Voer de druk op Israël verder op anders krijgen we nooit twee staten

Minister Frans Timmermans heeft deze week Israël en Palestina bezocht (NRC Handelsblad, 17 juni). Tijdens het bezoek kondigde hij aan dat Nederland periodieke ‘samenwerkingsfora’ zal organiseren met Israël en de Palestijnse Autoriteit. De eerste bijeenkomst zal eind dit jaar plaatsvinden, en staat in het teken van ‘water en energie’.

Timmermans streeft kennelijk een evenwichtiger Nederlands beleid na tegenover Israël en de Palestijnen dan het eenzijdige beleid van zijn voorganger Rosenthal. ‘Evenwichtig beleid’ is toe te juichen, een stap vooruit ook, maar Timmermans moet wel bedenken dat er sprake is van een fundamenteel onevenwichtige uitgangssituatie. Een in bijna alle opzichten sterkere partij, Israël, houdt de andere partij, Palestina, bezet. Het verbeteren van de situatie in Palestina kan alleen een blijvend positief effect hebben als de bezetting wordt beëindigd. Een einde aan de bezetting en het realiseren van een Palestijnse staat zal niet gebeuren door de banden met Israël aan te halen, zeker nu recentelijk kabinetsministers hebben aangegeven uit principe tegen de tweestatenoplossing te zijn. Deze Israëlische regering aaien en paaien biedt geen soelaas.

Ik zou daarom de suggestie willen doen het uitoefenen van druk op Israël niet te schuwen, om de bezetting te helpen beëindigen. Niet-aflatende druk is nodig wil de huidige Israëlische regering een tweestatenoplossing nog in overweging nemen. De bezetting is onhoudbaar, nu al voor de Palestijnen, op den duur ook voor Israël.

Jaap Hamburger

Voorzitter Een Ander Joods Geluid

Accepteer de Joodse staat

Kamerlid Sjoerdsma stelt in zijn bijdrage dat de door Israël gebouwde veiligheidsmuur en de nederzettingen in bezette gebieden de belangrijkste belemmering vormen voor de oplossing van het Israëlisch-Palestijnse dispuut. Zoals niet ongebruikelijk in D66 kringen, is dit een selectieve presentatie van de feiten. De primaire voorwaarde voor een mogelijke vredesovereenkomst is dat beide Palestijnse partijen (Hamas en Fatah) tezamen met de Arabische landen de Joodse staat als onherroepelijk feit accepteren. Dus niet een hudna (wapenstilstand) die elk moment weer kan worden opgezegd, en zonder de eis dat Israël de miljoenen Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen moet opnemen, zoals zelfs de ‘gematigde’ Fatah nog steeds eist. Dat zou in feite het einde van de Joodse staat inhouden, of erger. Ook zou het helpen als de Palestijnen en de Arabische landen de afzichtelijke haatcampagnes tegen zionisme en Joden in media en educatieve instellingen zouden staken.

Pas als dat is geschied kunnen er reële vredesbesprekingen en een Palestijnse staat naast Israël komen. Daarbij kan dan worden onderhandeld over eventuele compensatie van de vluchtelingen (maar dan ook van de honderdduizenden uit Arabische landen verdreven Joden) en vaststelling van definitieve, veilige grenzen voor Israël – zoals VN-Veiligheidsraad resolutie 242 bepleit. Europa en de Verenigde Staten kunnen hierbij behulpzaam zijn, maar zeker niet, zoals Sjoerdsma doet, door alle verantwoordelijkheid eenzijdig bij Israël te leggen.

Prof. dr. Harry N.A. Priem

Amsterdam

Van de VS komt het niet

Het commentaar Kansloos Blauwgroen (NRC Handelsblad, 19 juni) eindigt nogal defaitistisch: „laten we Kerry dus maar het beste wensen”. Ik vraag mij af wanneer de krant de conclusie trekt dat Nederland een rol moet spelen in het veel meer onder druk zetten van Israël.

Het flintertje hoop dat de krant koestert, dat de VS Israël onder druk zal zetten, is kleiner dan uit het commentaar blijkt. Wetsvoorstellen uit de koker van de Israël-lobby in de VS worden door het Congres vaak met grote meerderheden aangenomen. Van de VS zal het niet komen, dus dat de krant ooit de conclusie trekt dat de rest van de internationale gemeenschap het voortouw moet nemen om Israël veel meer onder druk te zetten is onvermijdelijk. Het is alleen de vraag wanneer dat inzicht doorbreekt.

Jaap Bosma

Hoogezand