Ik ben het blijst als ik gehuild heb

Izaline Calister (44) is zangeres, componist en songwriter. In Geen liefde zonder vrijheid, deze zomer op het reizende theaterfestival De Parade, speelt ze de rol van Mosa Nena, het mooiste slavenmeisje van een plantage op Curaçao.

Vurige ogen

„Mosa Nena is mooi en haar ogen zijn vurig – dat is het enige wat we over haar weten uit De ballade van Buchi Fil, waar Geen liefde zonder vrijheid zich afspeelt. In de voorstelling hebben we van haar een meisje gemaakt dat haar schoonheid gebruikt om de lieve vrede op de plantage te bewaren en daar trots op is. Ze gaat met de baas naar bed, de shon, en zo houdt ze hem gelukkig en tevreden. Hij slaat zijn slaven minder dan andere shons en hij is niet al te wreed. Dan komt Buchi Fil op de plantage te werken. Een beer van een vent, trots, stug, en onhandelbaar – de shon heeft hem goedkoop gekregen. Buchi Fil kijkt op Mosa Nena neer. Hij vindt dat ze hoereert. Ze komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Maar vanaf het eerste moment vinden ze elkaar ook leuk. Dat loopt dus uit de hand.”

Lamento

„Ik denk dat ik zeven was toen ik De ballade van Buchi Fil voor het eerst op de radio hoorde, bij mijn ouders thuis op Curaçao. Ik vond het zo mooi dat het me nooit meer heeft losgelaten. In 2006 heb ik een liedje geschreven vanuit de ogen van Mosa Nena, het Lamento di Mosa Nena, als antwoord op de ballade. Vanaf het eerste moment weet ze: die grote zwarte man, die is voor mij. Ze krijgt hem, maar hun geluk is van korte duur. De shon verkoopt haar aan een kapitein en die neemt haar op zijn schip mee naar zee. Hij probeert haar te verkrachten. Mosa Nena huilt om Buchi Fil. Waar ben je? Waarom kom je niet naar me toe? Ze weet niet dat hij zich dan al van een klif heeft gegooid. Ja, ik ben romantisch ingesteld. Ik hou van drama, van tragedie. Bij films, bij concerten – ik ben het blijst als ik gehuild heb.”

Huisslavin

„Ik denk: als ik anderhalve eeuw geleden geleefd had, dan was ik huisslavin geweest. Dat had ik vast wel voor mezelf weten te regelen. Huisslaven hadden het gemakkelijker dan slaven die de hele dag op de plantage moesten werken. Je had dat natuurlijk nooit in de hand, maar ik had het zeker geprobeerd en ik durf er mijn hand niet voor in het vuur te steken dat ik daarvoor niet dezelfde methode als Mosa Nena had gebruikt. Nee, dat vind ik geen leuke fantasie. Het is de fantasie van een overlever.

Ik ben blij dat ik, als zwarte vrouw, op Curaçao geboren ben, in deze tijd: de beste kans om het goed te hebben. Mijn ouders hebben allebei in Nederland gestudeerd en ze hebben me altijd het gevoel gegeven: je moet doen wat je wilt, en je kunt het. Mijn vader was ingenieur. Hij werkte bij een woningbouwvereniging. Mijn moeder was lerares en later directrice van een huishoudschool.”

„Ik zeg ‘moeder’, maar mijn echte moeder is overleden toen ik drie was. Twee weken na de geboorte van mijn broertje kreeg ze een hersenbloeding. Mijn vroegste herinneringen gaan over haar begrafenis. De bloemen, de strikken in de kleur van rododendrons – dat paarsroze... Mijn zusje en ik kregen een pop, waarschijnlijk om ons af te leiden. Die zat in een grijs koffertje. Daarna had het leven op vele manieren mis kunnen gaan, maar dat is niet gebeurd. We zijn bij de moeder van mijn moeder gaan wonen. Zij heeft ons de eerste jaren opgevoed. Na vijf jaar is mijn vader hertrouwd met mijn nieuwe moeder en die is altijd heel goed voor ons geweest.”

Vergeten we niet iets?

