Maak vader bekend bij lesbische ouders

Een lesbienne mag niet alleen door huwelijk meemoeder worden, vinden Kitlyn Tjin A Djie en Irene Zwaan.

Deze week werd in de Senaat hoorzitting gehouden over het wetsvoorstel lesbisch ouderschap. Het COC kan niet wachten tot de wet wordt ingevoerd, daarbij voorbijgaand aan het recht van het kind om zijn biologische moeder én vader te kennen. Er zijn twee momenten in het leven van een kind waarop de vader schromelijk kan worden gediscrimineerd. Dat is bij de geboorte en ten tijde van de scheiding van de ouders. Deze discriminatie moet worden aangepakt, te beginnen bij de geboorte.

Jaarlijks worden in Nederland duizenden kinderen geboren bij wie op de akte staat dat de vader onbekend is. We pleiten ervoor dat de vrouw en de man per definitie samen de verantwoordelijkheid moeten dragen. De vader moet verplicht geregistreerd worden en zijn verantwoordelijkheid nemen, ook al wil hij misschien liever weglopen. En als dergelijke wetgeving ertoe leidt dat vrouwen onrechtmatig de verkeerde vader aanwijzen, dan moet dat onderzocht kunnen worden met een dna-test en dan zullen daar sancties voor moeten komen. In Costa Rica is deze wetgeving ingevoerd en dat leidt daar tot een drastische verlaging van het aantal vaderloze kinderen.

Kortom, het moet niet meer mogelijk zijn om ‘vader onbekend’ in te vullen bij aangifte van het kind. Ieder kind heeft recht op zijn biologische moeder en vader. Dat recht zou boven de individuele keuzevrijheid van een moeder moeten staan.

Dat het zover nog niet is, blijkt uit het in oktober 2012 door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel inzake lesbisch ouderschap. De niet-biologische moeder kan daardoor voortaan juridisch ouder worden zonder dat zij daarvoor naar de rechter moet. Als sprake is van een onbekende zaaddonor, kan de tweede moeder automatisch juridische ouder worden door huwelijk. In alle andere gevallen kan zij het kind erkennen. Op basis van CBS-cijfers wordt ervan uitgegaan dat tweehonderd tot vierhonderd moeders jaarlijks van de nieuwe regeling gebruik zullen maken.

De regeling stuit op verzet bij onder anderen twee vooraanstaande vrouwelijke juristen. Voormalig kinderrechter Nanneke Quik-Schuijt, lid van de Eerste Kamer voor de SP, verzet zich ertegen dat wettelijk wordt geregeld dat – zoals ze zegt – een kind van twee vrouwen afstamt. „Een kind heeft het recht om zijn biologische afkomst te kennen.” Ook hoogleraar rechtstheorie Dorien Pessers spreekt zich krachtig uit tegen de regeling: „De onbekende spermadonor wordt met de wet weggeschreven uit het leven van het kind. Het gebruik van onbekende en anonieme donoren moet krachtig ontmoedigd worden, omdat het in strijd lijkt met de rechten van het kind”.

Opvallend is dat de wet zich beroept op het belang van het kind. Het probleem is dat iedereen een andere invulling geeft aan ‘het belang van het kind’. Het perspectief van het kind zelf en van de vader blijft buiten beschouwing. Over de rug van het kind maakt een nieuwe wet het voor veel lesbische moeders aantrekkelijk om een onbekende donor te kiezen. Hoe kan het nu in het belang van een kind zijn dat het niet weet wie zijn vader is?

Kitlyn Tjin A Djie is familietherapeut. Irene Zwaan is auteur van De afwezige vader bestaat niet en waarom vaders niet moeten moederen.

    • Kitlyn Tjin A Djie
    • Irene Zwaan