Berliner

Het is nog maar de vraag of de toespraak van president Obama in Berlijn net zo onvergetelijk zal blijken als die van Kennedy op 26 juni 1963. Die toespraak was een perfecte retorische mix van gevoel en verstand.

Toen ik drie jaar geleden in Berlijn was, bezocht ik de plek vanwaar Kennedy een menigte van 300.000 mensen had toegesproken: het raadhuis van het toenmalige West-Berlijn in de voorstad Schöneberg. Geen imposant plein, zoals ik bij de filmbeelden altijd had gedacht, maar een grauwe combinatie van parkeerstrook, drukke verkeersweg en straat.

Later kocht ik in Berlijn het boek Kennedy in Berlin van de historicus Andreas W. Daum. Het is een fascinerende beschrijving van die ene dag uit het leven van Kennedy (en al die Berlijners). Achterin staat de rede van Kennedy afgedrukt, zoals hij hem heeft uitgesproken. Hij deed dat samen met zijn tolk Heinz Weber, die steeds alinea’s in het Duits vertaalde terwijl Kennedy pauzeerde. Op de gefilmde samenvattingen is dit niet te zien, hoewel die vertalingen een sterk enthousiasmerend effect hadden op het publiek. Ook het beroemde zinnetje „Ich bin ein Berliner” kwam daardoor met verdubbelde frequentie voorbij.

Achteraf vind ik de zin „Let them come to Berlin” een minstens zo sterke vondst.

Hier laat ik het voor mij beste deel van de rede volgen: „There are many people in the world who really don’t understand, or say they don’t, what is the great issue between the free world and the Communist world. Let them come to Berlin. (Bijval, pauze.) There are some who say – there are some who say that Communism is the wave of the future. Let them come to Berlin. (Bijval, pauze.) And there are some who say in Europe and elsewhere we can work with the Communists. Let them come to Berlin. (Bijval, pauze.) And there are a few who say that it’s true that Communism is an evil system, but it permits us to make economic progress. Lasst sie nach Berlin kommen. (Bijval.) Let them come to Berlin. (Bijval, pauze.) Freedom has many difficulties and democracy is not perfect, but we have never had to put a wall up to keep our people in, to prevent them from leaving us. (Pauze.)”

Volgens Daum improviseerde Kennedy in het eerste deel van zijn rede (waaruit dit citaat stamt) en keerde hij pas in het tweede deel terug naar de geschreven tekst. Gezien het grote belang van die toespraak (en de kracht van het citaat) kan ik mij dat improviseren niet goed voorstellen. Was het niet eerder het declameren van een uit het hoofd geleerde variant van de tekst, die ook de vertaler moet hebben gekend?

Interessant is ook de herkomst van dat „Ich bin ein Berliner”. Daum kwam tot de ontdekking dat het een vondst van Kennedy zelf was. Zijn tekstschrijvers wilden hem laten zeggen: „Ich freue mich, in Berlin zu sein.” Hij vond dat terecht een slap zinnetje en kwam toen met die Berliner. Het was een citaat van Cicero („Civis Romanus sum” – „Ik ben een Romeins staatsburger”), dat hij eerder had gebruikt tijdens een bezoek aan New Orleans. Hij zei daar: „Ik ben een burger van de Verenigde Staten.”

Zijn tekstschrijvers waren niet dol op Kennedy als Berliner en lieten hem telkens uit hun ontwerpen weg, maar kort voor hij in Berlijn het podium op moest, voegde Kennedy het zinnetje eigenhandig weer toe met de uitspraak erbij: „Ish bin ein Bearleener”.

Als ik lieg, lieg ik in commissie. Ik ben maar een Amsterdammer.