„Mijn eerste moeder was 34 toen ze mijn zusje kreeg. Mijn tweede moeder was 35 toen ze mijn halfbroertje kreeg. Mijn zusje kreeg haar eerste op haar 39ste en toen ik 39 was, zei mijn vriend: vergeten we niet iets? Ik vroeg: hoezo, wat dan? Hij: we zouden toch kindjes gaan krijgen? De tijd was zo snel gegaan met studeren, spelen, reizen, plezier maken... Het lukte snel en de eerste drie maanden had ik het niet eens in de gaten. Ik had concerten in New York, druk, druk, druk, en op een gegeven moment, na de presentatie van een nieuwe cd, stortte ik in. Moe, moe, moe. De dokter zei: misschien ben je wel zwanger. Ik ben de hele zwangerschap stikgelukkig geweest en nu ben ik stikgelukkig met mijn dochter. Ze heet Victoria. We willen graag een tweede, maar als het aan het eind van dit jaar niet gelukt is, geven we het op. Dan ben ik echt te oud, vind ik. Mijn vriend is trouwens een Drent. Hij speelde in een band – trompet – en zo heb ik hem leren kennen.”

Bedrijfskunde

„Op school, op Curaçao nog, had ik geen idee wat ik wilde studeren en toen heb ik een paar beroepskeuzetests gedaan. Daaruit bleek elke keer onomstotelijk: iets in de kunst. Maar ik kreeg geen beurs en ik dacht: daar kan ik nooit van leven. Zo is het bedrijfskunde geworden, in Groningen. Ik vond het een leuke studie, breed, met veel psychologie en wiskunde en rechten. Ik woonde in een leuk studentenhuis, met Antillianen, wat mijn moeder overigens niet goed vond. Ze hoorde het aan mijn Nederlands als we elkaar aan de telefoon hadden. Ze zei: jij gaat alleen maar met Antillianen om, dat moet anders. Al die jaren bleef ik met muziek bezig, maar alleen op amateurbasis, en pas in het laatste jaar van mijn studie dacht ik: ik bel het conservatorium. Dat kwam doordat ik stage liep bij een schilders- en glaszettersbedrijf, ook in Groningen. Ik deed het met veel plezier, maar ik moest er niet aan denken dat ik het mijn hele leven zou moeten doen. Die vrijdag erop deed ik toelatingsexamen en daarna ben ik meteen begonnen. Het was een druk jaar, want ik moest nog afstuderen.”

Een deuk in je ego

„Op het conservatorium had ik het niet gemakkelijk. Bedrijfskunde vond ik gemakkelijker. Ik kan goed stampen, maar muziek kun je niet stampen, en als je een 6 krijgt, dan gaat het over jou. Je kunt niet zeggen dat je het slecht geleerd hebt. Ik kom van een eiland waar muziek in de eerste plaats leuk is, maar nu werd muziek gewoon werk. Mijn ego heeft er heel wat deuken opgelopen. Op de universiteit was het: ik doe nu niks en dan haal ik volgende maand wel weer even een 10. Op het conservatorium: wat je nu laat horen – zo lelijk. Ik geef nu zelf les op het conservatorium en soms zie ik mezelf weer lopen daar, als eerstejaars. Hoe je je dan kunt voelen...”

Drie minuten

„Ik ben blij met wat ik bereikt heb: ik kan er goed van leven en ik kan met voorstellen komen die dan ook nog worden uitgevoerd. Geen liefde zonder vrijheid is muziektheater, maar ik had daar weinig ervaring mee, dus toen ben ik mensen gaan zoeken die met me mee wilden doen: Jef Hofmeister en Kees Scholten van het Volksoperahuis, Jörgen Raymann. Hij is de verteller. De Parade wilde de voorstelling graag hebben en daar ben ik trots op, want ze zijn daar heel streng. Vorige week hadden we de eerste doorloop en ik was heel bang dat de voorstelling te lang was geworden. Dan zou ik in mijn liedjes moeten gaan knippen en dat vind ik vreselijk moeilijk. Maar gelukkig: het duurde 43 minuten en dat was maar drie minuten te lang. Ik kon wel janken, zo opgelucht was ik. Liedjes maken, dat gaat om vrij zijn – beter kan ik het niet uitleggen. Je maakt iets en je doet het helemaal zelf. Mijn fiets geeft me ook een ultiem gevoel van vrijheid. Ik weet nog dat ik net in Nederland was – voor het eerst had ik een fiets bij de voordeur staan. Ik kon er zo op springen. Ik kon altijd weg.”

De Parade is afgelopen donderdag begonnen in Rotterdam en komt deze zomer nog naar Den Haag, Utrecht en Amsterdam. Inl. www.deparade.nl

Geen liefde zonder vrijheid is ook te zien in het Vondelpark (30 juni) en tijdens het Grachtenfestival in Amsterdam (17 augustus).