Opinie

Maarten Schinkel Wij zijn de Chinezen van Europa

Brunei, Saoedi-Arabië, Koeweit, Qatar, Nederland: welk land hoort in dit rijtje niet thuis? Antwoord: geen. Al deze landen (en nog wat andere oliestaten, Singapore en Zwitserland) hebben in 2015 een overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans van meer dan 10 procent.

De prognoses voor de olielanden komen van het IMF. De raming voor Nederland komt van vorige week, van De Nederlandsche Bank. Het overschot van gemiddeld 12,2 procent dat DNB in 2015 in Nederland voorziet, is een nationaal record. Nog nooit was de stroom geld uit het buitenland naar hier zo groot.

Dat saldo op de lopende rekening is door DNB voor 2015 niet uitgesplitst, maar het zal, gezien de samenstelling van dit moment, voor ruim tweederde afkomstig zijn uit de handel in goederen, voor bijna een kwart uit netto-inkomsten uit effecten en investeringen en voor eenzesde uit de handel in diensten; dit alles verminderd met inkomensoverdrachten naar het buitenland.

Grotere landen zouden op elk internationaal forum spitsroeden lopen met een betalingsbalansoverschot als het onze. Want, bedoeld of niet, een blijk van internationale solidariteit is het niet echt. Nederland komt er tot nu toe mee weg. Over het Duitse overschot wordt internationaal, en in de muntunie, geklaagd. Over het Chinese overschot nog veel meer. Maar beide zijn verhoudingsgewijs nog niet de helft van het Nederlandse.

Maakt het ons wat uit? Op het eerste gezicht niet. Maar kijk er eens tegenaan zoals wij naar de Chinezen kijken. We zien hun overschot als een symptoom van een disbalans. Te veel gericht op geld verdienen aan het buitenland, ten koste van de binnenlandse consumptie. De Chinees-in-de-straat zou een stuk welvarender kunnen zijn als het economisch model zich meer zou richten op het opbouwen van welvaart onder de bevolking en de opkomst van een brede middenklasse dan op het succes van de exportindustrie.

Zo bezien zou het Nederlandse overschot op de betalingsbalans eveneens het symptoom kunnen zijn van onderconsumptie. En dat gaat natuurlijk verder. Er is een samenhang met het feit dat volgens De Nederlandsche Bank de reële inkomens nu al vijf jaar dalen. De 6 miljard bezuinigingen voor 2014 die het kabinet nu overweegt, zijn in de prognoses van de bank nog niet meegenomen. Grote kans dat die, via haastige lastenverzwaringen, leiden tot een verdere verslechtering van de besteedbare inkomens. En dus, bijvoorbeeld, via het teruglopen van de invoer, tot een verdere verbetering van de goederen- en dienstenbalans.

Dat overschot van 12,2 procent op de betalingsbalans in 2015 zou, kortom, zelfs nog hoger kunnen uitvallen. Het is vaker gezegd: we zijn de Chinezen van Europa. En we wijzen de anderen op hun verantwoordelijkheid voor de crisis en haar lange duur. Dat is best consequent voor een land dat zichzelf ook al geen belastingparadijs noemt.

Maarten Schinkel is economisch commentator van NRC. Op deze plek schrijft hij elke woensdag een column over economie.