Psychologie op de tennisbaan

Maandag begint het Wimbledon-tennistoernooi. Al 25 jaar is Marcella Mesker tenniscommentator bij de NOS, met een psychologiserende stijl. Ooit stond de oud-tennisster 31ste op de wereldranglijst. „Wow, are you a tennisplayer? That’s great!

Marcella Mesker thuis in Den Haag.
Marcella Mesker thuis in Den Haag. Foto Bob van der Vlist

De laatste keer dat Marcella Mesker als tennisprof op de baan stond was in 1988. „Maar ik heb nog steeds een grote naamsbekendheid”, vertelt zij. „Dan sta ik bij de kassa en zeggen mensen: bent u niet die mevrouw die...”

Aan de vooravond van Wimbledon zitten wij aan de keukentafel van haar woning in Scheveningen. Mesker (54) heeft een paar dagen vrij, na twee hectische weken op Roland Garros. Al een kwarteeuw verzorgt zij het commentaar bij tenniswedstrijden voor de NOS. Het werk van sportjournalist is volgens Mesker aanmerkelijk zwaarder geworden. „Je bent de hele dag met je hoofd bezig en de concurrentie is door internet moordend geworden. Als tennisser draait je leven maar om één ding: jezelf en je wedstrijd.”

Terwijl haar echtgenoot Martin Bohm zich in een sporttenue hijst, voert Mesker een gevecht met het koffiezetapparaat. Af en toe roept Bohm, een bekende Zweedse tenniscoach, iets in haar richting. Mesker en Bohm, die elkaar ontmoetten op de perstribune van Roland Garros, zijn duidelijk aan elkaar gewaagd. „Martin is een man met visie”, zegt zij als hij de deur achter zich dicht heeft getrokken. „Ik heb veel van hem geleerd. We zijn al 23 jaar samen. Ik heb geluk gehad in de liefde.”

Mesker groeide op als „rank, braaf meisje” in de Haagse Vogelwijk. Ze werd beschermd opgevoed. „Mijn vader had een eigen zaak. Hij verkocht ijzeren filters voor grote olievaten. Ik kom niet uit een sportief gezin, maar mijn ouders deden alles om mijn tenniscarrière te bespoedigen. Mijn vader bracht mij zaterdags naar de training in Harderwijk. Hij ging daar zitten werken terwijl ik trainde. Na afloop aten wij patat en saté.”

Al snel bleek dat Mesker aanleg had. Op haar elfde werd ze jeugdkampioen van Den Haag. Op haar veertiende speelde ze haar eerste nationale kampioenschap. „Ik schreef mij na het gymnasium in voor een studie geschiedenis, maar heb die nooit afgemaakt. Toenmalig bondscoach Rinus Buitelaar vroeg of ik drie maanden naar Amerika wilde om ervaring op te doen in de lagere tennisechelons. Ik was achttien jaar en had maar één keer in het vliegtuig gezeten.”

Ze is een zondagskind, vindt Mesker. Op school ging zij makkelijk over, ze speelde aardig tennis...en toen dus die reis naar Amerika. „Voor een naïef meisje was dat een grote stap. Ik vond het doodeng, maar mijn ouders moedigden mij aan. Met een koffer vol adviezen stapte ik in het vliegtuig met de bondscoach en twee andere speelsters. Eén van hen zou later een goede vriendin worden [Mariëtte Pakker, tenniscommentator bij Eurosport].

In Amerika „klapte de wereld open”. Alles was groot in de dorpen en steden waar Mesker speelde. Iedereen had een huis met tuin en zwembad. Anders dan in Nederland toonden mensen bewondering als zij vertelde wat zij deed. Voor het eerst hoefde zij zich niet te schamen voor haar passie. Wow, are you a tennisplayer? That’s great!

„Ik werd ingekwartierd bij mensen die mij de sleutel van hun tweede auto gaven. No problem, take the van. Ik haalde mijn rijbewijs op een leeg parkeerterrein voor tien dollar. En ik klom in korte tijd op naar plaats 145 op de wereldranglijst. Mijn zelfvertrouwen groeide met de dag. Toen ik terugkwam werd mij verteld dat ik Wimbledon kon gaan spelen.”

