'De positie van hockey op de Olympische Spelen is niet ijzersterk'

Nog elf weken is Jacques Rogge IOC-voorzitter. Dan zit zijn termijn erop en wordt een opvolger gekozen. De Belg heeft ’s werelds machtigste sportorgaan gefatsoeneerd. Onder zijn leiding is de rust weergekeerd. „Maar ’t was zwaar.”

International Olympic Committee (IOC) President Jacques Rogge leaves after a news conference during the IOC Executive Board meeting, part of the annual SportAccord convention, in St. Petersburg, May 31, 2013. REUTERS/Alexander Demianchuk (RUSSIA - Tags: SPORT OLYMPICS)
International Olympic Committee (IOC) President Jacques Rogge leaves after a news conference during the IOC Executive Board meeting, part of the annual SportAccord convention, in St. Petersburg, May 31, 2013. REUTERS/Alexander Demianchuk (RUSSIA - Tags: SPORT OLYMPICS) REUTERS

De statigheid van Château de Vidy ontbreekt in het kantoor van Jacques Rogge. Mooi uitzicht op een weelderige tuin, met daarachter het Meer van Genève en de contouren van de Alpen. Binnen zit de verouderde 71-jarige Vlaming, die vanuit zijn sober ingerichte kamer – met als enige uitbundigheid kunstwerken aan de muur – twaalf jaar het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft geleid. Zeg maar, de rust heeft teruggebracht in een organisatie die op springen stond.

Het IOC werd vanaf de jaren zestig van buiten geteisterd door politieke boycots van de Olympische Spelen en van binnen door corruptie. Veel leden lieten zich fêteren of in het ergste geval omkopen door kandidaatsteden. Rogge speelde eind jaren negentig een voorname rol bij reiniging van het IOC en kreeg op 16 juli 2001 in Moskou als nieuwe voorzitter, en opvolger van de Spaanse markies Juan Antonio Samaranch, het mandaat hervormingen door te voeren.

De uitgetreden orthopedisch chirurg uit Gent slaagde. Het IOC lijkt een fatsoenlijke organisatie en de Spelen zijn onder zijn hoede succesvol geweest. Bovendien is de Zwitserse bankrekening in de olympische hoofdstad Lausanne sindsdien gegroeid met een reserve van 100 tot 500 miljoen dollar. Nu Rogges termijn er (bijna) opzit – 10 september wordt in Buenos Aires zijn opvolger gekozen – blikt hij terug in tevredenheid. Met zachte stem, maar op vastberaden toon: „Het was een intense periode, maar een voorrecht om te doen. Ik heb wat voor de sport kunnen betekenen.”

Vliegt u straks vanuit Buenos Aires naar Zwitserland of België?

Jacques Rogge: „België, natuurlijk. Mijn vrouw en ik keren terug naar onze woning in Deinze. Ik zal als toekomstig erevoorzitter alleen nog voor bijzondere gelegenheden en belangrijke vergaderingen naar Lausanne komen.”

Hoe gaat u straks uw tijd vullen?

„Eerst en vooral aan sport doen; ik ga mezelf fit houden. Ik begin aan de stapel van driehonderd boeken en zal ik met mijn vrouw kunstgaleries bezoeken. En me bezighouden met de kleinkinderen, natuurlijk. Ik ga me zeker niet vervelen.”

U noemt uzelf een schuchter mens. Hoe verhoudt zich dat tot uw taak bij het IOC?

„Ik ben noch demonstratief noch extravert. Het was een constante strijd om mijn schuchterheid te overwinnen. Toen ik nog colleges volgde was een voordracht voor 20 studenten een ware marteling. Aan het andere uiteinde van het spectrum sprak ik bij de opening en sluiting van Olympische Spelen voor zo’n vier miljard mensen. Ik heb dat leren doen, maar schuchter ben ik gebleven.”

Is de functie zwaar?

„Ja, maar dat wist ik, omdat ik nauw heb samengewerkt met Samaranch. Het management valt nog wel te doen, maar de representatieve taken maken het zwaar. Ge moet op reis, ge moet mensen zien en ge moet gezien worden. Doordat de oprichter van de Spelen, Pierre de Coubertin, rond 1910 landen verzocht nationale olympische comités op te richten, heb ik veel eeuwfeesten meegemaakt. Ik kon niet een briefje sturen met de mededeling: ‘Proficiat, goed gedaan.’ Als het staatshoofd, de eerste minister en de minister van Sport voor een gala-avond worden uitgenodigd, kan de voorzitter van het IOC niet wegblijven.”

Hoe heeft u het twaalf jaar kunnen volhouden?

