Succes grote musea Amsterdam brengt Museumkaart in problemen

Bezoekers in het Stedelijk Museum, één van de drie musea aan het Amsterdamse Museumplein die sinds de heropeningen massaal bezocht worden. Dat massale bezoek leidt nu tot geldnood voor de Museumkaart.
Bezoekers in het Stedelijk Museum, één van de drie musea aan het Amsterdamse Museumplein die sinds de heropeningen massaal bezocht worden. Dat massale bezoek leidt nu tot geldnood voor de Museumkaart. Foto ANP / Olaf Kraak

De heropening van de drie grote musea aan het Museumplein in Amsterdam heeft een onvoorzien neveneffect: de Stichting Museumkaart is in geldnood.

Zolang houders niet vaker dan zes keer per jaar een museum bezoeken, is de kaart voor de stichting rendabel. Gaan kaarthouders vaker, dan legt zij geld toe. Dat is nu het geval.

De Museumkaart, die vroeger ‘museumjaarkaart’ heette, kost 44,95 euro per jaar, plus 4,95 euro administratiekosten. Voor iedere bezoeker die een museum dankzij de kaart gratis bezoekt, geeft de stichting dat museum minimaal 60 procent van de entreeprijs.

Massale bezoeken aan Rijksmuseum, Stedelijk en Van Gogh

Kaarthouders bezoeken massaal het heropende Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Van Gogh Museum in Amsterdam. Ook de vernieuwde musea in Zwolle en Den Bosch dragen bij aan het probleem. De huidige prognoses wijzen op een stijging van de kaarthoudersbezoeken van vijf naar zes miljoen dit jaar. Tot overmaat van ramp stijgt het aantal Museumkaarthouders. Het zijn er inmiddels 950.000.

Geen magazine meer en prijs Museumkaart omhoog

De stichting heeft reserves aangelegd voor dit scenario. Ook heeft het twee maatregelen aangekondigd waarmee geld wordt bespaard: het Museumkaart-magazine verschijnt vanaf oktober alleen nog in een elektronische versie, waarmee de stichting een half miljoen euro bespaart, de kosten voor het drukken van 430.000 exemplaren. Voorts gaat de prijs van de Museumkaart per 1 juli met 5 euro omhoog.

Siebe Weide, directeur van de Museumvereniging die verantwoordelijk is voor de kaart, zegt dat beide maatregelen “al in de pijplijn” zaten. “Maar kostenbesparend zijn ze inderdaad.” De woorden “geldnood” en “problemen” vindt Weide overigens arbitrair:

“Zo mogen jullie het best noemen, maar dan wil ik wel graag toevoegen dat wij dit soort nood en problemen van harte verwelkomen. Museumbezoek is immers het doel van de kaart.”

    • Pieter van Os