Bedrijfsleven domineert besturen bij culturele instellingen

Dordrechts Museum.
Dordrechts Museum. Foto ANP / Robert Vos

Managers uit het bedrijfsleven domineren besturen en raden van toezicht van culturele instellingen. Dat blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad onder 66 culturele instellingen. Uit de inventarisatie blijkt dat het vooral (voormalige) medewerkers betreft van multinationals.

Voor de inventarisatie is de samenstelling van besturen en raden van toezicht van 66 culturele instellingen via websites, jaarverslagen en e-mails op een rij gezet. Het gaat om 18 musea, 9 orkesten, 3 operagezelschappen, 3 muziekensembles, 12 toneelgezelschappen, 4 dansgezelschappen, 2 grote festivals, 10 podia, 3 fondsen en 2 beeldende-kunstinstellingen. In totaal gaat het om 382 functies.

Uit de inventarisatie blijkt dat functies bij culturele instellingen vooral vervuld worden door (voormalige) managers uit het bedrijfsleven, vaak van grote multinationals als Shell, KLM, Heineken, Aegon, ABN Amro, KPN, Philips, Akzo Nobel en Unilever. Bij regionale instellingen zijn ook Rabobankiers te vinden.

Een tweede grote groep is die van accountants, advocaten en consultants, vaak van grote kantoren als KPMG of PWC. De derde groep zijn mensen die een eigen adviesbureau hebben, vaak in communicatie. Slechts een enkeling bekleedt meerdere posities zoals Marry de Gaay Fortman van advocatenkantoor Houthoff Buruma en Alexander Rinnooy Kan (ex-ING, ex-SER en actief lid van D66). Ze zitten beiden in drie raden van toezicht.

Weinig mensen uit de culturele wereld zelf zitten in besturen

Opvallend is dat het aantal mensen uit de culturele wereld ver achterblijft in de besturen, met gemiddeld slechts één per instelling. Vaak gaat het dan om mensen met een culturele managementfunctie. Uitvoerend kunstenaars zijn zelden lid van een bestuur of raad van toezicht.

Musici zijn soms lid van het bestuur van een orkest en bij de beeldende kunstinstellingen Witte de With en De Appel zijn scheppende kunstenaars stevig vertegenwoordigd. Maar die twee vormen een uitzondering. Bij instellingen als Toneelgroep Amsterdam, het Nederlands Symphonie Orkest en dansgezelschap Scapino komt geen enkel lid uit de culturele sector.

Meer links dan rechts in besturen

Drie jaar geleden, toen het kabinet-Rutte I besloot tot forse cultuurbezuinigingen, viel op dat in de raden van toezicht evenveel actieve leden van de rechtse regeringspartijen zaten als van linkse partijen. Sindsdien valt de balans uit naar links. Regeringspartij PvdA is met 25 ex-ministers, parlementsleden, provinciale of gemeentelijke (ex)politici het zwaarst vertegenwoordigd bij de cultuurinstellingen.

De (voormalige) politieke VVD-zwaargewichten Gerrit Zalm, Annemarie Jorritsma en Hans Hoogervorst en PvdA’ers Wim Kok en Jacques Wallage zijn weg uit het culturele bestuur. Daar zijn oud-ministers Wouter Bos en Guusje ter Horst voor teruggekomen. Bij de toezichthouders met een politieke achtergrond gaat het veelal om (ex)burgemeesters, wethouders of gedeputeerden. Hun aantal, 58 van de 382, wijst op het dalende belang van de politieke connectie. Wel hebben de meeste raden van toezicht minimaal één lid met goede relaties met de overheid.

Bijna twee keer zoveel mannen in besturen

Hoewel de culturele sector er een is waar veel vrouwen werkzaam zijn en vrouwelijke bezoekers vaak de overhand hebben, zijn ze in de raden van toezicht en besturen ondervertegenwoordigd. Bij de vijftig instellingen die drie jaar geleden ook deel uitmaakten van een inventarisatie door NRC, is ongeveer de helft van de leden van toezichtsraden vervangen. Daarbij is voor een aanzienlijk deel gekozen voor mannen uit het bedrijfsleven.