Uitzicht op de hemel

James Turrell tovert vanaf morgen het Guggenheim Museum om in een spectaculair lichtkunstwerk. De kunstenaar wordt deze zomer wereldwijd geëerd met exposities.

James Turrell, ‘Aten Reign’, 2013. Studie voor een installatie in het Guggenheim Museum in New York
James Turrell, ‘Aten Reign’, 2013. Studie voor een installatie in het Guggenheim Museum in New York Foto James Turrell

Het is een kunstwerk waar al jaren reikhalzend naar wordt uitgekeken. Decennia zelfs. Toen de Amerikaanse kunstenaar James Turrell (Pasadena, 1943) in de jaren zeventig begon te werken aan Roden Crater, een landschapswerk in een 400.000 jaar oude vulkaankrater nabij Flagstaff, Arizona, schatte hij dat de klus rond 1990 geklaard zou zijn. Maar gaandeweg werd zijn project steeds ambitieuzer. De opening werd verlegd naar het millennium, toen naar 2011 en nu durft niemand meer een datum te noemen. We zijn veertig jaar verder en Roden Crater is nog steeds ‘under construction’.

In de tussentijd heeft de vulkaan, die een doorsnede heeft van zo’n anderhalve kilometer, zo’n 40 miljoen dollar opgeslokt. Turrell heeft tonnen en tonnen aan roestbruin woestijnzand verplaatst om een perfecte ellipsvormige krater te maken. Hij groef kilometers aan tunnels, holde kamers uit in de kraterwand, maakte openingen die volgens astronomische precisie zicht bieden op zon, maan en sterren. Roden Crater moet, aldus de kunstenaar, een „observatorium voor het blote oog” worden. Een reusachtige telescoop waar je als kijker doorheen kunt lopen. Een plek waar je de meest intense zonsopgangen kunt beleven, of de mooiste maansverduisteringen. Een bestemming die niet onderdoet voor prehistorische monumenten als het Mexicaanse Chichen Itza of het Ierse Newgrange.

Ten minste, als Roden Crater ooit af komt.

Tot die tijd kunnen fans van James Turrell hun hart ophalen aan de vele tentoonstellingen die deze zomer aan de kunstenaar worden gewijd. Turrell is op 6 mei zeventig geworden en dat wordt in de Verenigde Staten groots gevierd met onder meer een solotentoonstelling in het Guggenheim Museum in New York, een retrospectief in het Los Angeles County Museum of Art en een overzicht in het Museum of Fine Art in Houston.

Vooral de tentoonstelling in het Guggenheim, die morgen opent, belooft spectaculair te worden. Turrell heeft daarvoor een nieuw werk gemaakt, Aten Reign, dat het hele gebouw van Frank Lloyd Wright laat baden in een mysterieus, diffuus licht dat steeds van tint verandert. „De kleur van het licht zal bijna onmerkbaar verglijden”, zo omschrijft de kunstenaar het werk in een recent artikel in Artforum. „Alsof je kijkt naar verf die langzaam opdroogt. Of staart naar het langzaam veranderende licht van een zonsondergang.” De hellingbanen van Wrights befaamde museumgebouw worden voor deze tentoonstelling afgesloten – bezoekers kunnen het spektakel alleen vanaf de begane grond aanschouwen. Het Guggenheim wordt door Turrell gevuld met iets wat immaterieel en ongrijpbaar is: het museum als een container vol licht.

Ook dichter bij huis wordt Turrell dit jaar geëerd. Het Muhka in Antwerpen heeft onlangs Turrells observatorium gerestaureerd; het staat sinds 1996 op het dak van het museum. Deze zogenaamde Skyspace is sinds deze week weer te bezoeken. Als je er, zittend op een van de houten banken, achterover leunt en door de vierkante opening in het dak naar de wolkenhemel staart, maakt zich direct een weldadige rust van je meester. Het geluid van de stad lijkt ver weg, terwijl de lucht zo dichtbij is dat je het gevoel hebt dat je hem aanraken kunt. Turrell biedt ons een uitsnede van de hemel, een venster dat uitnodigt tot langdurig kijken en wegdromen. Hij bouwt oases voor de geest.

