Ook Britse militairen zagen ze wel vliegen

Britten die buitenaardse objecten zagen vliegen, werden zestig jaar lang door het ministerie van Defensie serieus genomen. Hun waarnemingen werden door twee ambtenaren genoteerd en onderzocht. Pas eind 2009 werd de desk en de bijbehorende telefoonlijn opgeheven. En daar was goede reden toe, blijkt uit documenten die het Britse National Archives vandaag vrijgeeft (zie: ufos.nationalarchives.gov.uk).

Dat jaar kwamen er 643 waarnemingen binnen, driemaal zoveel als normaal. Met dank aan de populariteit van Chinese lampions, die met een brandend kaarsje door de wind worden meegenomen. Alleen in 1978, toen de film Close Encounters of the Third Kind van Steven Spielberg in de Britse bioscopen te zien was, kwamen er meer meldingen binnen: 750.

Een van de twee ufo-ambtenaren schreef de minister dat in zestig jaar „geen enkele melding over een vliegende schotel ooit iets heeft onthuld over de aanwezigheid van buitenaardse wezens of een militaire dreiging”. In de Koude Oorlog werd nog gedacht dat de onbekende objecten Sovjet-vliegtuigen konden zijn.

Uit de 4.400 pagina’s die nu zijn vrijgegeven, blijkt vooral dat het niet alleen burgers waren die buitenaardse objecten zagen. Ook agenten en militairen zagen ze vliegen. De meeste waarnemingen bleken verklaarbaar. Al was de man uit Carlisle die zei „al jaren met een buitenaards wezen samen te wonen”, waarschijnlijk minder tevreden met het standaard, doch beleefde antwoord: „Het spijt me dat ik u niet verder kan helpen.”

Het opheffen van de desk werd in 2009 overigens niet overlegd met buitenlandse bevriende mogendheden. Dat zou, zo waarschuwde de ambtenaar de minister, door ufologen kunnen worden uitgelegd als een samenzwering.