Eerste bij overheid hulp

Probleemgezinnen krijgen vaak slechte hulp Er zijn zo veel hulpverleners dat ze elkaar tegenwerken Voor slachtoffers van die bureaucratie is er nu het Sociaal Hospitaal

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers.
Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

Verslaggever

Esmeralda is met haar drie kinderen dakloos geworden. Ze kwam in de financiële problemen door een restschuld op het huis dat ze met haar toenmalige man had. Nu kan ze geen huur meer betalen. Probleem: de gemeente wil haar niet met spoed aan een woning helpen, omdat alleen mensen met een stabiele financiële situatie daarvoor in aanmerking komen. Dat zijn nu eenmaal de regels, kreeg ze te horen. Maar zo komt Esmeralda geen stap verder.

Voor mensen als Esmeralda, die op de een of andere manier verstrikt zijn geraakt in de overheidsbureaucratie, bestond er tot voor kort geen hulpdienst. Nu is die er wel: het Sociaal Hospitaal. Oprichters Albert-Jan Kruiter en Eelke Blokker werken beiden voor het Instituut voor Publieke Waarden, een onderzoeksbureau gespecialiseerd in de verzorgingsstaat. Ze kwamen tijdens hun werkzaamheden over de vloer bij talloze probleemgezinnen, verslaafden, herintreders, langdurig werkelozen – de onderkant van de samenleving zeg maar. En ze kwamen tot de conclusie dat de hulp voor deze mensen onnodig complex is georganiseerd. Door een overdaad aan hulpverleners, werkzaam bij een bijna ontelbaar aantal instellingen, gebonden aan nodeloos complexe regelgeving, ontvangen ze vaak niet de hulp waar ze recht op hebben.

Zelfs voor Esmeralda, een hoogopgeleide vrouw, was de regelgeving waarmee ze te maken kreeg zo ingewikkeld en onlogisch dat ze het overzicht verloor, vertelt Blokker. Hij helpt Esmeralda nu door voor haar op te treden bij hoorzittingen en door overzicht te bieden in de papieren chaos.

Het Sociaal Hospitaal bestaat uit vier hulpprofessionals met verschillende specialismen, waaronder een gezinsvoogd en een bestuurskundige. Ze zetten, op vrijwillige basis, in de avonduren, hun kennis en netwerk in. ‘Patiënten’ van het Hospitaal beschrijven hun probleem bij het online loket (sociaalhospitaal.nl), vervolgens gaan de hulpverleners ermee aan de slag. Sinds de oprichting in maart heeft het Sociaal Hospitaal dertig mensen kunnen helpen.

De enige tegenprestatie die het Hospitaal vraagt is om de zaken die binnenkomen anoniem te mogen gebruiken voor verder onderzoek naar het functioneren van de overheid.

Kruiter en Blokker zijn niet de enigen die vinden dat de overheid te ingewikkeld is. „De overheid is te bureaucratisch en mist inlevingsvermogen”, schreef de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer in zijn jaarverslag 2012 Mijn onbegrijpelijke overheid. In een interview met Trouw vertelde hij dat Nederland waarschijnlijk de meest ingewikkelde overheid ter wereld heeft. Volgens recent onderzoek zijn bij kwetsbare gezinnen gemiddeld meer dan tien instanties betrokken, die vaak nauwelijks weet hebben van elkaars inspanningen. Kosten voor de samenleving: 40.000 euro per gezin, waarvan ongeveer eenderde opgaat aan bureaucratie, zoals het invullen van formulieren.

Natuurlijk probeert de overheid de uitdijende hulpbureaucratie aan te pakken. „Door gezinsregisseurs aan te wijzen zou het gebrek aan overzicht verdwijnen”, vertelt Kruiter. „Soms lukt dat, soms ook niet. In de praktijk wordt zo’n regisseur vaak onderdeel van de keten. Hij is het zoveelste radartje in een systeem dat te veel hulpverleners aan het werk houdt en te weinig resultaat boekt.”

Maar burgers kunnen met hun bureaucratische klachten toch al terecht bij een rechtswinkel of de Nationale Ombudsman? Blokker: „Het belangrijkste verschil is dat deze organisaties eigenlijk pas in actie komen als regels verkeerd worden toegepast. Wij zijn er juist voor de problemen die ontstaan als iedereen gewoon de regels volgt.”

De onderzoekers kunnen uren praten over wat er mis kan gaan – en gaat – als iedereen braaf de protocollen van zijn organisatie volgt. Omdat elke instelling er zijn eigen regels op nahoudt, komen burgers vaak in een catch 22 terecht, zegt Kruiter. „De verslaafde, bijvoorbeeld, wiens verslavingsarts weigert hem te behandelen omdat hij eerst van zijn psychische problemen moet afkomen, maar die vervolgens van de psychiater te horen krijgt dat hij niet in therapie kan zolang hij nog drugs gebruikt.”

De zorg is té gespecialiseerd, zegt Blokker: „Wetten en beleidsplannen hebben betrekking op één domein in de zorg en gaan uit van een weinig voorkomende situatie dat een cliënt alleen hulp binnen dat domein krijgt. Een schuldhulpverlener houdt zich dus uitsluitend bezig met schuldhulpverlening, binnen de kaders die in het beleidsplan van zijn organisatie zijn beschreven. Maar als hij te maken heeft met een klant die ook verslaafd is en problemen heeft op het gebied van wonen, dan kan hij die problemen niet oplossen. Gevolg is dat het makkelijker is om niet de zwaarste, meest complexe gevallen te helpen, die de hulp het hardst nodig hebben, maar de lichte gevallen die maar één probleem hebben en maar een klein beetje verslaafd zijn, of een klein beetje schulden hebben.”

„Wat we vervolgens vaak zien gebeuren”, zegt Kruiter, „is dat die zware gevallen worden uitgesloten van hulp op basis van het gedrag dat hen in de eerste plaats recht gaf op hulp. Jongens die uit een traject voor jongeren met gedragsproblemen worden geknikkerd, omdat ze zich niet kunnen gedragen. Verslaafden die uit een afkickkliniek worden gegooid omdat ze drugs gebruiken.”

En dan is er nog een ander probleem: hulpinstellingen krijgen geld zolang er een probleem bestaat, niet als ze het hebben opgelost. Een daklozenopvang wordt afgerekend op het aantal daklozen dat in de instelling verblijft. Dus heeft de directeur op economische gronden alle reden om zo veel mogelijk daklozen in de opvang te houden. Ook als ze gewoon naar huis kunnen. „Je laat een dakloze die 30.000 euro waard is niet zomaar de deur uitlopen, dan geef je in feite een zak met geld aan een andere instelling.”

Daar doet het Sociaal Hospitaal niet aan mee, zegt Blokker. „Wij zijn niet gebonden aan ingewikkelde beleidsplannen en hebben geen financiële belangen. Het ergste wat ons zou kunnen overkomen is om uit de AWBZ gefinancierd te worden. Dan verliezen we onze onafhankelijkheid en worden we een van die tientallen lui die over de vloer komen.”