‘Grande dame’ Jo Baer is nog altijd in gesprek met vroeger

Jo Baer, ‘In the Land of the Giants (Spirals and Stars)’
Jo Baer, ‘In the Land of the Giants (Spirals and Stars)’

Jo Baer – In the land of the giants. T/m 1 sept. Stedelijk Museum, Museumplein 10, Amsterdam. Dag 10-18u, do t/m 22 u. Inl: stedelijk.nl In Museum Ludwig in Keulen is t/m 25 aug een groot retrospectief te zien van Jo Baer.

Ze bevindt zich in het ‘land van de reuzen’, als we de titel van de tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam moeten geloven. Maar zo groots de titel, zo klein de presentatie die nu aan de hoogbejaarde, Amerikaanse kunstenaar Jo Baer (Seattle, 1929) is gewijd.

Baer is een slimme en moedige veelschrijfster, ex-biologie- en psychologiestudente, ooggetuige en actief deelneemster aan een halve eeuw kunstgeschiedenis. Het ‘land of the giants’ is Ierland, waar ze in 1975 vanuit New York naartoe verhuisde. Rond haar huis in County Louth trof ze megalieten die volgens de lokale postkantoorbeambte ‘uit het land der reuzen’ kwamen. Die megalieten (en nog een heleboel meer) inspireerden Baer vele jaren later – toen ze alweer geruime tijd in Amsterdam woonde – tot een nieuw bezoek aan Ierland en tot nieuwe schilderijen.

Die recente schilderijen, zes in totaal en een selectie van vijftien tekeningen uit 2012 en 2013, vormen de hele presentatie in het Stedelijk Museum: één zaal vol. Wie zoekt naar meer achtergrond, naar ouder werk dat dit recente werk in perspectief zet, moet naar Keulen afreizen waar een groot retrospectief van Baers werk te zien is. Amsterdam is voor hardcore fans die na Keulen nog iets meer willen.

Dat is niet alleen jammer voor degenen die alleen Amsterdam aandoen, het doet ook geen recht aan Baers werk, dat altijd in gesprek is met vroeger. Dat vroeger is nogal wat, want Baer is de grande dame van de breuk. Ze rebelleerde tegen haar dominante moeder, sloot verschillende huwelijken en slechtte ze weer, maar brak bovenal regelmatig professioneel als kunstenaar met de communis opinio – hoe hip en tongue in cheek die ook klonk. Zo brak ze met het minimalisme toen dat steeds grotere machostatus ging krijgen. Volgens Baer, die als een van de weinige vrouwen mocht meedoen met de minimalistische jongens die ertoe deden (Donald Judd, Robert Mangold, Frank Stella en Sol LeWitt), was de abstracte kunst verworden tot lege decoratie. Ze stopte ermee, schreef ze in 1983 in een manifest in het gezaghebbende tijdschrift Art in America. ‘Radicale figuratie’ kwam ervoor in de plaats.

In Baers meest recente werk heeft die radicale figuratie de kenmerken van kitsch en toch ook niet. In Heraldry (Posts and Spreads) uit 2013 staan grote heraldische motieven, schedels en grafstenen opgesteld tegen een lichtgrijze achtergrond die versplintert. Een lijst ontbreekt, het linnen is eenvoudig tegen de muur gespijkerd en krijgt daardoor iets vergankelijks en kwetsbaars, als een blad perkament. Het tegengestelde van haar monolithische, abstracte doeken uit de beginjaren zeventig.

In Dusk (2012) geeft de kunstenaar de suggestie van een voorouderlijke offerplaats, met menhirs en vuren aan de zijkant van het beeld gegroepeerd. Het binnenste, de weg naar wat traditioneel het centrum van de voorstelling is, blijft leeg – alsof een grote storm alles heeft weggevaagd wat was, zelfs de kleur. In dat abstracte, witte ‘niets’ staat alles opnieuw te beginnen. Het is zoals Baer in 1995 verwoordde: „Om nieuwe dingen te bouwen, moet je oude vernietigen.”

Deze uitspraak demonstreert ze ook in het doek In the land of the giants (spirals and stars). Een kraai op een monoliet, een standbeeld van Hercules, een grijze dame in sportief tenue en een heleboel kleine monolieten zijn de clichématige beeldelementen. Maar Baer geeft er een knal tegenaan. Ze schildert een dynamische spiraalvorm in het centrum van het schilderij, een wenteltrap die leidt naar een zwart gat. Alles wordt door dat abstracte gebaar aangetrokken en opgezogen. Dat zwarte gat is drempel, oog en venster tegelijk. Een oude wereld gaat eraan, maar een nieuwe staat te beginnen.