Kosmische cowboy

Met zijn lange grijze baard en zijn cowboyhoed is Turrell – bijnaam: ‘Cosmic Cowboy’ – een aparte verschijning in de kunstwereld. Behalve kunstenaar is hij ook piloot en rancher. Zijn vliegbrevet haalde hij al op zijn zestiende en zijn eerste bijbaantje bestond uit het distribueren van mijnwerkers in afgelegen gebieden in het Wilde Westen van Amerika. De cockpit beschouwt Turrell nog altijd als zijn ideale atelier. „Ik doe mijn beste observaties vanuit de lucht.” Ook Roden Crater, genoemd naar de vroegere eigenaar William Rhoden, ontdekte hij tijdens een van zijn vele vliegtochten. Niet ver van de Grand Canyon, op een plateau in de Painted Desert, stuitte hij op de krater van zijn dromen en maakte er een spontane landing. Om een lening van de bank voor het terrein te krijgen, moest hij een ranch beginnen. Zodoende is Turrell ook eigenaar van enkele duizenden Angusrunderen.

Het was tijdens zijn studietijd aan Pomona College in Californië dat Turrell, afkomstig uit een familie van Quakers, voor het eerst ontdekte dat licht niet alleen iets kon uitlichten, maar zelf ook een tastbare vorm kon hebben. Turrell verdiepte zich op Pomona vooral in psychologie en sterrenkunde, maar volgde ook lessen kunstgeschiedenis. En terwijl hij keek naar de diaprojector die de abstracte schilderijen van Barnett Newman en Mark Rothko – zijn helden – projecteerde, zag hij opeens de schoonheid van de lichtstraal zelf.

Licht is substantie, het is fysiek, ontdekte Turrell. Hij ervoer het toen hij eens met zijn vliegtuigje dwars door het noorderlicht vloog en de groene fonkelingen als sluiers aan zijn vleugels bleven hangen. Sindsdien is Turrell geobsedeerd door licht. In musea in heel de wereld richtte hij ruimtes in waar hij de ogen van bezoekers fopte met wanden en kleurvlakken die bij nader inzien van licht waren. In tuinen en natuurparken bouwde hij talloze paviljoentjes – Skyspaces zoals die in Antwerpen – om het licht te bestuderen. In een Schotse Skyspace kan het licht vochtig en diffuus zijn, terwijl het licht in een Skyspace in de woestijn van Arizona pijn doet aan je ogen.

Ook bouwde hij minikraters, zoals in Kijkduin, waar je, liggend op je rug, kunt ervaren hoe de hemel zich als een koepel boven je ontvouwt – als een kaasstolp die op de kraterrand leunt, een hemels gewelf. Altijd draait het bij Turrells kunst om de ervaring van de beschouwer. „Mijn werk gaat niet om wat ik zie maar om wat jij ziet”, zegt hij. „Er staat niemand tussen jou en jouw ervaring.” Dat maakt zijn werk zo meditatief, zo magisch.

Turrells doel is om in iedere tijdzone van de wereld ten minste één Skyspace te bouwen. Tot nu toe heeft hij er al 82 gerealiseerd, in 25 verschillende landen, op plekken ver buiten de grote kunstcentra, zoals in Tasmanië of Yucatan. Sommige zijn publiek toegankelijk, maar de meeste zijn gebouwd voor privéverzamelaars. Turrell is razend populair onder excentrieke miljonairs. Hij vliegt ze rond in een van zijn acht antieke vliegtuigen, die hij in een hangar in Flagstaff heeft staan. Met de opdrachten voor Skyspaces financiert hij de bouw van Roden Crater. Ze dienen slechts als vingeroefeningen voor wat Turrells magnum opus moet worden. „Ik ben het repertoire dat ik toepas in Roden Crater op al die verzamelaars aan het uitproberen”, aldus Turrell, afgelopen maand in The New York Times. „Maar ik denk niet dat ze zich gebruikt voelen.”

Zelf blijft de kunstenaar er heilig in geloven dat hij zijn levenswerk zal afronden voor hij sterft. Tot voor kort ondertekende hij zijn e-mails met de kreet ‘Sooner or later … Roden Crater’. Maar recentelijk hanteert hij een optimistischer slogan: ‘Sooner than later, Roden Crater.’

Het draagt alleen maar bij aan de geruchten onder Turrell-fans dat de krater nu echt zijn voltooiing nadert. En mocht de kunstenaar toch voortijdig overlijden, dan ligt er een gedetailleerd plan met bouwtekeningen klaar.

Roden Crater gaat er komen, hoe dan ook.

Tentoonstellingen James Turrell. 21 juni t/m 25 sept in het Guggenheim Museum, New York. Inl: guggenheim.org. T/m 6 april 2014 in het Los Angeles County Museum of Art. Inl: lacma.org. T/m 22 nov in het Museum of Fine Arts, Houston. Inl: mfah.org