Opinie

Berlijn: wilde gedachten en pure theaterpret

‘La bohème’ in de regie van Lotte de Beer.
‘La bohème’ in de regie van Lotte de Beer. Foto Olivier Middendorp

Zo intiem speelt Toneelgroep Amsterdam Tsjechovs De Meeuw dat op de eerste rij een mevrouw opstaat en naar het podium loopt. Ze tikt een van de personages, die in een kring zitten, op de schouder en gebaart: effe opzij, je zit in mijn beeld. Het personage wordt actrice en die actrice schrikt. En ze verzet haar stoel. De mevrouw gaat zonder haast terug op haar plek.

Die mevrouw moet zich laten nakijken.

Hoewel, ze deed de voorstelling eigenlijk eer aan. Ongewild bewees ze hoe goed Thomas Ostermeier dit stuk regisseerde. Er is niks realistisch aan, behalve die twee witte kippen in een opgewekte gastrol. Niettemin sleept deze Meeuw direct het publiek zijn wereld in, en wel zo heftig dat een vrouw zich gedraagt of ze thuis is. Ostermeier is te gast, net als zijn kippen. Hij leidt de Schaubühne am Leniner Platz. Legendarisch Berlijns gezelschap.

Berlijn speelt een hoofdrol in Oh boy, hoor ik, een zomerhit in de filmtheaters. Ik heb mijn twijfels. Jan Ole Gerster, de maker van Oh boy, leeft zijn Berlijn-Schwärmerei uit in imitatie van de goeie ouwe Amerikaanse filmcinema uit de jaren zestig en zeventig. Grootheden als John Cassavetes en Robert Frank zijn vergeten door velen, maar niet door hem. In hun wereld is film zwart-wit, en muziek trage jazz. Het daglicht lijkt op kunstlicht. En hun stad is New York.

Ik ga naar Berlijn en zie dat Oh boy over die stad gaat, zoals Good Bye Lenin! over de DDR: het is buitenkant. Ik zie niks van het Berlijn van Oh boy, ik zie een zonnige stad in de ban van het bezoek van president Obama. De drukte doet me denken aan Berlin – Die Sinfonie der Großstadt van Walter Ruttman. Een film uit 1927, maar hij raakt nog steeds iets eeuwigs. Het Berlijnse gewoel van mensen in chaotische liefdesverhouding tot hun stad, dat zat in die film en dat voel ik om me heen. In Oh boy is Berlijn een decor dat lijkt op het New York van de vorige eeuw. Een Berlijn dat weinig meer doet dan de kreet van wanhoop uit de titel bevestigen, telkens als de hoofdpersoon beseft dat zijn leven een desillusie is: oh boy… o jee.

Ja, Berlijn is verscheurd en dat voel je nog steeds, maar wanhopig? Nee.

Wat mij betreft is Berlijn synoniem met Jac Heijer. Door velen vergeten, maar niet door mij. Toneelcriticus van NRC Handelsblad, tot de aids hem wegvaagde in 1991. Look-alike van Andy Warhol, wat hij cultiveerde met een azuurblauwe of paarse bril. Hij ging elke avond naar het toneel. Ik liep achter hem aan en leerde hoe je de vrijheid moet nemen om te kijken, je mee te laten slepen en dan iets te denken.

Hij liep ook voor één keer achter mij aan, op het filmfestival van Venetië. Hij verstoorde de persconferentie van Robert Altman. Altman had een toneelstuk verfilmd, Jac vond het niks en die filmcritici vond hij maar idolaat, dus begon hij luid te zingen op de wijs van ‘Happy Birthday’: „Robert Altman to you, Robert Altman to me.”

Jee, Jac, moest dat nou? „Je moet wel durven keten, vrouwtje Roodnat”, zei hij.

En nu fiets ik door zijn Berlijn. Het Berliner Ensemble zit nog altijd aan de Bertold-Brecht-Platz. Jac zag er de stukken van Heiner Müller, ik dommel bij een museale voorstelling over Kurt Tucholsky. Ze doen hier veel als vroeger, in de oude stijl en soms kopiëren ze zelfs voorbije ensceneringen. Toneel is een vluchtige kunst, dat hoort bij de magie. Hier is het een wolk in een stolp: condens. Een stuk krijgt een volgende kans om te knetteren zodra een theatermaker er een volgende visie op loslaat. Daarom snoof Jac van voorpret, elke keer als hij het seizoensplan van een gezelschap zat te lezen.

Bij Ostermeiers Schaubühne trekken ze alle registers open. For the Disconnected Child (regie Falk Richter) is een tomeloze samenspraak van acteurs, operazangers, video, dansers die zich van trappen gooien en de IJslandse rockvocalist Helgi Hrafn Jónsson. De 19de-eeuwse sociale codes beperkten de liefde net zo wreed als die van Facebook en datingsites nu, zegt het stuk, van een vluchtig contact wordt veel te veel verwacht. Het zit erg vol, maar wat dan nog? Dit is grandioos keetschoppen.