De onmacht van ’s werelds machtigsten

De machtigste mannen op aarde, zo heten ze te zijn. Maar de boodschap van het vandaag gepubliceerde jaarverslag van de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) laat zien hoe betrekkelijk de kracht van de centrale bankiers is – ook die van de meest invloedrijke banken: de Amerikaanse Fed en de Europese Centrale Bank. Zij doen, zoals dat is gaan heten ‘al het nodige’ om de gevolgen van de financiële crisis te bestrijden. Maar intussen dreigen ze de gevangenen te worden van hun eigen reddingsoperatie.

De centrale bankier is op dit moment als de sterke man die met zijn enorme spierkracht de laatste steunbalk draagt, zodat iedereen uit het instortende huis kan vluchten. In deze rol is hij machtig en onmachtig tegelijk. Hij is gedwongen te blijven staan tot anderen de moed hebben gevonden een stut te fabriceren die hem van zijn hachelijke taak verlost. Als iedereen daarentegen vlucht, dan is hij verloren. Want vroeg of laat bezwijkt hij, en met hem ook de overgebleven bewoners.

Onze centrale bankier kan zelfs niet zeggen of dreigen dat hij ermee stopt. In dat geval vluchten de anderen nog harder. Hij heeft iemand nodig die buiten met een megafoon de rest tot andere gedachten probeert te brengen.

In die zin moet de waarschuwing van de BIS zo worden gezien: het huidige, buitengewone monetaire beleid, met zijn nulrente en zijn steunaankopen van effecten, heeft de grenzen van zijn effectiviteit bereikt. De balansen van de Westerse centrale banken zijn inmiddels verdubbeld, met een toename van een adembenemende 10.000 miljard dollar. Als het nog veel langer duurt, stelt de Bazelse instelling, dan overstijgen de risico’s de voordelen. De voordelen waren evident: er is ‘tijd geleend’ om politici de kans te geven de overheidsfinanciën op orde te krijgen, hervormingen door te voeren en de commerciële banken op te lappen. Maar dat is wel gepaard gegaan met kunstmatig opgedreven prijzen op de financiële markten en een stortvloed aan geld, met mogelijke inflatiegevolgen in de toekomst.

Op het eerste gezicht is het vreemd dat de BIS, de club van centrale bankiers of, zo je wil, de ‘bank der centrale banken’, deze boodschap moet brengen. Waarom doen de heren het niet zelf? Vorige week maakte duidelijk waarom: de voorzichtige hint van de Amerikaanse centrale bankier Ben Bernanke dat de Fed denkt aan het langzaam beëindigen van zijn steunaankopen zorgde al voor paniek op de beurzen. Beter dat de club het uit naam van iedereen roept.

De markt reageert intussen als een kind dat een eenmalige uitzondering meteen heeft opvat als een verworven recht. En ‘de politiek’? De economische hervormingen zijn, zeker in Europa, vrijwel direct vertraagd nadat ECB-topman Mario Draghi vorige zomer zei ‘alles te doen wat nodig is’. De BIS stelt juist dat de vaart erin moet blijven zolang de centrale banken bereid en in staat blijven om de steunbalk te torsen. De tijd dringt. Simson staat al op de drempel van de kapsalon.