Plaatsvervangers van Elvis op aarde

Over de hele wereld zijn vele duizenden imitatoren van Elvis Presley actief. Sommigen vereenzelvigen zich geheel met hun idool, zoals de hoofdpersoon in de film The Last Elvis die zijn vrouw Priscilla en dochter Lisa noemt.

Elvis-imitator David Lee wordt opgemaakt door zijn vrouw Tara tijdens een Elvis-imitatiewedstrijd in Augusta, Georgia (VS).
Elvis-imitator David Lee wordt opgemaakt door zijn vrouw Tara tijdens een Elvis-imitatiewedstrijd in Augusta, Georgia (VS). Foto Corbis

Steeds weer dat witte pak, met die glitterdecoraties, de grotesk opstaande kraag, het lijfje dat ternauwernood het embonpoint omspant en de klokpijpen die rondom de kokette laarsjes zwiepen. Elvis Presley is in veel verschillende gedaanten na te doen, maar de overgrote meerderheid van de Elvis-imitatoren kiest voor het kostuum dat hij op zijn veertigste droeg tijdens zijn beroemde Aloha-concert op Hawaii. Misschien omdat het makkelijker herkenbaar is dan de jeans van de vroege Elvis of het zwarte leer van de gerevitaliseerde Elvis uit de late jaren zestig, Maar tegelijk is het witte pak ook de minst flatteuze uitdossing van allemaal. Wie zich zo kleedt, is bijna niet meer serieus te nemen. En wie dat vervolgens nadoet, brengt zijn optreden gevaarlijk dicht in de buurt van een parodie. Ook als het helemaal niet zo bedoeld is.

Carlos Gutierrez, de hoofdpersoon uit de tedere film The Last Elvis, is dus een van de velen die tijdens zijn optreden als Elvis-imitator zo’n Hawaïaans namaakpak dragen. Bij hem staat echter wel vast dat hij zijn grote voorbeeld hoogst serieus neemt. Zo serieus zelfs, dat hij verwoede pogingen doet zich geheel met Presley te vereenzelvigen. Hij noemt zijn vrouw Priscilla, zijn dochter Lisa en zijn auto Lisa Marie. En ten slotte leidt zijn vereenzelviging hem naar de uiterste consequentie.

De tellingen lopen uiteen, maar in totaal zouden er op de hele wereld weleens 200.000 lieden kunnen zijn die aan de kost trachten te komen met het imiteren van Elvis Presley. Sommigen lukt dat uitstekend, maar zij zijn uitzonderingen. Zoals de veteraan Rick Marino, tevens de auteur van het instructieboek Be Elvis, a guide to impersonating The King. In 1977, toen Presley stierf, was Marino naar eigen zeggen 1 van de 35 Elvis-imitatoren in de hele wereld. Twintig jaar later, in 1997, waren dat er 35.000. Zijn boek wordt in die kringen veel geraadpleegd. Hij geeft praktische tips over kapsel, make-up en kostumering, adviezen over de opbouw van een goede show en over marketing en publiciteit. Maar belangrijker is nog zijn pleidooi voor een diepgaande studie naar Presleys persoonlijkheid. Wie zulks verzuimt, komt volgens Marino nooit verder dan een oppervlakkig nummertje na-aperij. Kortom: „Je moet Elvis kennen om zijn authenticiteit te kunnen benaderen.”

Bijna honderd namaak-Elvissen zijn lid van de in Groot Brittannië gevestigde Association of Professional Elvis Presley Tribute Artists (APEPTA), een voortzetting van de International Association of Elvis Impersonators. De naamswijziging heeft ongetwijfeld te maken met het verlangen serieus te worden genomen. Liever dan als imitatoren door het leven te gaan, laten zij zich zodoende aanduiden als professionele artiesten wier shows bedoeld zijn als eerbetoon aan de grootste rocker uit de wereldgeschiedenis. Het jaarlijkse hoogtepunt van de APEPTA-activiteiten is de verkiezing van de Elvis van het jaar. Vorig jaar werd dit concours gewonnen door een deelnemer uit Malta, die prompt zijn betrekking als expediteur van biervaten opzegde om fulltime-Elvis te worden. Hij deed Elvis reeds vanaf zijn vierde na, zei hij na zijn zege, maar begon eigenlijk nog eerder: „Toen ik drie was, ging mijn been al op de maat meebewegen als ik hem hoorde.”

Ook in de portrettenbundel I am Elvis (1991) stond trouwens al een vierjarig kereltje dat destijds optrad onder de artiestennaam Little Elvis. Hij prijkte in die fotogalerij tussen 63 andere imitatoren in alle soorten en maten, onder wie een Mexicaan (El Vez), een Black Elvis („Elvis was een Martin Luther King in de muziekwereld”), een zangeres (Lady Elvis) en een Griek met een Demis Roussos-baard. Van latere datum dateert bovendien nog een dame die zich manifesteert als lesbische variant onder de naam Elvis Herselvis. Van de meesten is nadien nooit meer iets gehoord.

De deerniswekkendste variant in dit gilde wordt gevormd door degenen die zich geheel en al met hun idool identificeren. „Sommigen staan misschien al met één been in de categorie van de geesteszieken”, schreef een Yahoo-blogger in een artikel over dit onderwerp. „Ze kunnen hun eigen identiteit niet meer los zien van degenen die ze proberen te portretteren. Zelfs als ze niet op het karaokepodium staan, gedragen ze zich als Elvis en praten net als hij.” In die hoek vindt men ook de imitatoren die menen dat ze door Elvis Presley hoogstpersoonlijk zijn uitverkoren om Zijn werk voort te zetten.

Wie in alle lijsten ontbreekt, is de acteur Kurt Russell, die in 1979 de geloofwaardige hoofdrol vertolkte in de brave biofilm Elvis en in 2001 meespeelde in de mislukte misdaadkomedie 3000 Miles to Graceland, over een groepje Elvis-imitatoren die een casino beroofde. Russell hoort feitelijk in dit relaas niet thuis, omdat hij in de concertscènes in die eerste film niet zelf zong, maar playbackte bij de stem van countryvocalist Ronnie McDowell.

John McInerny, die imitator Carlos Gutierrez speelt in The Last Elvis, zong wel zelf. In het ware leven is hij geen acteur, maar architect. En parttime-Elvis-imitator.