Dit blijft tussen ons, zegt ze

Kantoortypes // Wekelijks doet Japke-d. Bouma verslag van haar ontmoetingen met allerlei typen collega’s Deze week: de Koningin van de Roddel Ze weet álles al Weerloos ben je, tegen haar sensationele analyses

Als er twee collega’s samen de trap oplopen, knikt zij ze veelbetekenend na. Als er bloemen worden bezorgd, weet zij precies waarvoor ze zijn, en voor wie. Als je een date hebt op een geheime locatie, kom je haar altijd tegen, neutraal kijkend.

En weet je dat ze alles gezien heeft.

Dit is de Koningin van de Roddel.

Type onruststoker, type weet álles al. Is altijd op het juiste moment op de plek waar de informatie opborrelt. Weet van de hoed en de rand tot aan wie er zijn schaamhaar scheert. Is nergens bang voor. Niets vergeet ze. Als een collega uit een moeilijk gesprek komt, staat zij altijd precies goed en strategisch paraat om hem op te vangen.

Als hij op zijn kwetsbaarst is.

Goed nieuws is geen nieuws. Dus zegt ze ‘ik heb beloofd mijn mond te houden’ en ‘dit blijft tussen ons’. Of ze begint ‘Goh, die Guusje’. En dan wil je niet, maar laat je je tóch meeslepen. Het is té sappig wat ze weet. Weerloos ben je, tegen de sensatie van haar analyses. En jij maar denken dat Guusje en Boris gewoon goede vrienden waren. Nee joh. Dit was al de vierde keer dat ze hen samen gezien heeft in de stad. En voor je het weet, heb je zélf iets te melden over Boris. Tikje aangezet, dat wel. Want een roddel werkt alleen als hij niet in de schaduw staat van de vorige.

Daarna voel je je vies.

Ze besmet je. Je kan nergens meer gewoon naar kijken. Alles heeft een diepere, vuige, laag gekregen door de verbanden die zij heeft ontdekt. Als een collega naar de wc loopt, is het eerste wat je denkt: hij heeft aambeien en zij draagt een luier. En als er niets te roddelen is, heeft ze altijd nog wel een venijnige toevoeging. ‘Goed in haar werk, maar niet gevaarlijk genoeg om serieus te nemen’, zegt ze dan ineens over je eigen beste vriendin.

En merk je tot je schrik dat je hoofd zit mee te knikken.

Maar je móet wel met haar praten. Want anders kom je op achterstand. Bovendien kan je anders ook niets bijsturen aan de venijnige interpretaties die ze over jou maakt en die als feiten door de kantoortuin gaan. Dat je een blauwtje liep, dat je niet functioneert in je huidige functie, dat je eenzaam bent. En daardoor niet meer zo goed kan aanhaken.

Maar de prijs die je betaalt om met haar te praten, is hoog. Want voor alles wat je van haar wilt, wil zij iets van jou. En omdat ze altijd veel meer weet dan jij, moet je diep gaan om haar te behagen. Liegen helpt niet, ze komt overal achter. En dus moet je niet alleen vertellen met wie je gezoend hebt op het personeelsuitje, maar ook dat verhaal over die keer dat er geen papier was op het toilet en dat toen net de deur open ging en je baas langsliep. Dit blijft tussen ons, knikt ze bloedserieus.

Yeah, right.

Van de meest oninteressante dag weet zij een vechtfilm met neukende racewagens te maken, dat moet je haar nageven. Maar verder ben je bang voor haar. Ze was er altijd al, ze gaat nooit meer weg en ze weet te veel.

Je weet niets over háár.