Opinie

Het ene planbureau is het andere niet

Die 16 procent, dat is natuurlijk wensdenken van één van de Nederlandse coalitiepartners. Het aandeel van duurzame energie tot 2020 laten toenemen van ruim 4 procent nu (een percentage waarmee Nederland tot de Europese hekkensluiters van de groene energie behoort) naar 16 procent in minder dan een decennium lijkt volstrekt onhaalbaar. Ook als de Sociaal-Economische Raad (SER) volgende maand wel een heus energieakkoord bij elkaar weet te polderen.

Nederland is een gasland en wordt inmiddels gehinderd door de wet van de remmende voorsprong. Gas gold ooit als een van de schoonste brandstoffen, beter dan olie en stukken beter dan kolen. Maar de laatste jaren zijn er veel groenere alternatieven op de markt van de energieopwekking.

De afgelopen dagen deden maar liefst twee planbureaus hun zegje over het Nederlandse energiebeleid. Het Planbureau voor de leefomgeving, dat doorgaans het overheidsbeleid op het gebied van (duurzame) energie doorrekent, kwam maandag met een ‘signalenrapport’, waarin een heldere analyse wordt gemaakt van het Nederlandse milieubeleid. Het Centraal Planbureau publiceerde een ‘structuurvisie’ over de plannen voor 6.000 MW windenergie op land.

De planbureaus zijn allebei nuchter in hun analyse, en ze laten zich geen van beide veel aan die 16 procent gelegen liggen PBL-directeur Maarten Hajer in een prima interview in het Financieele Dagblad: ‘De financiële middelen zijn er. De kwetsbaarheid zit hem in het georganiseerd krijgen. Als je er geen oorlogseconomie van maakt, ga je het niet halen’. Maar terwijl het CPB zich alleen met de harde cijfers bezighoudt, toont het PBL ook vergezichten.

Het Centraal Planbureau is heel duidelijk: stel de bouw van windmolenparken uit tot het overaanbod van energie (door de economische crisis en het dumpen van goedkope kolen door de Amerikanen op de Europese markt) is gedaald, en de prijs voldoende is gestegen om te zorgen dat de bouw rendabel is. Het CPB verwacht dat dat nog zeker vijf jaar zal duren.

Het PBL ziet een tweesprong: of Nederland probeert alleen maar met de hakken over de sloot de Europese milieunormen te halen, of het zet zich in voor een serieuze aanpak van internationale milieuproblemen. In dat laatste geval zullen we een antwoord moeten formuleren op de vraag hoe om te gaan met een wereld die in 2050 bevolkt wordt door 9 miljard mensen, van wie er zo’n 5 miljard tot de middenklasse zullen behoren, met alle gevolgen van dien voor de consumptie en dus voor het gebruik van grondstoffen. In het rapport staat:

‘Het regime dat ons in de twintigste eeuw welvaart heeft gebracht, was gebaseerd op een kwistig gebruik van in de aardkorst opgeslagen mineralen en fossiele brandstoffen, en op een onzorgvuldige inzet van in beginsel hernieuwbare hulpbronnen zoals water, grond en vis. Volharden we daarin, dan verandert de natuur in de eenentwintigste eeuw van een kracht die de samenleving ondersteunt in haar streven naar welvaart en geluk, tot een bron van maatschappelijke en ecologische ontregeling en potentieel hoge kosten.’

Dat kan, schrijft het PBL, niet ‘zonder dat wij in de ontwikkelde landen sommige van onze verworvenheden ter discussie durven te stellen’. Dat kan best, alleen moeten we ons realiseren dat een fundamentele omslag nooit alleen zal plaatsvinden om milieuredenen.

‘Het lot van de ijsbeer motiveert slechts een minderheid in onze samenleving. Maar in combinatie met kansen op nieuwe banen, een versterking van de economie, lagere woonlasten, een betere gezondheid en een hogere kwaliteit van leven is het wél mogelijk een meerderheid te mobiliseren.’

Paul Luttikhuis
Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.