De toezichthouder liet Odfjell twaalf jaar doormodderen

De beste inspecteurs van gevaarlijke bedrijven zitten bij de Milieudienst Rijnmond. Maar ook zij hebben gefaald, blijkt uit de kwestie-Odfjell.

Sinds de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk kon je geen politicus tegenkomen die niet beweerde dat toezicht op gevaarlijke bedrijven voortaan moest worden overgelaten aan grote milieudiensten, zoals DCMR Milieudienst Rijnmond.

De brand bij Chemie-Pack, ruim twee jaar geleden, was immers niet alleen te wijten aan een gebrekkige veiligheidscultuur bij het chemische verpakkingsbedrijf zelf, maar ook aan falend toezicht. Dat was volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid „traag en te coulant” geweest. De toezichthouders in deze kleine gemeente hadden „niet onderkend” dat met de veiligheid een loopje werd genomen.

Toezicht op chemische bedrijven kon je beter overlaten aan ervaren, professionelere instellingen, vond iedereen. Zoals de Milieudienst Rijnmond. Dáár zit de expertise die kleinere milieudiensten ontberen, werd gezegd. Dáár zitten inspecteurs die zich niet in de luren laten leggen door bedrijven die liever geld verdienen dan aan veiligheidsnormen voldoen.

Hoe pijnlijk is het dan te vernemen dat juist de Milieudienst Rijnmond veel fouten heeft gemaakt bij het toezicht op Odfjell. Bij dit tankopslagbedrijf in de Rotterdamse Botlek was twaalf jaar lang sprake van een „onbeheerste veiligheidssituatie”, waardoor werknemers en omwonenden een „verhoogd risico” hebben gelopen. De Onderzoeksraad rapporteerde daar gisteren over. Bij Odfjell zijn grote hoeveelheden butaan en benzeen vrijgekomen; tanks en leidingen werden niet onderhouden; blusapparaten voor opslagtanks functioneerden niet.

Hoewel dit falen allereerst het bedrijf zelf valt aan te rekenen, geeft de raad vooral de Milieudienst Rijnmond de schuld. Die liet het bedrijf „doormodderen”. De inspecteurs, ook die van Inspectie SZW en Veiligheidsregio trouwens, vonden het belangrijk een goede relatie met Odfjell te onderhouden. Er was sprake van „onderhandelingstoezicht”: het bedrijf belooft beterschap, de toezichthouder „denkt mee en committeert zich” aan de plannen. „Het wordt hierdoor lastiger om kritisch” te zijn. Zo werd de dienst „blind” voor de „voortdurende gebreken”. De toezichthouder is „aan het lijntje gehouden”. Kortom: „Het bedrijf talmde en de toezichthouders namen hier jarenlang genoegen mee.”

De Milieudienst Rijnmond bestreed het conceptrapport van de Onderzoeksraad. Passages waren „onjuist” of „onvolledig”. Van onderhandelingstoezicht was geen sprake. Maar nu wordt de definitieve versie „grondig” genoemd. De dienst schrijft: „De DCMR trekt zich de bevindingen aan en erkent dat eerder had moeten worden ingegrepen bij Odfjell en dat zij bij het hanteren van de sanctiestrategie een strengere aanpak had moeten kiezen.”

Nederland werkt al enkele jaren aan professionalisering van het toezicht. De brand bij Chemie-Pack heeft dat proces versneld. Er zijn sinds kort 28 regionale milieudiensten die vergunningen uitgeven, controleren en toezicht houden. Zes van deze diensten controleren de allergevaarlijkste bedrijven, zoals Chemie-Pack en Odfjell. Landelijk coördinator van deze zes diensten: DCMR. De Onderzoeksraad voor Veiligheid vraagt nu of de zes diensten voldoende kennis, expertise, bevoegdheden en middelen hebben om hun taken waar te maken. „En of de DCMR in staat wordt gesteld haar rol als coördinator waar te maken.”