Een stuiver armer door een schuiver in Amerika

Een topman kan niet overal tegelijk zijn. Dus op de dag dat de kersverse ABN Amro-bestuurder Kees van Dijkhuizen na maandenlang ploeteren met zijn commissie voorstellen deed om de Hollandse toeslagenfabriek en Rijnlandse inkomstenbelasting te verbouwen, incasseerde hij zesduizend kilometer verderop een boete.

Een gênante boete.

Was hij te onoplettend? Te veel bezig met projecten voor de gemeenschap in plaats van voor de bank? Het laatste kan hem moeilijk worden verweten. Sinds ABN Amro een staatsbank is, komen de resultaten bij de bank net zo veel ten goede aan de samenleving als het leiden van een adviescommissie in opdracht van de staatssecretaris van Financiën. Bankieren voor ABN Amro is per definitie buffelen voor het collectief geworden.

De belangrijkste toezichthouder op de termijnmarkt in Chicago deelt een bekeuring aan ABN Amro uit omdat de bank zijn zaakjes niet op orde heeft. Geld van klanten werd onrechtmatig gebruikt als onderpand op andere rekeningen, de bank hield onvoldoende toezicht op zijn eigen personeel, had een gebrekkige administratie en voldeed niet aan kapitaalseisen.

Het zal je maar gezegd worden als staatsbank.

Eén meevaller. De boete bedraagt 1 miljoen dollar, zeg 750.000 euro. Dat kan er wel bij op de slordige 32 miljard die de Nederlandse staat aan de bank uitgaf. Iedere burger heeft omgerekend 1.880 euro in de bank zitten. De boete van de Amerikanen heeft die investering dinsdag met een stuiver opgehoogd.

Jeroen Wester