Acteursruzie en gabber op Parade

Het rondreizend festival De Parade begon dit weekeinde in Rotterdam. In de tenten onder meer een ‘volksopera’ over het einde van de slavernij.

Voorstelling ‘De Nineties’ in de Theatertoren op De Parade in Rotterdam.
Voorstelling ‘De Nineties’ in de Theatertoren op De Parade in Rotterdam. Foto Rien Zilvold

Twee mannen in zwembroek spelen badminton op het Parade-terrein. In de kille, winderige omstandigheden waarmee De Parade dit weekeinde in Rotterdam van start ging, trokken acteurs Kuno Bakker en Gilles Biesheuvel van Dood Paard extra de aandacht. In zwembroek speelden ze even later ook hun voorstelling Collega & Collega, over twee acteurs die samen een weekje op kamp zijn.

Praten met elkaar doen ze nauwelijks, maar wat ze van elkaar denken delen ze uitgebreid met het publiek. De een vindt de ander een prutser en de ander noemt zijn collega omhooggevallen. Bruno (Bakker) beschimpt Gerrit (Biesheuvel), omdat die hem bedriegt met zijn vrouw. Gerrit vertelt dat Bruno op achterbakse wijze een rol heeft gekregen, waar hij dolgraag voor gecast zou zijn.

Het zijn geestige, venijnige tirades, met veel vaart en aangenaam aplomb gespeeld door het tweetal. Over het eten ontstaat uiteindelijk de ruzie die ze al in gedachten hebben. Er zit nog een kleine omdraaiing in deze hecht gecomponeerde eenakter, die aantoont hoe hysterisch en paranoïde deze mannen zijn, voor het samenzijn gierend uit de hand loopt.

Dit weekend bracht een eerste worp van de tientallen voorstellingen die de komende weken te zien zijn, maar de kwaliteit liet nog te wensen over. De vijf jongelingen die De Nineties vormen en de gelijknamige voorstelling spelen, mogen wat gehaaider worden. Het idee om de muziek en de populaire cultuur van de jaren negentig door te lopen bood alle mogelijkheden voor een vrolijk Parade-feestje en het begin was veelbelovend. Alle vijf waren waren in 1990 drie à zes jaar en ze vertellen wat voor kinderlijks hen toen bezighield: Slimy, poep zeggen door de telefoon, Furby en Power Rangers.

De herbeleving van een gabber-spreekbeurt met dansdemonstratie is aanstekelijk: je handen bewegen alsof je gas geeft op een brommer en dan je voeten vooruit schoppen. Maar daarna gaat het lukraak langs grunge, jeugdcriminaliteit, slechte moppen, superhelden en Marco Borsato, waardoor de show nergens echt tot een hoogtepunt komt. En wat doet een eighties-anthem als Don’t Go van Yazoo in dit stuk?

Ook muzikaal, maar geheel anders van opzet is Geen Liefde zonder vrijheid van Het Volksoperahuis, waarmee de afschaffing van de slavernij wordt herdacht. Kennelijk is dat een te precair onderwerp voor de verbeelding, want geen sjabloon wordt geschuwd in het verhaal, dat zich afspeelt op een plantage op Curaçao in 1765.

De blanke slavenhouder houdt het met de mooiste slavin. De komst van een grote, oersterke slaaf die niet buigt voor de opzichter, opent haar de ogen. Zij wordt verliefd op hem, en zij vormen een paar, totdat hij de avances van de aangeschoten, blanke echtgenote van de slavenhouder afwimpelt, en er wraak volgt.

Zo ging het er ongetwijfeld aan toe, maar het maakt Geen Liefde zonder vrijheid nogal voorspelbaar – een bloedserieuze geschiedenisles, moraliserend als een ouderwets kinderboek. Gelukkig is de uitvoering uitstekend. Bijgestaan door een strijkkwartet, ritmesectie en dansgroepje zingt Izaline Calister kristalhelder een aantal fijnzinnige liedjes en Jörgen Raymann speelt krachtig de grote slaaf. Zij houden de voorstelling overeind.

Meer fijne muziek was te horen bij het uitbundige concert dat Roos Rebergen en Torre Florim met hun band gaven, die al enige tijd toeren met hun tweede Speeldoos-album. Nog wat pril was het optreden van Bas van Rijnsoever als singer-songwriter, gepresenteerd als de voorstelling Bas van Toneelgroep Oostpool. Ondanks de verbindende teksten tussen de Engelstalige liedjes werd het geen theater.

De Parade. T/m 30/6 in Rotterdam. Daarna Den Haag, Utrecht, Amsterdam, t/m 25/8. Inl: deparade.nl