marxist Mengistu Haile Mariam, was Ethiopië één van de armste landen van Afrika met terugkerende hongersnoden. Na de machtsovername door Meles Zenawi in 1991 werden omvangrijke ontwikkelingsprojecten gelanceerd, soms gefinancierd door het Westen en in toenemende mate door China. De vorig jaar overleden premier Meles boekte met zijn beleid opvallende economische successen, met jaarlijkse groeicijfers van boven de 10 procent.

Er is weinig veranderd in Ethiopië sinds de dood van Meles: de nieuwe premier Haile Mariam Desalegn volgt diens voorbeeld en zet het economische succesbeleid voort. Meles duldde nooit kritiek op zijn plannen. Ook bij ruzie nu over de bouw van de Grote Wedergeboorte Dam vlakbij de grens met Soedan staat Ethiopië niet open voor een compromis. Haile Mariam Desalegn zei onlangs: „Niets en niemand zal ons afhouden van de bouw van de dam”.

In de ogen van Ethiopië is Egypte al veel langer de boosdoener. Het koptische rijk van Ethiopië ligt al eeuwen overhoop met de moslims aan de andere zijde van de Rode Zee. Egypte steunde bijvoorbeeld de rebellen in Eritrea, die er in 1991 in slaagden zich af te scheiden van Ethiopië. In 2011 zei Meles over de ruzie met Egypte naar aanleiding van de aanleg van dammen in de Nijl: „Het gaat niet om water, het heeft te maken met politiek en macht. Het probleem is de politiek van de Egyptische elite. Er zit racisme achter, een erfenis van de koloniale overheersing in Afrika”.

De Ethiopische gevoeligheid wordt mede bepaald door de slavenhandel. Tot 1870 werden twee miljoen slaven naar Egypte en andere Arabische landen verscheept. De Nijl was in de ogen van zwarte Afrikanen de hoofdweg voor Arabische expansie. Dit trauma maakt het moeilijk om concessies doen aan Egypte.

Ethiopië maakte nooit onderdeel uit van de koloniale verdragen over de Nijl. Het eerste Nijlverdrag dateert van 1929 en werd door het Verenigd Koninkrijk namens de Oost-Afrikaanse koloniën gesloten met Egypte. Het verdrag negeerde de belangen van Oost-Afrika en wees Egypte 87 procent van het Nijlwater toe. Egypte kreeg bovendien een vetorecht over waterprojecten in landen stroomopwaarts.

Het verdrag van 1929 werd gevolgd door een akkoord in 1959, waarbij Egypte en het onafhankelijk geworden Soedan zich nog meer water toe-eigenden. De Oost-Afrikaanse staten waren toen nog koloniën en na hun onafhankelijkheid begonnen ze te morren over deze „koloniale samenzwering”. In 1999 richtten de Nijllanden zonder Egypte en Soedan het samenwerkingsverband Nile River Basin op, waarbij Ethiopië zich deze maand aansloot.