Meer dan hun uithangbord

Ontwerper en journalist Polina Medvedeva vroeg winkeliers wat ze nog méér kunnen, naast het werk dat op hun gevel staat. Van hun antwoorden maakte ze een gids. Het resultaat is even ontroerend als hilarisch

Het is die specialisatie, die vernauwing die ze zo jammer vindt. Alsof mensen maar goed zouden zijn in één ding. Alsof ze niet meer kunnen dan wat er op hun uithangbord staat.

Dat gelooft Polina Medvedeva niet. Daarom stapte de 24-jarige ontwerper, journalist en filmmaker (ze kan niet kiezen) de winkels in haar buurt binnen, om te vragen wat de mensen achter de toonbank nog meer kunnen en weten. „Niemand weet dat de shoarmaboer óók geschiedenisleraar is. Dat de taxichauffeur ook over de liefde en het communisme kan praten.”

Het resultaat is een simpel, maar verslavend boek, Rijmles in de belwinkel. Medvedeva maakte de foto’s en het ontwerp zelf. Het boek oogt als een gids om mee op pad te gaan. De foto’s zijn roodbruin, op lichtblauw papier gedrukt. Er staan 95 gevels in van winkels in drie Amsterdamse straten. Onder de foto’s telkens een lijstje met de capaciteiten en talenten van de winkelier, die Medvedeva uit de interviews destilleerde. Sommige lijstjes zijn ontroerend, sommige ronduit hilarisch.

Hoe kwam je op het idee?

„Ik was in 2012 net in Amsterdam komen wonen, ik studeerde grafisch ontwerp in Utrecht, en ik vroeg me af: wie zijn al die mensen hier in de buurt? Ik ga naar de bakker voor brood, naar de bank voor geld. Ik ga alleen maar naar hen toe voor hun diensten, waar ik ze dan voor betaal. Dat is zo jammer, zo beperkt. Toen dacht ik: als ik nou aan mensen vraag wat ze allemaal nog méér kunnen en dat in een boek zet, dan kunnen andere mensen daarnaar vragen.”

„Ik denk dat ik ook bang was om eenzaam te worden in een nieuwe stad. Wat als ik elke dag huilend thuis zit? Toen ben ik maar met dit project begonnen.”

Wat viel je op?

„Nederland is zo gespecialiseerd, zo werkt de economie. Consultants en communicatiemensen kunnen hier echt geen tafels maken. In Rusland, waar ik tot mijn dertiende heb gewoond, moeten mensen veel meer zelf doen. Want je kunt daar minder op de overheid leunen.

„Ik zag dat terug in mijn project. Mensen uit armere landen hebben veel meer geleerd om voor zichzelf te zorgen. Maar ook Nederlanders, hoor. Die hebben dan misschien als specialisatie journalistiek, maar kunnen ook heel goed koken. Alleen vraagt niemand daar ooit naar.”

Wat kun je zelf allemaal nog meer?

„Hahaha, geen idee. Ik weet niet of ik journalist of ontwerper of filmmaker ben. Ik zou juist wel goed in één ding willen zijn.

„Maar even denken, ik stap makkelijk op mensen af, ik maak makkelijk contact. Ik kan mensen goed advies geven, beter dan mezelf. Ik kijk niet zwart-wit naar de dingen. Misschien omdat ik uit Rusland kom en nu in Nederland woon. Dan zie je alles al vanuit twee kanten. En ik kan goed tekenen. Maar ik ben niet technisch of praktisch. Misschien is dit boek voor iemand die heel handig is en allerlei klusjes doet ook helemaal niet zo verrassend.”

En nu?

„De make-a-buck-economy interesseert me. De informele economie, met alle creatieve manieren waarop mensen wat geld proberen te verdienen. Daar wil ik verder mee. In Rusland wil ik iets doen met taxichauffeurs. Die weten vaak heel veel en kunnen goede gesprekken voeren. Alsof je bij de therapeut zit, maar dan in een taxi.”

Ken je de winkeliers nu nog goed?

„Ja, maar het effect van Rijmles in de belwinkel verdwijnt wel een beetje. Ik zie nog steeds wel wat de mensen die ik heb gesproken allemaal kunnen en weten, maar ze vervagen toch wel weer tot hun uithangbord.”

Polina Medvedeva: Rijmles in de belwinkel. Zie polinamedvedeva.nl