Te dik? Geef de boer maar de schuld

Na jaren van groeiende vraag beginnen Amerikanen bang te worden van maïsstroop Ze consumeren nu meer suiker en minder stroop Toch maakt stroop hen niet dikker dan suiker

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers.
Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

Maïsboer Scott Wagner heeft twee vijanden. „De overheid en de publieke opinie.”

Op zijn boerderij in de Amerikaanse staat Nebraska in het midden van het land opent Wagner de silo waar zijn maïsoogst van vorig jaar tot schouderhoogte is geslonken. Met zijn tanden bijt hij een keiharde maïskorrel doormidden. De glanzend gele schil breekt open en laat het zetmeel zien dat zijn maïs zo geliefd maakt. Deze maïssoort is voor mensen niet zo te eten. Tot voor kort werd van de helft van de witte binnenkant maïsstroop gemaakt. Maar Amerikaanse consumenten zijn bang geworden voor deze dikmakende zoetstof. „Ze geven de boeren de schuld omdat ze dik zijn, maar ze doen het zelf.”

Maïsstroop – high fructose corn syrup – zit in de VS in alles wat zoet is: cola en pannekoekenstroop, maar ook in ontbijtgranen en yoghurt. Het is een goedkoop suikeralternatief, vloeibaar en makkelijk te mengen. Wetenschappers gaan ervan uit dat het net zo gezond (of ongezond) is als suiker uit suikerbiet of suikerriet. Maar aangemoedigd door de suikerindustrie maakt de Amerikaanse consument zich nu zorgen over de link tussen overgewicht en maïsstroop. En: met de stijgende zorgen daalt de vraag naar maïsstroop.

Dagelijks houdt boer Wagner op de lokale televisiezender de maïsprijzen in de gaten. Als de prijs goed is, gaat het graan uit de silo in een vrachtwagen en rijdt hij van zijn boerderij naar een fabriek van een van ’s werelds grootste voedselproducenten Cargill. Over de maïsvlaktes van Nebraska, met de bijnaam cornhusker state: de staat van de maïspellers. Bij de fabriek ligt de berm bezaaid met gele korrels; zwermen vogels proberen een graantje mee te pikken voor ze wegschieten voor de stroom vrachtwagens.

De Cargill-fabriek lijkt op een olieraffinaderij met fabriekspijpen waar witte wolken uit omhoog rijzen. Nadat de gele schil van de maïs is gehaald voor veevoer, gaat het witte zetmeel op twee lopende banden: een naar de ethanolfabriek om er biobrandstof van te maken en één naar de maïsstroopfabriek. Tot een aantal jaar geleden waren in zulke fabrieken beide lopende banden even goed gevuld, nu gaat 65 procent naar ethanolproductie en nog maar 35 procent naar de maïszoetstof.

Maïsstroop heeft een slechte reputatie omdat de toegenomen populariteit samenvalt met meer obesitas in de VS. De suikerproducenten zijn blij met de argwaan. Vorig jaar gaf de Amerikaanse Suikerunie 300.000 dollar aan een organisatie met de onterechte naam ‘Citizens for Health’, die waarschuwt tegen maïsstroop.

De maïsproducenten bijten van zich af. Ze hebben een campagne met de naam ‘Sweet Surprise’, proberen tevergeefs ‘high fructose corn syrup’ op voedingsetiketten te veranderen in ‘maïssuiker’ en ze zenden reclamespotjes uit op tv waarbij een gezin door een wuivend maïsveld loopt.

Maar de verdediging van de miljardenbelangen lijkt vooralsnog weinig uit te halen. In 2003 consumeerden Amerikanen nog evenveel tafelsuiker als maïsstroop: 16 kilo per persoon per jaar. In 2010 was de suikerconsumptie gestegen naar 17 kilo, en de consumptie van maïsstroop gedaald naar 13 kilo.

Amerika is de grootste maïsproducent ter wereld, en Amerikanen zijn maïseters. Direct, maar vooral indirect: via maïsmeel en het vlees van maïsetende dieren. De ‘cornifation’, ‘vermaïsing’, noemen critici dat. Ook nu er geen maïsoverschot is, beschermt de overheid de boeren met verzekeringen voor tegenvallende oogsten. Scott Wagner in Hooper is een vijfde generatie maïsboer en is daar trots op. „Ondanks de overheid die te veel regels oplegt, is Amerika geslaagd met een product met een hoge kwaliteit tegen een lage prijs.”

Die lage prijs steeg de afgelopen jaren naar ongekende hoogte. „De laatste jaren zijn goed voor me geweest”, zegt Wagner. De boeren profiteren van de hoge wereldwijde voedselprijzen, die volgens critici juist worden veroorzaakt doordat de producenten maïs omzetten in biobrandstof en minder in voedselproducten. De duurdere maïs is ook een reden dat het gebruik van maïsstroop afneemt: het prijsvoordeel ten opzichte van suiker wordt kleiner.

Zijn maïs komt op vele manieren terug bij boer Wagner. „Het zit overal in.” In de boterhammen die zijn vrouw voor hun vier kinderen smeert, in de frisdrank die hij op de tractor achterover klokt. „Ik drink een paar blikjes op een dag, dat moet niet iedereen doen. Ik ben een boer, ik beweeg.” Hij probeert in de winkel wel een beetje de maïsstroop te vermijden. Maar de suiker evenzeer. „Het is allebei niet gezond.”