Hijgende boezem bij de paal des lijdens

Illustratie Ank Swinkels

Dat er in de loop van de tijd diverse tekeningen in de verhalen van Kuifje zijn veranderd wist ik. Bekend is de man die in De krab met de gulden scharen kapitein Haddock aftuigt met een zweep om te achterhalen waar Kuifje is. Was dat in 1947, toen dit avontuur verscheen, nog een wrede neger („Je mag zoveel brullen als je wilt”), in 1963 wijzigde Hergé dit in een wrede Turk, wat indertijd kennelijk wél door de beugel kon. De zwarte moeder met dikke lippen die in 1961 in Kuifje in Amerika figureerde, veranderde in 1975 in een zwarte moeder met dunne lippen om in 1981 definitief te transformeren naar een blanke moeder.

Tijdens de opening van de tentoonstelling ‘Slavernij verbeeld’, onlangs in Amsterdam, liet Dirk J. Tang onder meer zien dat ook de zwarte kruiers in het bekende kinderboek De gele taxi zijn vervangen door witte kruiers. Althans, in de Amerikaanse versie. Tang is een van de samenstellers van de tentoonstelling en schrijver van het bijbehorende boek, Slavernij, een geschiedenis.

Boek en tentoonstelling zijn zeer de moeite waard. Ik kwam er verscheidene dingen tegen die mij onbekend waren. Zo wist ik niet dat sommige anti-slavernijgeschriften een duidelijk erotische inslag hebben. Op de tentoonstelling is ‘De geseling van slavin Lydia’ te zien, een geïllustreerd verhaal dat Wolter Robert van Hoëvell in 1854 – negen jaar voor afschaffing van de slavernij – opnam in het boek Slaven en vrijen onder de Nederlandsche wet. Op de afbeelding bij het verhaal zien we hoe een blote slavin, bijna blank van huidskleur, door een zwarte slaaf vol geestdrift met een zweep wordt afgeranseld. Een borst en haar billen zijn goed zichtbaar.

In de begeleidende tekst staat: „Lydia wordt ontkleed; wel tracht ze haar hijgenden boezem met hare handen te bedekken, maar die handen worden door ruwe beulen weggerukt en stevig zamengebonden, en bij die handen wordt zij aan de paal des lijdens opgetrokken.” Kort daarna lezen we over bloed dat „langs twee vrouwen-dijen” stroomt.

Het is een scène die doet denken aan teksten en afbeeldingen die indertijd erg populair waren: van de mysterieuze maar o zo erotische Oriënt, met slavinnen in harems.

Een van de hoogtepunten van de tentoonstelling is een vitrine vol met Nederlandse edities van Uncle Tom’s Cabin van Harriet Beecher Stowe. Stowe schreef dit boek, dat onder meer Van Hoëvell en Multatuli inspireerde, in 1852. De eerste Nederlandse editie verscheen al in 1853 onder de titel De negerhut (Uncle Tom’s cabin) Een verhaal uit het slavenleven in Noord-Amerika. Dit zette een stroom aan bewerkingen en opvolgers in gang, vaak met titelvariaties: Een kijkje in de hut van oom Tom; De lotgenooten van Oom Tom; enzovoorts. In 1965 publiceerde de bekende taalkundige P.C. Paardekooper een boekje getiteld De Vlamingehut van oom Tom.

Komt het woord negerhut nog voor in de titel van de jongste edities van het boek van Stowe? Nee, de afgelopen twintig jaar is het woord neger besmet geraakt, ook in samenstellingen. Sinds 2005 vermeldt de Grote Van Dale bij neger: ‘door sommigen als scheldwoord ervaren’ en ‘beledigend’. Dit woordenboek vermeldt nu zelfs bij negeren in de betekenis ‘doen alsof iemand of iets niet bestaat’ dat dit ‘beledigend’ zou zijn, maar dat is een curieuze vergissing.

‘Slavernij verbeeld’ is te zien bij Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam, Oude Turfmarkt 129.

Taalhistoricus Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.