Dierenseks is geen lolletje, en groen opvoeden geen wedstrijd

Bladen voor donateurs zijn er in soorten en maten. Natuurliefhebbers krijgen mooie plaatjes, leden van Amnesty een serieus magazine.

‘Lieve donateur. In deze nieuwe Panda vol lieflijke klanken / willen wij u voor uw steun bedanken / uw hulp doet alle planten en dieren veel goed / want hiermee gaan zij een mooie toekomst tegemoet.”

Het is niet erg lekker binnenkomen in Panda, het Nederlandstalige magazine van het Wereldnatuurfonds. Dit is geen blad voor kinderen (WNF’s kinderblad heet Tamtam, mocht u het willen weten) maar voor de volwassen donateurs van de hulporganisatie. De foto’s in Panda, van babyolifantjes met verstrengelde slurfjes, zijn prachtig. Maar nergens wil het blad de diepte in, of snijdt het wezenlijke onderwerpen aan.

Het blad werkt thematisch, en is aanbeland bij het thema liefde. Dat leidt vooral tot veel artikelen over seks in het dierenrijk. Er is een spread over de lokroep; meervallen blijken te knorren als ze paren, en een alligator produceert een bromtoon die het omringende water doet trillen. En een bioloog die al dertig jaar het liefdesleven in dierenpark Emmen volgt, denkt dat de meeste dieren weinig lol beleven aan seks. „De paring is een riskant moment: je zit vast, en als prooidier ben je dan dus extra kwetsbaar”.

Ook in het liefdenummer: een lollig overzichtje over natuurlijke afrodisiaca. Het gif van de Braziliaanse zwerfspin – dodelijk als er niet binnen een uur tegengif wordt gegeven – blijkt voor de overlevenden tot een oppepper in hun seksleven te hebben gezorgd. Dat gedroogde tijgerpenis ook potentieverhogend zou werken, is dan weer een fabeltje.

Nee, dan Wordt vervolgd, het maandblad voor leden van Amnesty. Dat leest niet als blad voor donateurs van welke organisatie dan ook; het heeft veel stevig gedocumenteerde, kritische achtergrondverhalen. Het blad is naar eigen zeggen volledig journalistiek onafhankelijk. En zo oogt het ook, zelfs in een interview met secretaris-generaal van Amnesty Salil Shetty die een ingrijpende reorganisatie doorvoert. Het blad noemt die „rigoureus”.

Aangrijpend is de fotoserie van Paolo Patrizi, die Nigeriaanse prostituees in Italië portretteerde. Hun afwerkplekken zijn matrasjes in korenvelden langs plattelandswegen. De matrassen ogen groezelig en dankzij de Italiaanse zon toch sereen.

Verder heeft Wordt vervolgd een meta-index gemaakt van de mensenrechtensituatie wereldwijd. Het telde daarvoor uitkomsten van twaalf verschillende ranglijstjes bij elkaar op. Zo maakt het blad The Economist jaarlijks een democratie-index, meet Verslaggevers zonder grenzen de persvrijheid en Transparency International de mate van corruptie. De meta-index levert een verrassende wereldkaart op. Want Ghana mag het dan niet goed doen op de ontwikkelingsschaal van de VN, het scoort veel beter op het gebied van vrijheid. En met de bescherming van mensenrechten zit het in Portugal goed, maar het land doet het minder in de corruptie-index.

Greenpeace heeft een papieren kwartaalblad, GPM, maar stimuleert leden het blad online te lezen: „Daarmee help je het milieu.” Het blad is erg gericht op wat de lezer zelf kan doen, en houdt ieder onderwerp persoonlijk. Zo zagen Ed en Elvire hun elektriciteitsrekening met 90 euro per maand dalen dankzij hun zonnepanelen. „Achteraf viel het eigenlijk reuze mee. Het lijkt een enorm gedoe, maar als je geen haast hebt, levert het ook geen stress op.”

Ook in GPM: praktische tips voor milieubewust opvoeden. „Voor badderen in een babybadje heb je ‘slechts’ 25 liter water nodig, in een groot bad is dat meer dan 100 liter.” Daarbij is het blad mild voor de ouders van Jippe (6) en Raaf (4), die wel op vakantie gaan, „maar niet drie keer per jaar”. „Niemand hoeft een 100 procentscore te halen; groen opvoeden is gelukkig geen wedstrijd.”