Op expeditie in de Utrechtse bouwput

Er staat een bijna 7 meter hoge theepot op het dak van Hoog Catharijne. Verderop dartelen kippen naast zelfverbouwde bietjes, struiktomaten en pompoenen.

Tussen de bouwkranen, drilboren en treinreizigers is er deze zomer ruimte voor kunst en groen in het Utrechtse stationsgebied. Gisteravond opende de internationale kunstmanifestatie Call of the Mall en dit weekend vindt de Dag van de Architectuur plaats.

Het Utrechtse stationsgebied is meer dan een plek waar treinen en bussen aankomen en vertrekken. Het is een plek waar mensen wonen, winkelen, werken, eten, drinken en naar de bioscoop gaan. Het gebied wordt grootscheeps getransformeerd en is 24 uur per dag in beweging – en de architectuur beweegt mee. Daarmee is het een interessant decor voor de expedities en architectenestafettes die dit weekend plaatsvinden tijdens de nationale Dag van de Architectuur.

De Lonely Planet heeft geen goed woord over voor Hoog Catharijne: ‘Utrecht is één van Nederlands oudste steden, maar dat weet je niet als je uit de trein stapt en verdwaalt in het doolhof dat winkelcentrum Hoog Catharijne heet. Hoog Catharijne is gigantisch. Het zit vast aan het station en er lijkt geen eind aan te komen. (...) Vecht je een weg erdoorheen, dan kom je terecht in een prachtige, levendige, historische binnenstad met dertiende-eeuwse grachten en werven.’

Weinig bouwprojecten in Nederland zijn zo controversieel als dit winkelcentrum. Het – destijds futuristische – plan ontstond in de jaren zestig, toen Utrecht (‘duf, deftig en kleinsteeds’ volgens toenmalig burgemeester De Ranitz) groeide met duizenden inwoners per jaar en het verkeer vastliep in de straten. Hoe moest de middeleeuwse stad worden aangepast aan de moderne tijd? Het antwoord: Hoog Catharijne. Tegenwoordig lopen er jaarlijks meer dan 30 miljoen bezoekers door de grauwe betonkolos. Dit jaar bestaat de mini-stad 40 jaar.

„Het idee van een shopping mall op niveau 1, waarbij voetgangers werden gescheiden van het autoverkeer, was baanbrekend in die tijd”, vertelt architectuurgids Jan Maarten Dalmeijer. Morgen zal hij rondleidingen geven in het Utrechtse stationsgebied. „De ambities waren torenhoog. Hoog Catharijne moest veel meer worden dan het winkelhart van Nederland. Naast de brillenman en de schoenenman kwamen een bioscoop, theater, stiltecentrum, dagmarkt, noem maar op.”

Vernieuwend of niet, de scheiding tussen het hoger gelegen, levendige winkel- en kantorengebied en het donkeroverdekte straatniveau leidde in de praktijk tot onveiligheid. Dieptepunt: de Stationsdwarsstraat, een duistere, overdekte steeg onder de volle lengte van Hoog Catharijne, die in de jaren tachtig uitgroeide tot een beruchte hangplek voor junks, dealers en hosselaars.

Het vaak verguisde Hoog Catharijne wordt momenteel grondig verbouwd. Toch vindt Hugo Priemus, stedenbouwkundige en emeritus hoogleraar aan de TU Delft, het huidige gebouw eigenlijk zo erg nog niet. „Ik loop er met plezier rond”, zegt hij. Priemus prijst het evenwicht tussen enerzijds een bereikbare, levendige stad en anderzijds de woon-, werk- en winkelvoorzieningen in het stationsgebied. „Nergens in Nederland hebben we zo’n groot en succesvol knooppunt. Alleen daarom al is Hoog Catharijne een icoon.”

Zo kan Hoog Catharijne ook gezien worden in architectonisch opzicht. De projectontwikkelaar van het bouwwerk was er tien jaar geleden van overtuigd: ooit wordt Hoog Catharijne een monument van de functionele architectuur. Dat lijkt Hugo Priemus nou juist geen goed idee: „Als er één gebouw is dat met zijn tijd mee zou moeten bewegen, dan is het Hoog Catharijne wel. Dat gebouw moet de ruimte krijgen om voortdurend te worden aangepast.”

En dat gaat gebeuren. Het Utrechtse stationsgebied is al ruim zes jaar lang een troosteloze bouwput. Het gebied beslaat zo’n 150 voetbalvelden en bestaat, naast Hoog Catharijne, uit het belangrijkste treinstation van Nederland, het Jaarbeursterrein en Muziekcentrum Vredenburg.

In 2030 moet aan de bouwput een eind komen: dan heeft Utrecht onder meer een nieuwe OV-terminal (Benthem Crouwel architecten), een nieuw ‘Muziekpaleis’ (architect Herman Hertzberger), een vernieuwd Hoog Catharijne (OeverZaaijer architecten), een nieuw Stadskantoor (architectenbureau Kraaijvanger.Urbis), een nieuwe bibliotheek (Rapp+Rapp architecten) én er stroomt weer water in de gedempte Catharijnesingel.

Het Stadskantoor en Muziekpaleis rijzen al op uit de bouwput. In estafettes presenteren betrokken architecten morgen een greep uit bovenstaande ontwerpen aan het publiek.