Te veel managers in de kunst

Managers uit het bedrijfsleven domineren raden van toezicht en besturen van culturele instellingen. Daardoor krijgen directies van musea, orkesten, theater- en dansgezelschappen vaak niet genoeg weerwerk bij het bepalen van hun toekomststrategie. Dat blijkt uit een onderzoek dat adviesbureau Camunico vandaag publiceert en uit een inventarisatie van NRC Handelsblad.

Uit de inventarisatie bij 66 instellingen blijkt dat bijna de helft van de toezichthouders en bestuursleden bij culturele instellingen afkomstig is uit het bedrijfsleven. In het overgrote deel van de toezichtsraden en besturen zit slechts één persoon uit de cultuursector.

Volgens het onderzoek zijn directies en hun raden van toezicht vaak te veel gericht op het verbeteren van de bedrijfsvoering en opvoeren van de inkomsten, en te weinig op vernieuwing. „Van mensen met een zakelijke achtergrond kun je niet verwachten dat ze bedenken hoe culturele instellingen op een andere manier succesvol kunnen zijn”, zegt Jaap Winter, hoogleraar corporate governance aan de Universiteit van Amsterdam.

Camunico heeft samen met Winter en Erik van de Loo (Universiteit van Tilburg, Insead) onderzoek gedaan naar de wisselwerking tussen directies en raden van toezicht bij tien instellingen, waaronder het Rijksmuseum, het Concertgebouw, FOAM en Conny Janssen Danst.

Nieuw type cultuurbestuur nodig: Cultureel Supplement, pagina 6