Nieuwe Kanye West is rauw en kaal

Kanye West brengt vandaag zijn nieuwe, zesde album uit: Yeezus.
Kanye West brengt vandaag zijn nieuwe, zesde album uit: Yeezus. Foto Fabien

Kanye West, Yeezus. Album verschenen bij Def Jam/Universal.

Het pronkstuk van Yeezus, het vandaag verschenen zesde soloalbum van Kanye West, is Blood On The Leaves, dat begint met Nina Simone die bij pianotonen de klassieker Strange Fruit zingt. Terwijl Simone zingt over aan bomen bungelende zwarte lichamen, kermt West in robotzang over de ketenen van hedonisme, groupies en alimentatie. Het is een bizarre cocktail, thematisch en muzikaal. In de compositie zit naast Simone een rauwe synthesizersample van TNGHT en wordt een oud refrein geciteerd van gangstarapper C-Murder uit New Orleans.

Geen boeiender popcarrière dit millennium dan die van de 36-jarige rapper en producer Kanye West uit Chicago, die elk album zelfverzekerd een nieuwe muzikale koers inzet. Na onder meer het meesterlijk afstoffen van soulsamples op pompende hiphopbeats in zijn oudere werk, het orkestrale en gelaagde The Late Registration (2005), de kil klinkende hartzeer van 808 & Heartbreaks (2009) en de maximalistische bombast van My Beautiful Dark Twisted Fantasy (2010), kiest West op dit in Parijs opgenomen, compacte album, aan de hand van onder anderen het Franse danceduo Daft Punk, bass-producer Hudson Mohawke uit Schotland en rockgoeroe en hiphoplegende Rick Rubin, voor een muzikaal meer rauwe en minimalistische benadering.

Yeezus – een verhaspeling van Kanye en Jezus – begint met het door een paar vieze, snoeiharde synthesizertonen gegijzelde On Sight. Een gospelsample waar West eerder de hartstocht zou hebben uitgewrongen, wordt enkel even opgevoerd om het lyrisch contrast te vergroten met de tot het bot gestripte productie.

Op I Am A God staat God als gastartiest vermeld. West rapt er op een gabberachtige kickdrum en een schel synthesizergeluid, poseert als afgestompte superster in Parijs („Hurry up with my damn croissants!”) en spreekt met Jezus met wie hij zich nauw verwant zegt te voelen („He said, ‘What up Yeezus?’”). De hoofdtoon is kaal en digitaal, met een dancehallsample aan het begin, een pauze waarin we iemand horen gillen, hijgen en rennen, en weer een koortje aan het einde.

In de stream of consciousness-achtige raps op Yeezus is met moeite lijn te ontdekken, op de opvallend lompe parallellen na die West trekt tussen apartheid en de burgerrechtenbeweging en een modern, hedonistisch supersterrenbestaan. Maar na vaker luisteren krijgen de shockerende, soms belachelijke beelden en beschrijvingen nieuwe lading.

„New Slaves” noemt West de mensen die net als hij verslaafd aan merkkleding en genot door het leven slaapwandelen. In een genre waarin de vipruimte standaard wordt opgehemeld, klinkt die bij West als een vulgaire hel met gouden tralies. Triest, dronken, afgestompt. Hoor die depressieve robot zingen op het katerige Hold My Liqour; die kreunende sample in het in lompe porno verdrinkende I’m In It.

De intensiteit waarmee West zijn onthechte beelden schetst, hebben een spanning, dubbele lading en urgente energie die zeker bij mainstreamhiphop vaak wordt gemist. Met Yeezus brengt Kanye West voor de zesde keer een hoogstaand album uit dat de tongen losmaakt en vol boeiende ideeën en details zit. Zes uit zes; het is een ongekende reeks voor popartiesten in elk genre.