Ze bereikte plaats 31 op de wereldranglijst, maar was geen killer op de baan. „Waarschijnlijk komt het door mijn beschermde opvoeding, maar ik gaf niet alles als tennisster. Ik wilde graag aardig gevonden worden. Ik had de normen en waarden van mijn ouders geïnternaliseerd. Maar als je op de baan staat moet je ook vals uit de hoek kunnen komen. Tennis is een psychologisch spel. Mijn gebrekkige karaktervorming speelde mij parten. ”

Ze typeert haar vader als wantrouwend en bescheiden. Hij was een moeilijk te doorgronden man. „Tijdens de oorlog werd hij opgepakt en zou hij worden afgevoerd omdat hij voedselbonnen uitdeelde en Joden hielp. Via het wc-raampje van de gevangenis in Scheveningen wist hij te ontsnappen, waarna hij twee jaar ondergedoken heeft gezeten. Na zijn dood vertelde mijn moeder dat hij voor de BVD heeft gewerkt. Tot mijn frustratie sprak hij daar nooit over.”

Haar grote succes heeft haar vader niet meer meegemaakt. Toen Mesker in 1981 de derde ronde op de US Open bereikte, lag hij met kanker in het ziekenhuis. „Achteraf denk ik: hadden wij maar meer gepraat. Maar hij was een introvert man die aan een paar woorden genoeg had. Ik zie hem nog vanachter het hek kniebuigingen maken als ik op de baan stond.”

Toen haar vader overleed werd Mesker met gevoelens geconfronteerd waarvan zij niet wist dat zij ze had. „Huilen zag ik als teken van zwakte. Dat deed je als topsporter niet. Ik had een muur om mij heen gebouwd. Dat begon te wringen op het moment dat ik mijn vader verloor. ‘Zorg goed voor je moeder’, zei hij vlak voor zijn dood. Die woorden zal ik nooit vergeten.”

Sinds de dood van haar vader en de geboorte van haar dochter Lisa, achttien jaar geleden, is Mesker veel emotioneler geworden. „De tranen biggelen over mijn wangen als ik een programma als Obesitas kijk. Ik schaam me dood en huil vaak stiekem. Maar ja, het is wel wie ik ben. Ik heb de laatste jaren veel nagedacht over mezelf. Wat wil ik met mijn leven? Waarom kost het zo veel moeite beslissingen te nemen? Waarom word ik door twijfel geregeerd? Toen ik vijftig werd heb ik mezelf toegesproken: het is nu klaar met die onzekerheid, Marcella. Je woont in een mooi huis, je hebt een heerlijk gezin, er staat geld op je bankrekening en je wordt nog steeds gevraagd voor dingen. Ik ben trots op mijn prestaties en verberg dat niet meer.”

Van mensen die haar psychologiserende commentaarstijl bekritiseren trekt Mesker zich naar eigen zeggen niets aan. Ze realiseert zich dat zij het niet iedereen naar de zin kan maken en een goede commentator laat wat haar betreft de mens achter de tennisser zien. „Als commentator moet je de balans zien te vinden tussen techniek, tactiek en psychologie. Met name die laatste categorie wordt vaak onderschat. Wie wil begrijpen waarom Novak Djokovic zo goed is, moet zich verdiepen in zijn levensgeschiedenis. Novak was vijf jaar toen hij zich bij Jelena Gencic, zijn eerste tenniscoach, meldde. Met een tas vol rackets, een waterfles, een hoofdband en handdoeken. „Wat kom je doen”, vroeg ze. „Trainen”, antwoordde hij. Jelena keek in zijn ogen en zag een kampioen.”

Toen Djokovic elf jaar was trainde hij in Belgrado, terwijl de bombardementen aan de andere kant van de stad te horen waren. De Serviër was voor niets of niemand bang. „Dat soort anekdotes vertel ik als Djokovic een vijfsetter wint vanuit een achterstandpositie. Het verklaart deels waarom hij het zo ver heeft geschopt”, zegt Mesker.

Ook tijdens Wimbledon zal zij de internationale tennistop observeren vanuit haar commentaarhokje. Ze verheugt zich op het grastoernooi, waar zij in 1979 haar eerste grandslamduel speelde en zeven jaar later haar voorste kruisband afscheurde. Op de vraag wie de titel gaat winnen, zegt Mester: „Ik hoop Andy Murray. Vorig jaar verloor hij van Federer, waarna hij op dezelfde plek goud won bij de Olympische Spelen. De hype rond Murray op Wimbledon is crazy. Als hij wint biggelen de tranen vast over mijn wangen.”