Kaapverdische mussen

In mei 2013 schreven vier Kaapverdische mussen (Passer iagoensis) geschiedenis. Zij voeren met een expeditieschip vol vogelaars mee van het Kaapverdische eiland Razo naar Nederland. Op water en brood overleefden ze de zeereis. Het schip, de Plancius genaamd, meerde op 18 mei aan in zijn thuishaven Hansweert op Zuid-Beveland. Voor het eerst waren er Kaapverdische mussen in Europa.

Vanwege mijn liefde voor mussen en de historische gebeurtenis, was ik er Eerste Pinksterdag als de kippen bij om de kolonisten welkom te heten. Ik trof twee mannetjes en twee vrouwtjes aan boord aan. Ze waren handtam en nogal passief. Een mannetje dat in de stuurhut rondvloog, kon ik pakken en aan dek loslaten. De dagen erna werden de mussen door veel vogelliefhebbers op en rond het schip gezien. Tegelijkertijd ontstonden vragen over het lot van deze exoten. Zouden ze het hier redden, en hoe reageren de autoriteiten? Er was feitelijk sprake van illegale import van een uitheemse diersoort. Spoedig volgden geruchten dat er ‘mannen met netten’ op het schip gezien waren.

Op verzoek bevestigde een ingewijde mij dat het ministerie van Economische Zaken opdracht heeft gegeven ‘om deze vogels uit de natuur te halen’: op 26 mei werden een mannetje en een vrouwtje aan boord van het schip gevangen en elders in quarantaine geplaatst. Van het andere paartje ontbreekt sinds die dag elk spoor. De Plancius is inmiddels onderweg naar Spitsbergen, met of zonder Kaapverdische mussen.

De auteur is bioloog en conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.