Varkens met een missie

Twee varkens op het Rotterdamse schiereiland Katendrecht worden verzorgd door omwonenden.

Slome Japie en Blonde Arie.
Slome Japie en Blonde Arie. Foto Walter Herfst

„Ik moet even langs Japie en Arie”, hoor je sinds kort geregeld in huishoudens op het Rotterdamse schiereiland Katendrecht. Iedereen kent er Slome Japie en Blonde Arie: twee varkens. Op een braakliggend terreintje hebben ze een modderveld met een door Buromarsille ontworpen huis en omheining van pallets en sloophout. Daartussen zie je de twee biggen liggen – wroetend, snuffelend, luierend. Japie en Arie worden om beurten verzorgd door omwonenden. Tal van deze stadsmensen zijn zich sinds eind april spontaan varkensboeren gaan noemen. Ook al zijn het vooral hoog opgeleide nieuwkomers die de laatste jaren naar Katendrecht verhuisden.

De gemeente heeft veel geïnvesteerd om deze achterstandswijk op Rotterdam-Zuid te upgraden. Tien jaar geleden durfden taxi’s er niet heen, nu scoort het een 9.0 op de veiligheidsindex en staan de klushuizen in glossies. De nieuwe bewoners, veel vormgevers en architecten, koesteren het ruige verleden van de zeemans- en hoerenbuurt – Blonde Arie komt voor in een lokaal zeemanslied en Japie is vernoemd naar volkszanger Jaap Valkhoff.

Intussen hebben Japie en Arie een ambitieuze missie. Stadslandbouworganisatie Rotterdamse Oogst haalde niet zomaar dit varkensproject van locatietheatergezelschap PeerGrouP naar Rotterdam. „Wij houden ons bezig met het wortelen van de Rotterdammer, door liefde voor lokaal eten en drinken op te poetsen”, licht Rianne Andeweg toe, medeoprichter van Rotterdamse Oogst. Lokale voedselproductie is goed voor duurzaamheid (voedselkilometers), gezond (alhoewel, varkensvlees...) en het stimuleert de in steden soms gebrekkige sociale cohesie. In die laatste behoefte voldoen Arie en Japie zeker, als hangout voor deze buurt waar de sociale milieus moeilijk mengen. „Bij de varkens kom je mensen uit alle culturen tegen”, vertelt buurtbewoonster Myrthe Schillings, „vooral de kinderen, die toch al gemengd op school zitten, komen hier en nemen hun ouders mee.”

Zo heeft de grote Chinese populatie – ooit was Katendrecht het Rotterdamse Chinatown – er groentetuinen aangelegd en krijgen Arie en Japie overgeschoten paksoi uit de Aziatische supermarkt. Zelfs het plaatselijke centrum voor ongedocumenteerden, brengt zijn kliekjes naar Arie en Japie. De dieetregels zijn bekend bij de omwonenden – liever geen citrusvruchten of rauwe ui, aardappelen alleen gekookt. Vis of vlees is uit den boze en varkensvlees voeren, nou ja, dat zou pervers zijn.

De veertien varkensboeren sorteren de etensrestjes: „Olijven, couscous, bietensalade, ik heb alles al langs zien komen”, vertelt varkensboerin annex culinair journalist Lot Piscaer, die het weblog bijhoudt van de mediagenieke varkens. Ze doen het goed op Facebook en hebben al verschillende journalisten ontvangen. Daarnaast doet een bewoonster onderzoek naar ‘de perceptie van het welzijn’ van de varkens, en een professioneel beveiligingsbedrijf waakt met nachtelijke patrouillerondes over de knuffelvarkens. Een keer moest de directeur ingrijpen om de plaatselijke jeugd in te tomen – wat niet moeilijk was: ook hij woont om de hoek en kent alle buurjongens.

Verschillende buurtkinderen zijn lid van de ‘varkensclub’, aangevoerd door ouders die beginnen te fluisteren wanneer ze het hebben over karbonaadjes – in november, slachtmaand, nemen we afscheid van Arie en Japie. Want ook dat is authenticiteit: leven naar de seizoenen en de natuur, weten dat voedsel niet in de supermarkt wordt gemaakt. „Daar staan mensen heel dubbel in”, weet Elles Kiers, van PeerGrouP, uit ervaringen met een vorig varkenshuis. „Maar het hoort erbij. We zullen een kleinschalig slachtbedrijfje zoeken. En alles verwerken, om Arie en Japie tijdens een buurtfeest met respect op te eten.”

Het Varkenshuis aan de Veerlaan 90, Rotterdam, is altijd toegankelijk (alleen ’s avonds niet storen). lnl: rotterdamseoogst.nl en varkenshuis.nl.