Nog veel onzekerheid over budget jeugdzorg

Gemeenten weten nog niet hoeveel geld ze krijgen voor de jeugdzorg die ze vanaf 2015 moeten uitvoeren. Het Rijk verwacht zo’n 3,6 miljard euro over te hevelen naar de gemeenten, maar dit budget bevat nog onzekere posten. Ook is de becijfering gebaseerd op voorlopige data over 2012. Dat blijkt uit het rapport Decentralisatie Jeugdzorg dat de Rekenkamer gisteren publiceerde.

De Rekenkamer heeft het budget nagerekend op verzoek van de staatssecretarissen van Volksgezondheid en van Veiligheid en Justitie. Dat was onderdeel van de overeenkomst over de jeugdzorg uit 2011. Toen spraken Rijk en gemeenten af dat de gemeenten verantwoordelijk worden voor alle zorg voor jongeren, zoals jeugdreclassering, begeleiding van probleemgezinnen en psychische zorg. Nu ligt een deel van die zorg bij provincies en Rijk.

Op 1 januari 2015 moet de hele jeugdzorg naar de gemeenten zijn overgeheveld. Het Rijk zou daarvoor voldoende budget beschikbaar stellen, en de Rekenkamer is nagegaan of de rekenregels die daarvoor indertijd zijn opgesteld ook zijn nageleefd.

De Rekenkamer noemt de berekening van het budget „een goed begin”. De afwijkingen zijn goed onderbouwd, met uitzondering van bijvoorbeeld aannames over hoeveel gebruik jongeren zullen maken van psychische gezondheidszorg en over het effect van bezuinigingen in de AWBZ. Wel zijn er nog veel onzekere posten. Zo is geschat welk deel van de uitgaven voor de ggz aan volwassenen is besteed, en welk aan ‘jeugd’. Dat geldt ook voor de AWBZ.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft laten weten bezorgd te zijn dat gemeenten in problemen komen door de onzekerheden in het budget.