De mooiste baan van de wereld

Er zullen altijd een paar carrières op het lijstje van Begeerlijke Beroepen blijven prijken: valkenier, achtbaaningenieur, voice double van Sandra Bullock voor de Duitse filmmarkt. Maar dit weekend ontdekte ik een nog begeerlijker baan, een betrekking zo fenomenaal dat het alle andere beroepen doet verbleken. Er zat maar één ding op. “YOLO”, fluisterde ik tegen mijn reflectie in de spiegel, “durf te dromen.” Dus hierbij: mijn open sollicitatie voor de mooiste baan in de wereld: copywriter voor de taartafdeling van de Albert Heijn. Na een grondige studie ontwaar ik de vaardigheden waarover een taartcopywriter van de AH moet beschikken.

1. Kijk naar de taart, maar voel poëzie

Je denkt misschien: taartcopywriter? Maar hoe kan je dan ooit al die creatieve energie, die liefde voor de taal en die uitbundige vergelijkingen kwijt? Nou – dan heb je duidelijk nog nooit een taartdoos van de AH gezien. Op een mindere taartafdeling zie je chocoladesoesjes met het etiket ‘chocoladesoesjes’. Bij de Albert Heijn liggen ‘chocoladebruine parels van glanzend satijn gevuld met donzige slagroom’ en worden er ‘wijnrode kersen gevangen in een net van heerlijk taartdeeg’. Kijk, dat zijn nog eens beschrijvingen! Waarom voor ‘rood glazuur’ gaan, als je ook voor ‘een scharlaken jas’ kan kiezen?

2. Kijk naar de taart, maar zie een landschap

Een taartcopywriter of een tekstschrijver voor David Attenborough’s natuurdocumentaires – eigenlijk is er geen verschil. Een AH-slagroomtaart bestaat uit ‘glooiende alpen van room’ en de puddingbroodjes voelen zich ‘zonnig zoet onder een dun laagje sneeuw’.

3. Kijk naar de taart, maar zie een geliefde

Je kunt pas werkelijk een taart aanprijzen als je hart spreekt – en dat weten ze bij Albert Heijn. Hun gebak wordt dan ook toegezongen alsof het gaat om een verre muze, vol subtiele toespelingen op de zinnelijke liefde. De hazelnoottaart is een ‘overdadige wellust van crème’, de cheesecake is ‘weelderig’, bij de appeltaart is het ‘bakkersvuur gevangen’ en de appelcitroencake is een ‘uitdagende verleiding, ondeugend fris en zacht zoet’. Als je zo’n taart koopt, is het moeilijk om te beslissen wat je ermee gaat doen: opeten of Marvin Gaye aanzetten en hem langzaam over je naakte lichaam uitsmeren. En zo hoort het.

Ik zou het kunnen. Ik zie appelkruimelvlaai als ‘een gehemeltestrelende vallei aan verbrokkelde verlangens’ en tompouces als ‘zachtgladde glazuurgletsjers, gevuld met springkussentjes van pudding, waar je tong minutenlang van genot op rondhopst’ en abrikozengelei als ‘van dat gele spul dat best oké is als de aardbeiensmaak op is’. Geef mij deze baan. En een chocoladesoesje.