Stuiterballen en kamelenmelk

Janneke Vreugdenhil maakt een exotische reis op de markt in Beverwijk en leert wat je met die groene zure kogels moet doen.

Met een puntig mesje kerft groenteman Bobby een kruisje in een granaatappel. Met zijn duimen masseert hij de glanzende schil en biedt hem aan. Ik zet de vrucht aan mijn lippen en zuig het zoete vocht naar binnen. Wat een fantastische truc. Als ik thuis weleens een granaatappel van zijn sappen probeer te beroven met mijn elektrische citruspers zitten de robijnen spetters meestal tot aan het plafond.

De kerf-, knijp- en zuigtruc is nog maar een van de vele dingen die ik leer tijdens een bezoek aan de Oosterse Markt in Beverwijk. De markt viert dit jaar zijn dertigjarig bestaan, maar het is mijn eerste keer. Ik associeerde ‘Beverwijk’ eerlijk gezegd vooral met tweedehands auto-onderdelen en vijf leggings voor een tientje. Die kun je er zeker krijgen, maar dan op de ernaast gelegen Zwarte Markt.

Zowel de Zwarte als de Oosterse Markt maken deel uit van De Bazaar, een complex dat zich een van de grootste overdekte markten van Europa mag noemen. De Zwarte stamt uit 1980. In 1982 streken er de eerste exotische bakkers, slagers, groente-, fruit-, noten- en specerijenhandelaren neer en ontstond de Oosterse Markt. Anno 2013 beslaat dit gedeelte vijf hallen. Naast een versmarkt is er een sieradenmarkt, een galerij met kapsalons en kun je er terecht voor allerhande huishoudelijke artikelen, meubels en tapijten.

Gepekelde citroenen

Bobby Sagir deelt groene stuiterballen uit aan zijn klanten. Ze ogen als reine-claudes, maar dan feller van kleur. Uit nieuwsgierigheid kocht ik ze ooit bij mijn Turkse buurtsuper, zonder te begrijpen wat ik aan moest met die intens zure kogels. In een plastic zakje met zout stoppen en de hele dag meedragen in je broekzak, vertelt Bobby. Zo doen Turkse schooljongens dat. Tijdens het verstoppertje spelen en bomen klimmen kneuzen de pruimen, dringt het zout naar binnen en worden de vruchtjes gemarineerd in hun eigen sap. Kijk.

Bij de volgende groentekraam krijg ik een schijf koele watermeloen uitgereikt en mag ik bijten in een Marokkaanse groene peper die eruitziet als een kleine puntpaprika maar die veel pittiger smaakt. Mijn rieten boodschappentas begint zich te vullen met geurige bossen koriander en bladpeterselie, knapperige kleine komkommertjes (veel smakelijker dan Hollandse exemplaren), een rijpe ananas.

Volgende halte: noten- en olijvenkraam Marmara. Olijven in alle schakeringen groen, bruin, paars en zwart. Sommige zijn gevuld, andere gemarineerd, weer andere gemengd met kaas, kruiden en noten. De eigenaar houdt een metalen kruidenierschep onder mijn neus. Ik pik een olijf. Snoep macadamianoten, glinsterend vet en zout. En pistachenoten; Marmara verkoopt wel drie soorten. De Turkse zijn het duurst. „Omdat ze stuk voor stuk met de hand worden gehamerd tot ze open klikken.”

Mijn tas is al snel halfvol. Een doosje met dadels, rimpelig, vlezig, kleverig en zoet. Couscoussalade. Zachte witte schapenkaas. Dolmades (met rijst gevulde wijnbladeren). Gepekelde citroenen, onmisbaar in djej msharmal, een traditionele Marokkaanse tajine met kip en olijven.

Hoofd van de winkel

Het specerijenkwartier is onmiskenbaar het geurigste deel van de Oosterse Markt. Op een lange tafel achter in de kraam van Brahim El Mernirkh staan schalen met gemalen komijn, gember, geelwortel, paprika, piment, kaneel en koriander uitgestald; kunstzinnige poederkegels in de meest bekoorlijke aardetinten. De kraam staat bekend om zijn ras-el-hanout. Dit mysterieuze oosterse kruidenmengsel, letterlijk ‘hoofd van de winkel’, kan wel vijftig tot honderd specerijen bevatten. De exacte samenstelling houdt iedere handelaar geheim, maar wat El Mernirkh er ook in stopt, zijn faam lijkt terecht.

Inmiddels puilt mijn boodschappentas uit. Yufka (flinterdun Turks brood gemaakt van meel en water dat, gedroogd, wel vier maanden houdbaar is). Naan (een in hout gestookte tandoori gebakken Indiaas platbrood). Een ongeglazuurde aardewerken tajine (inclusief advies: voor het eerste gebruik een nacht laten weken in water, vervolgens invetten met zonnebloemolie en voorzichtig, op laag vuur een uurtje laten inbranden).

Na anderhalf uur zwerven door de schemerige, van oosterse geuren en geluiden zwangere markthal zie ik weer daglicht. Op de valreep is daar de negotie van slager Ouzhir. In zijn vitrine liggen stooflappen, merguez, niertjes. En kamelenmelk. Ik mag proeven. Iedereen mag op de Oosterse Markt altijd alles proeven. Eerst keuren, dan kopen. Dat hoort erbij. De kamelenmelk smaakt gewoon naar melk. Hooguit zit er wat meer stalaroma aan dan aan koeienmelk. Maar toch leuk om geproefd te hebben.

Dan zit mijn rondje markt erop. Een inspirerende zintuiglijke safari langs de geuren en smaken van het Midden-Oosten, dat was het. Bij het uitpakken thuis blijkt het nog knap lastig kiezen waarmee eerst aan de slag te gaan. De knalgele zoute citroenen in hun plastic emmertje lonken het hardst. Djej msharmal it is.

’s Avonds, wanneer de tajine verorberd is, blader ik door Koken van de Bazaar, een kookboek gewijd aan de Beverwijkse Oosterse Markt. Sabina Posthumus schreef het en gaf het in eigen beheer uit. Het is te bestellen via haar website sabinakookt.nl. In haar voorwoord schrijft ze hoe ze na een bezoek aan haar favoriete markt altijd, ondanks loeizware tassen die haar handen striemen, breed grijnzend terug naar het parkeerterrein loopt.

Nee, het is helemaal niet moeilijk om je daar iets bij voor te stellen. Mij overkwam hetzelfde.

De Oosterse Markt in Beverwijk is ieder weekeinde en op feestdagen geopend.