„Door matiging; voldoende slapen, niet roken en niet drinken. Dat kost me geen moeite. Door mijn sportcarrière [Rogge is een oud-zeiler] heb ik gedisciplineerd leren leven.”

Wat zijn uw footprints als IOC-voorzitter?

„In mijn ogen zijn er dat vier: de verhoogde kwaliteit van de Olympische Spelen, de opgevoerde strijd tegen doping, de aanpak van illegaal gokken en matchmanipulatie en de verbeterde financiële positie van het IOC. Verder zijn er een goede relaties gelegd met de politieke wereld. Het IOC is, naast het Vaticaan, waarnemer bij de Verenigde Naties geworden. Dat is een positie die ons de gelegenheid biedt nauw contact te onderhouden met soevereine staten. Als er problemen zijn of dossiers te bespreken zijn, is dat gemakkelijk te doen binnen de kaders van de VN.”

Is het IOC na de ingevoerde hervormingen vrij van alle smetten?

„Alle denkbare verbeteringen zijn doorgevoerd. We hebben strikte interne en externe controles. Het IOC wordt bijvoorbeeld op dezelfde manier geauditeerd als de beurs. We hebben de regel van belangenconflicten ingevoerd, IOC-leden mogen kandidaatsteden niet meer bezoeken en we beschikken over een strikte ethische commissie. Al met al ben ik tevreden.”

Het systeem van coöptatie krijgt veel kritiek. Wat vindt u daarvan?

„Onterecht. Ik vind dat het IOC goede keuzes heeft gemaakt bij de toelating van nieuwe leden. Coöptatie werkt naar tevredenheid, omdat het ons toestaat zelfstandige leden te benoemen. Het systeem van vertegenwoordiging leidt tot politieke aanstellingen. Op deze manier kan het IOC onafhankelijk opereren.”

Zou u het IOC nu een ideale organisatie willen noemen?

„Ideale organisaties bestaan niet.”

Is het waar dat u voor salariëring van de IOC-voorzitter bent?

„Ja, in geval de voorzitter relatief jong is en een gezin heeft te onderhouden. Omdat het een fulltime baan is. Bij grote sportbonden als de FIFA en de UEFA gebeurt dat al. Mijn voordeel was dat ik 59 jaar was toen ik gekozen werd en mijn artsencarrière had beëindigd. Ik kon het me financieel veroorloven. Ik heb de zes kandidaten voor mijn opvolging gevraagd of zij betaald willen worden. Het antwoord was unaniem: nee. Maar ooit zal de IOC-voorzitter betaald krijgen.”

Zeven van de acht voorzitters waren Europeaan. Tijd voor een niet-Europese voorzitter?

„Dat moeten de leden beslissen. Er wordt niet gekeken naar herkomst. De leden kiezen op basis van karakter, plan en visie. Er wordt niet geredeneerd, dat het nu tijd is voor een Afrikaan of een Aziaat.”

Meent u dat werkelijk? Continentale verhoudingen hebben op één uitzondering na de keus voor een voorzitter bepaald?

Met stemverhoging: „Dat is een mythe. Bij de beoordeling wordt niet gelet op de continentale afkomst.”

Kan Nederland na het vertrek van koning Willem-Alexander rekenen op een IOC-zetel?

Voorzichtig: „Dat is geen automatisch recht, omdat maar 75 van de 204 aangesloten landen een permanent IOC-lid hebben. De vraag uit met name ontwikkelingslanden is enorm. Anderzijds is Nederland een belangrijk sportland, dat spreekt in zijn voordeel. We moeten een afweging maken tussen een nieuw land ten opzichte van een automatische opvolging.”

Zijn er gesprekken met NOC*NSF over dit onderwerp gaande?

„Ja, er is gesproken met voorzitter André Bolhuis, maar er is nog geen beslissing genomen. Koning Willem-Alexander blijft tot en met 31 december IOC-lid. Tot die tijd kan hij niet vervangen worden.”

In uw periode zijn veel grote dopingzaken aan het licht gekomen. Doet het antidopingagentschap Wada zijn werk wel goed?

„Ik bestrijd het disfunctioneren van Wada. Het verwijt van critici dat maar één procent van de dopingcontroles positief is, is in feite vals. Als er helemaal niet zou worden gecontroleerd, zou het aantal dopingzaken flink omhoog schieten. Nu wordt ten minste één procent gepakt. Natuurlijk heeft de zaak-Lance Armstrong mij ontgoocheld. Maar er is niemand iets te verwijten. In zijn tijd waren de testen niet goed genoeg. Die zijn intussen sterk verbeterd. Nu zou Armstrong er niet mee wegkomen. Met internationale sportbonden hebben we onlangs afgesproken niet langer kwantitatief, maar gericht te controleren. Alleen op epo testen in sporten waar dat eiwithormoon gebruikt wordt. Niet bij handboogschieten bijvoorbeeld, daar moet op in die sport werkzame middelen gecontroleerd worden.”

