Ik wil een gladde uitslover zijn

Televisiepresentator Valerio Zeno droomt al zijn hele leven van een amusementsprogramma bij RTL4. „Alles wat ik doe, is een weg daar naartoe.”

Foto Roger Cremers

Natuurlijk is het leuk om de ontwerper van de Ferrari te zijn. Maar liever wil Valerio Zeno (29) in die Ferrari rijden.

Met andere woorden: fantastisch om de bedenker van een programma als The Voice of Holland te zijn, maar liever is Zeno de presentator ervan. Dat was als kind zijn droom, en dat is het nog steeds.

De droom is nog niet verwezenlijkt, maar hij is hard op weg. Via 6pack ging hij naar TMF, tot hij in 2008 overstapte naar BNN. Daar presenteert hij nu zijn vijfde seizoen Je zal het maar hebben, een programma waarin jongeren met een ziekte, aandoening of handicap vertellen over hun leven.

Zeno interviewt hen op zijn herkenbare wijze: droogkomisch, zonder zichtbaar medelijden, alsof hij met zijn vrienden praat. „Die mensen hebben een klap gekregen en denken: wat kan ik nog wel? Ik zou denken: wat kan ik níét meer? Ik ben een perfectionist. Ik vis altijd eerst de fouten eruit. In hun situatie zou ik mezelf opsluiten in huis.”

U heeft zelf ook wat: een hartafwijking.

„Klopt, maar ik was twee toen ik geopereerd werd, ik heb daar niets van meegekregen. En ik voel me nergens in geremd. Tussen mijn dertigste en vijfendertigste heb ik waarschijnlijk een donorhartklep nodig, maar die ingreep is niet echt gevaarlijk en er is geen wachtlijst voor, zoals bij een nier. Een donor- of kunstklep gaat ongeveer twintig jaar mee, en je kunt ’m niet oneindig blijven vervangen. Ik ga ervan uit dat ik zestig word, en dat vind ik oké. Ik stel me erop in dat ik niet oud word. En wie weet, kunnen ze er tegen die tijd wel een batterij instoppen.”

U staakte uw mbo-opleiding tot cameraman al na een half jaar. Dacht u niet dat u een opleiding nodig zou hebben?

„Ik was niet overmoedig, als je dat bedoelt. Ik heb nooit gedacht dat het een makkie zou worden. Maar wel dat het goed zou komen. Er bestaat geen handboek waarin staat hoe je een baan krijgt bij de tv. De één maakt zijn school af, de ander rolt erin. Er is uiteindelijk maar één manier om te laten weten dat je bestaat, en dat is solliciteren.”

Waarom wilde u presentator worden?

„Ik vond de studio’s van televisieshows mooi, de decors, het publiek, de prijzen. Henny Huisman was de lieve presentator, André van Duin de grappige, Ron Brandsteder de serieuze. Allemaal echte mannen. Maar toen kwam Rolf Wouters. Zijn haar zat goed, hij had een mooi pak aan, had zelfspot, wauw. Hij was de nieuwe generatie, een flitsende, jonge gast.”

Hij was uw voorbeeld?

„Ja. Een gladde uitslover, dat wilde ik zijn.”

Oefende u, als kind?

„Nee. Maar ik dacht wel na over hoe ik het zou doen. Het leek me tof om op allerlei verschillende manieren op te komen, ik hield van het verrassingseffect. Dat vond ik ook zo leuk aan Uhhh… Vergeet je tandenborstel niet!. Er kwam meel uit het plafond, en het publiek wist nooit wanneer. Dat wist alleen Rolf Wouters.”

Zo’n echt amusementsprogramma heeft u niet gepresenteerd.

„Zulke programma’s werken niet meer. De spanningsboog van jongeren is mede door YouTube verschoven naar maximaal drie minuten. Alles moet veel sneller.

„Ik ben pas 29. Er is nog tijd zat. Dat amusementsprogramma dat ik wil maken, zal een heel nieuwe vorm krijgen. Ik heb daar wel ideeën over, maar dat zijn mijn gekoesterde geheimen.”

U wilt er niets over zeggen?

„Het is net als met dat mensenvlees eten. Dat idee zat ook al zeven jaar in mijn hoofd. Ik heb er nooit over gesproken, totdat ik Proefkonijnen ging presenteren; dat was een programma waarin het perfect paste. En nu ben ik wereldwijd de eerste presentator die mensenvlees gegeten heeft. Natuurlijk ga ik mijn andere ideeën niet in de krant laten zetten.”

Vindt u uzelf beter als u samen met uw collega-presentator Dennis Storm presenteert?

„Ik kan het alleen net zo goed. Maar samen met Dennis wordt er wel meer olie op het vuur gegooid. Dennis is rustig, maar wordt losser als we samen zijn. Ik word door hem wat wilder.”

Ik vind u eerder rustig dan wild.

Zeno zucht, licht geïrriteerd. „Zo lijkt het meteen weer zwart-wit. Als ik normaal een 4 ben en samen met Dennis een 6, dan ben ik nog steeds geen Tasmanian Devil. Ik ben heel rustig. Maar ik voer geen act uit op tv. Als ik iemand interview, moet ik het voortouw nemen. Dat gaat vanzelf.”

Wat maakt u een goede presentator?

„Ik vind het goed dat ik anders ben dan de rest. Al is het maar hoe ik praat. Ik pas geen wondermiddeltje toe in mijn interviews voor Je zal het maar hebben. Ik behandel die mensen net als mijn vrienden en dat is blijkbaar het geheim.”

In een column op de website van HP/de Tijd, over een interview met u in Volkskrant Magazine, ging het over uw ‘geleende stijl’ en uw ‘enge snorretje’. Dat zou geen nonchalance zijn, zoals de Volkskrant schreef, maar bestudeerde gekunsteldheid.

Zeno lacht. „Ik las het, ja.” Even later: „Natuurlijk, dat snorretje zit tot in detail goed geknipt. Dat is inderdaad geen nonchalance. Die columnist heeft het interview goed gelezen.” Weer even later: „Elke stijl is geleend. Ik zie toch dingen om me heen die ik tof vind?”

Een paar jaar geleden zei u dat u rond uw dertigste weg zou gaan bij BNN. Denkt u dat nog steeds?

„BNN gaat fuseren met de VARA, misschien biedt dat nieuwe mogelijkheden. Ik wil mezelf blijven ontwikkelen. Blijven zitten is heel gemakkelijk, maar je moet jezelf soms in het diepe gooien. Ik droom al mijn hele leven van RTL4. Ik zie ook wel dat het daar nog te vroeg voor is. Maar alles wat ik nu doe, is een weg daarnaar toe. Ik wil gewoon amusement maken. Zo simpel is het echt.”