Een apolitiek signaal, Erdogan voorbij

Het blijft onrustig in Turkije. De demonstranten zijn antiautoritair en geven een boodschap af die verder strekt dan Erdogans beleid, meent Froukje Santing. Ze raakte in Istanbul in de ban van humor en verwarring.

Illustratie Martin Sutovec

De zwijgende, staande man is het nieuwe symbool van de protesten in Istanbul en andere Turkse steden. Na weken van beelden van politie-eenheden die met excessief geweld een nieuwe, goed opgeleide stedelijke generatie met traangas, rubberkogels en waterkanonnen te lijf gaan, heerst nu een beklemmende stilte in het land. De protesten tegen de groeiende autoritaire houding van de regerende conservatief-religieuze en uiterst nationalistische AK-partij -– gepersonifieerd door premier Erdogan – gaan door, op een manier zoals aanvankelijk was bedoeld: zonder geweld en apolitiek.

De stedelijk outcry, op het spreekwoordelijke breukvlak tussen Oost en West, is de afgelopen weken uitvoerig geanalyseerd en becommentarieerd. Menigeen ziet het als een politieke krachtmeting: democratie versus dictatuur of politieke islam versus seculiere politiek. Anderen, onder wie Ian Buruma in deze krant, typeren het vooral als een openlijke klassenstrijd. Hij zet de demonstraten, die volgens hem voortkomen uit linkse en liberale kringen van de stedelijke elite, af tegen hun leeftijdsgenoten uit de provincie die Erdogan aanhangen. Ze zijn armer, hebben minder opleiding genoten en zijn vooral religieuzer.

Het zijn interessante analyses die ongetwijfeld een deel van de Turkse werkelijkheid weerspiegelen, maar die mij de afgelopen weken, wandelend over het Taksimplein en in gesprek met demonstranten in het Gezipark in Istanbul, weinig mentale handvaten boden om de ontwikkelingen écht te kunnen duiden. Laat staan dat ik vervolgens een richting kon ontdekken van hoe deze zelfbewuste, jonge stedelingen hun sociale en culturele ongenoegens denken om te zetten in immaterieel gewin.

Ze willen geen premier die zich opstelt als een sociale ingenieur, als een autoritaire en dwingende vader die vertelt hoe je je kleedt en gedraagt, hoeveel kinderen je krijgt en waarmee je je identificeert. Ze willen meepraten over de richting en inrichting van hun land.

Mij beving in Istanbul een gevoel van opwinding en verwarring tegelijk. Ook ik raakte bijkans verslaafd aan de demonstraties, evenals menig Nederlandse en andere Euro-Turk die spoorslags naar het vaderland van zijn of haar ouders afreisde. De zoete roes dat een nieuwe, apolitieke generatie opstaat die in staat lijkt de huidige kloof in Turkije te overbruggen: tussen de stedelijke, hoog opgeleide en westers georiënteerde oude elite en de nieuwe meerderheid van conservatieve religieuzen met een plattelandsachtergrond die steeds meer de dienst uitmaken.

Maar de drijvende kracht achter de protesten is niet zozeer de oude seculiere politiek versus de nieuwe religieus-conservatieve. Nee, die kracht betreft de ongekende machtshonger en autoritaire houding van Erdogan. Dat als je de meerderheid van de stemmen behaalt, je het voor het zeggen hebt in een democratie, zoals hij onderstreept. De ultieme uitdrukking daarvan was de excessieve manier waarop de premier een einde hoopte te maken aan een sit-in in het Gezipark, ter voorkoming van het kappen van bomen die moeten wijken voor een kitscherig barakkencomplex met winkels.

Mijn verwarring is dat ook dat niet nieuw is. Erdogan en zijn dictatoriale bewind en gewelddadige optreden passen helaas in de Turks-politieke traditie. Ik was in de jaren tachtig en negentig correspondent in Turkije, onder meer voor deze krant. Een periode volgend op drie militaire staatsgrepen waarin de Republikeinse Volkspartij van de oprichter van de Turkse staat, Atatürk, haar stempel op het land bleef drukken. Een periode waarin mensenrechten moesten worden bevochten en minderheden werden onderdrukt, waarin voor hoofddoeken geen plaats was in het openbare leven en waarin neergekeken werd op plattelandsbewoners die zich aan de stadsranden vestigden. „Het Turkse verleden heeft weinig te bieden in termen van democratische inspiratie”, zoals de Turkse historicus Edhem Eldem in de International Herald Tribune betoogde.

In het besef dat zelfs het verleden geen spiegel biedt voor een democratische toekomst ligt voor mij veeleer de analyse besloten van wat zich momenteel in Turkije afspeelt. De veranderingen die de demonstranten voorstaan – vrijheid van geest en verscheidenheid; ze kunnen in tegenstelling tot hun ouders best leven met moskeeën en hoofddoeken – zijn niet te verzilveren in het traditionele Turkse krachtenspel waar politieke leiders weinig idee hebben van hoe de belevingswereld van de nieuwe generatie eruit ziet. Laat staan dat ze aansluiting hebben met hoe jonge mensen zich uitdrukken en zich met elkaar verbinden: via een inzet van sociale media en politieke humor.

Ik heb bijna achttien jaar in Turkije gewoond, maar ik kan me niet herinneren dat ik zoveel heb gelachen als de afgelopen weken. De ene na de andere zotte inval vloog voorbij. Bijvoorbeeld deze in de eerste dagen van de protesten: „Erdogan, wilt u nog drie kinderen zoals wij?” Verwijzend naar de politiek van ten minste drie kinderen per gezin die de premier voorstaat.

Deze generatie opereert apolitiek en staat een antiautoritaire aanpak voor. Haar boodschap reikt verder dan het oor van premier Erdogan en is gericht aan het hele politieke spectrum van het land.

Froukje Santing is freelance journalist en oud-correspondent van NRC Handelsblad in Turkije.