Waarom wil het IOC in de dopingcode opnemen dat een geschorste sporter niet mag deelnemen aan de eerstvolgende Spelen. Is die zogeheten Osaka-regel geen dubbele straf?

„Nee, het is een kwestie van gepastheid, niet van een sanctie. De Osaka-regel verbiedt een sporter niet om na zijn schorsing deel te nemen aan wedstrijden van zijn eigen federatie. Ter voorkoming van reputatieschade willen wij liever geen gedopete sporter op de Olympische Spelen.”

Kunt u uitleggen waarom het IOC geen minuut stilte in acht neemt voor de Israëlische slachtoffers van de Palestijnse aanslag tijdens de Spelen in München?

„Wij vinden een minuut stilte niet passen bij een opening van Olympische Spelen. Dat is een feest voor de sporters, dat wij niet willen vermengen met droefenis. Het IOC heeft de slachtoffers op vele manier herdacht, onder andere met een mausoleum bij het Olympische Stadion in München. Het is niet zo dat we niets doen. Integendeel. Nee, angst voor reacties van de Arabische wereld speelt pertinent geen rol.”

U heeft de Spelen vanaf 1968 meegemaakt. Hoe zou u de ontwikkeling willen schetsen?

„Naar meer en meer. De Olympische Spelen zijn steeds groter geworden, met meer sporters en meer sporten. En de Spelen zijn zowel wat de sporters als de organisatie betreft sterk geprofessionaliseerd. Om de Spelen beheersbaar te houden hebben we een limiet van 10.500 deelnemers, 28 sporten en 302 disciplines ingesteld. De druk om uitbreiding is enorm groot, maar we houden coûte que coûte aan die aantallen vast.”

Waarom is de door u gewenste vernieuwing van het programma wel gelukt bij de Winter- en niet bij de Zomerspelen?

De vraag ontwijkend: „Wij zijn heel gelukkig met een kijkersonderzoek naar de afgelopen Spelen in Londen. De kijkdichtheid ten opzichte van de Spelen in Beijing [2008] bleek met vijftien procent te zijn toegenomen. In de categorie twaalf tot en met 24 jaar is zelfs een vooruiting van ruim tien procent geboekt. Dat is mede aan een moderne sport als BMX te danken. We maken duidelijke vorderingen.”

Hoe is te verklaren dat worstelen van het programma moet verdwijnen en bij een keus voor een nieuwe sport kan terugkeren?

„Dat is een technisch verhaal. De 26 basissporten willen we terugbrengen tot 25. Eén sport moest dus verdwijnen. Dat werd worstelen, om verschillende reden, bijvoorbeeld omdat vrouwen en sporters in het uitvoerend comité ontbraken. De regels schrijven voor dat een weggestemde sport wordt toegevoegd aan de lijst kandidaatsporten voor tijdelijke deelname. Als de IOC-leden ervoor kiezen, kan worstelen voor 2020 en 2024 terugkeren op de Spelen .”

Hockey stond plotseling ook ter discussie als olympische sport. Hoe kon dat gebeuren?

„Omdat hockey, naast moderne vijfkamp, taekwondo en worstelen, bij de laatste screening negatief is beoordeeld. Ik ken niet de details, maar hockey voldoet niet aan alle eisen die het IOC aan een olympische sport stelt. Een veeg teken; de positie van hockey is niet ijzersterk.”

Moet dat als een wake-up call uitgelegd worden?

„Ja. De internationale hockeyfederatie treedt nu in overleg met het IOC om te zien op welke onderdelen de sport verbeterd moet worden.”

Hoe kijkt u naar de onlusten in Turkije en Brazilië gelet op de Spelen in Rio de Janeiro (2016) en de eventuele keus voor Istanbul als olympische stad in 2020?

„Met buitengewone aandacht. We hebben intensief contact met de betrokken regeringen. Hopelijk keert de rust snel terug. President Dilma Rousseff van Brazilië heeft gezegd de boodschap van de protesten te begrijpen en zij heeft maatregelen aangekondigd. Daar reken ik dan maar op. ‘Rio’ is pas over drie jaar. In Londen waren er een jaar voor de Spelen ook onlusten, waarna de noodzakelijk maatregelen zijn genomen. Eventuele Olympische Spelen in Istanbul zijn pas over zeven jaar. Het zou naïef zijn te veronderstellen dat daarmee nu rekening wordt gehouden, maar het is wel een aspect dat moet worden meegewogen.”

U maakt zich nog geen zorgen?

„Zo sterk wil ik het niet uitdrukken. Wij zijn waakzaam.”