Saoediërs mogen hun vrouw niet slaan

Geweld tegen vrouwen werd in Saoedi-Arabië altijd met de mantel der liefde bedekt. Maar nu is er een harde campagne tegen gelanceerd.

De Saoedische vrouwenactiviste Eman al-Nafjan sloeg dit voorjaar achterover van verbazing, zegt ze, toen ze zag dat een semi-officiële liefdadigheidsorganisatie met louter vooraanstaande prinsen in het bestuur een harde campagne was begonnen tegen huiselijk geweld. Wat de autoriteiten betreft bestond geweld tegen vrouwen namelijk niet. Vrouwen zijn prinsessen.

In kranten publiceerde de Koning Khaled Stichting een afbeelding van een gesluierde vrouw met één blauw oog, met de tekst ‘Sommige zaken kunnen niet worden verhuld. Laten we samen vechten tegen geweld tegen vrouwen’.

Op de televisie verscheen een filmpje met een man die een testdummy van een kind en een vrouw in elkaar slaat. De dummy’s veranderen in een kind in een rolstoel en een vrouw in een ziekenhuisbed. De beelden worden begeleid met een uitspraak van de profeet Mohammed die oproept zacht met mensen om te gaan. En met telefoonnummers waar huiselijk geweld kan worden gemeld.

De Wereldgezondheidsorganisatie meldde gisteren in een rapport dat 30 procent van de vrouwen in de wereld door hun man of ander familielid zijn aangevallen. Er zijn geen harde, recente gegevens over het strengislamitische Saoedi-Arabië waar huiselijk geweld een zaak was die wel degelijk werd verhuld. Maar activisten als Al-Nafjan in Riad en Samar Badawi in Jeddah gaan ervan uit dat het een groot probleem is. De Amerikaanse zender CNN meldde vorige maand dat 53 procent van Saoedische mannen in een tien jaar oude peiling van de Journal of Muslim Affairs had gezegd wel eens hun vrouw te hebben geslagen.

In Saoedi-Arabië hebben vrouwen de facto de status van minderjarige. Ze hebben een voogd die voor alles en nog wat toestemming moet geven. Veel geestelijken vinden dat mannen hun vrouwen mogen slaan om hen in het gareel te houden.

Samar Badawi, een kleine tengere vrouw van ruim dertig jaar oud, is zelf ook slachtoffer van huiselijk geweld: ze is jarenlang door haar vader in elkaar geslagen. Haar moeder, een Libanese christen, duldde het omdat ze zelf geen kant opkon. Badawi is tot dusverre een van de weinige vrouwen in het koninkrijk die hun vader of hun man hebben aangeklaagd. En de enige, vertelt ze in een hotel in Jeddah, zwanger van haar tweede kind, die haar zaak ook heeft gewonnen.

Er is geen wet in Saoedi-Arabië die geweld tegen vrouwen strafbaar stelt. Dus Badawi klaagde in 2010 haar vader aan omdat hij haar niet toestond met de man te trouwen met wie zij wilde trouwen – de advocaat en mensenrechtenactivist die hier in het hotel naast haar zit en met wie ze uiteindelijk ook is getrouwd. Haar vader op zijn beurt klaagde haar aan voor ongehoorzaamheid. „Ik had een heel moeilijke tijd. Ik werd zeven maanden lang in de gevangenis opgesloten, samen met gewone misdadigsters en meisjes die van huis waren weggelopen.”

Badawi won haar zaak uiteindelijk omdat ze de publiciteit zocht, zegt ze. „Ik ging naar de media en er kwam een enorme campagne op Twitter op gang. Alle namen werden bekend: mijn naam, mijn vaders naam, de namen van de rechters die de zaak behandelden. Uiteindelijk gelastte de hoogste rechterlijke raad de rechter om mij vrij te laten.”

Slechte publiciteit – dat is de reden, denkt Al-Nafjan, waarom een zo nauw met het koningshuis verbonden organisatie als de Koning Khaled Stichting opeens met een campagne tegen huiselijk geweld is begonnen. „De macht van de sociale media.”Saoedi-Arabië is het land waar het aantal twitteraars het snelst groeit ter wereld. „Nu kunnen ze zeggen dat ze niets te verbergen hebben.”

Maar dat betekent absoluut niet dat iedereen de campagne zomaar slikt. Radiojournaliste en columniste Samar Fatany in Jeddah is ongeveer tegelijk met de Koning Khaled Stichting een ‘White Ribbon’ actie tegen geweld tegen vrouwen begonnen. White Ribbon is een internationale campagne die 20 jaar geleden in Canada werd gelanceerd. Respect voor vrouwen staat daarin centraal; verandering van de „negatieve houding jegens vrouwen”, zoals Fatany het uitdrukt.

„Ik kreeg veel steun”, zegt ze in haar huis in Jeddah. „Maar toen kregen we weerwerk van haviken en extremisten, die riepen dat het allemaal een westers complot was om onze waarden te ondermijnen en dat het zou leiden tot homohuwelijk en vrije seks.”

De Koning Khaled Stichting – „geweldige, briljante campagne” – ligt volgens haar ook onder de aanval: „denk maar niet dat de prinsen immuun zijn!”

Sjeik Nasser al-Omar is de meest invloedrijke geestelijke die tegen Fatany in het geweer is gekomen, aldus Al-Nafjan. In een per video verspreide preek brandmerkt hij haar als „pleitbezorger van onzedelijkheid”. Fatany en haar medestanders brengen volgens hem de nationale veiligheid in gevaar.

Maar hij is lang niet de enige die de campagnes verkettert. Onder deze omstandigheden vroeg de Saoedische gezinstherapeute Nadia al-Tamimi zich tegenover de Saudi Gazette af of mishandelde vrouwen zich eigenlijk wel zullen melden. Zij denkt dat veel vrouwen uit angst de voogdij over de kinderen aan haar man te verliezen „de foltering zwijgend en hulpeloos blijven verduren”.