De nieuwe koning heeft protocol nodig

Bij zijn bezoeken was Koning Willem-Alexander informeel, schudde hij iedereen de hand. Maar het volk is onverzadigbaar en dan is protocol nodig. Hij heeft zich al moeten excuseren, schrijft Jutta Chorus.

Willem Alexander en Máxima in Dwingeloo.
Willem Alexander en Máxima in Dwingeloo. Foto Kees van de Veen

Tijdens een rijtoer door Wageningen werd Willem-Alexander aangehouden door een generaal buiten dienst. De nieuwe koning liet de koets stoppen om de militair stevig te kunnen omhelzen. „Voorzichtig generaal”, riep hij hem toe. „Wij gaan er weer vandoor.”

Toen het paar enkele dagen later Utrecht aandeed, stond ik op de Kromme Nieuwegracht tussen het publiek. Koning en koningin zochten onmiddellijk de dranghekken op om hun nieuwe onderdanen te begroeten. Je moest je best doen om géén hand te krijgen.

Mijn gedachten gingen terug naar 19 juni 1980, de dag dat koningin Beatrix Den Bosch zou bezoeken. Het regende. Ik was dertien jaar en reisde die ochtend met de bus en de trein uit ons kleine Brabantse dorp naar het provinciehuis. Daar stond ik ver achter de dranghekken en achter een klein leger van hand- en kruisboogschutters in mijn roestbruine ribfluwelen jack. Beatrix, zo las ik de volgende dag in de krant, had zonder prins Claus over de gildevaandels mogen lopen. „Een recht”, zo stond in de krant, „dat alleen voor een regerend vorst is weggelegd”. Vanachter de hekken kon ik nog net haar paraplu zien.

Op 12 juni bezochten Willem-Alexander en Máxima de provincie Brabant. In Oisterwijk mochten zij beiden over dezelfde vaandels lopen als waarover Beatrix eerder ging. De sfeer was die van Koninginnedag. Het publiek juichte, de koning en koningin lachten. Links en rechts schudden zij handen.

„Ik ben geen protocol-fetisjist”, zei Willem-Alexander tijdens het interview dat hij gaf ter gelegenheid van zijn inhuldiging. „Mensen mogen mij aanspreken zoals ze willen, omdat ze daarmee op hun gemak kunnen zijn.”

Daarmee neemt hij nadrukkelijk afstand van zijn moeder, die – net koningin geworden – in 1980 het protocol weer strakker aantrok na de losse jaren van Juliana. Over de losheid van haar moeder had Beatrix trouwens zo haar eigen gedachten.

Ja, Juliana liep als het even kon pontificaal náást de rode loper, maar, zei Beatrix, „dan moest er dus wel een rode loper liggen”. In een interview met Maartje van Weegen zei Beatrix: „Ik vind populariteit gevaarlijk. Gevaarlijk, oppervlakkig en tijdelijk. Alleen de inhoud is van belang. Je lijn vasthouden, rustig doorwerken, de dingen doen waar je in gelooft. Zo ben ik nu eenmaal.”

Beatrix betaalde wel een prijs voor haar formele perfectionisme: afstand tot het volk. In de meest recente NIPO-enquête is te zien hoe het volk daarover denkt: 62 procent van de Nederlanders vindt dat Willem-Alexander dicht bij het volk staat, tegenover Beatrix die 55 procent haalt.

In de afgelopen maanden, sinds Beatrix haar abdicatie aankondigde, hebben we Willem-Alexander regelmatig van de loper af zien lopen. Op haar vijfenzeventigste verjaardag om het volk te laten weten dat hij ‘ongelooflijk ontroerd is door alle reacties op de speech van mijn moeder’. Op de avond van zijn inhuldiging om de populaire dj Armin van Buuren te begroeten. Tegen Els Borst, destijds minister van Volksgezondheid, zei hij ervan te genieten ‘als het protocol in het honderd loopt’.

Voor een koning zijn alle onderdanen gelijk, omdat de grondwet nu eenmaal de basis is van zijn aanstelling. Hij laat zijn voorkeuren achterwege. Er kleeft een gevaar aan een koning die zijn onderdanen persoonlijk benadert. Hij is willekeurig en selectief. Op de korte termijn levert dat hem sympathie op, op de langere termijn scheve ogen. Tegenover iedere uitgestoken hand staat namelijk een afwijzing. Geeft hij DJ Isis ook de box als hij haar ontmoet?

Het volk is in zijn wensen onverzadigbaar. De willekeurige vorst moet staan naar de nukken van het volk en hij kan ze onmogelijk allemaal inwilligen. Of hij nu wc-potten gooit of over een omstreden staatsbanket zegt: „Eten moet je toch”.

J.L. Heldring schreef na het huwelijk van prins Constantijn en Laurentien Brinkhorst over de afnemende afstand tussen monarchie en gewone mensen: „Haar reden van bestaan is een mythe – de mythe dat het beste staatshoofd alleen maar uit één familie gerekruteerd kan worden en dat dit bovendien altijd de oudste zoon van het regerend staatshoofd is – maar die mythe wordt minder houdbaar naarmate de afstand tot de monarchie afneemt.”

Vorige maand in Rhenen was Willem-Alexander tijdens een vaartocht vergeten om naar de leerlingen van een basisschool op de kade te zwaaien. De kinderen waren daar zo teleurgesteld over dat de koning zijn excuus aanbood. „We wisten het niet, anders hadden we zeker gezwaaid. Fijn dat jullie er waren, nog succes met het einde van het schooljaar en een fijne zomervakantie gewenst.” Daar begint het al.

Jutta Chorus is journalist en auteur van Beatrix. Dwars door alle weerstand heen.