Bossen laten staan is lastiger dan gedacht

Rijke landen kunnen bossen beschermen in ontwikkelingslanden en zo hun eigen vervuiling afkopen. Werkt dat wel?

Vraag aan de boeren in de Mozambikaanse provincie Sofala wat emissiehandel is, en ze kijken je vertwijfeld aan. Toch hebben ze er dagelijks mee te maken. Want ze hebben geld gekregen van westerse landen om hun bossen te beschermen. Daarmee compenseren die landen de broeikasgassen, zoals kooldioxide, die ze te veel uitgestoten en bestrijden ze klimaatverandering.

Sommige boeren denken dat ze bomen planten omdat die zorgen dat de wolken niet verdwijnen – zo is het ze verteld door de projectmanagers. Een enkeling denkt dat hij helpt bij de productie van koolstof, omdat daar in rijke landen een tekort aan is.

De verhalen zijn opgetekend in Carbon Discredited, een gisteren verschenen analyse door de milieuorganisaties FERN en Friends of the Earth van een Europees klimaatproject bij het Gorongosa Nationaal Park in Mozambique.

Dit proefproject, dat als een voorbeeld geldt voor vergelijkbare initiatieven, is in het begin van de eeuw opgezet door het bedrijf Envirotrade, met ruim 1,5 miljoen euro aan ontwikkelingsgeld van de Europese Commissie. Via Envirotrade kunnen westerse bedrijven hun uitstoot van broeikasgassen afkopen. Met hun geld worden bomen geplant of wordt voorkomen dat ze worden gekapt – bossen werken als een soort spons voor kooldioxide, wereldwijd is houtkap verantwoordelijk voor 17 procent van de uitstoot van broeikasgassen.

Deze vorm van emissiehandel kan alleen functioneren als het mogelijk is om uit te rekenen hoeveel kooldioxide er in een bos wordt vastgelegd en dus ook hoeveel bomen er, dankzij het project, níet zijn verdwenen.

Dat blijkt, concluderen de onderzoekers, lastiger dan gedacht. Het is moeilijk om precies te zeggen hoeveel kooldioxide een boom eigenlijk vastlegt. Dat hangt van veel factoren af (soort bomen, weersgesteldheid, dichtheid van het bos, snelheid van de groei). Er kan hooguit een grove schatting worden gemaakt. Bovendien is het de vraag of de illegale houtkap (voor hout, houtskool en het creëren van nieuwe landbouwgrond) niet gewoon wordt verplaatst naar bossen die verderop liggen en niet onder het project vallen. In dat geval schiet het klimaat er niets mee op.

Volgens de onderzoekers halen bomen hun op papier berekende koolstofopslag pas als ze 15 tot 35 jaar oud zijn. Als ze voor die tijd bijvoorbeeld door een bosbrand verdwijnen, gaat de opgeslagen koolstof letterlijk in rook op.

De Mozambikaanse boeren, veelal analfabeet, hadden geen idee dat ze een contract hebben getekend om hun bos honderd jaar te laten staan. In die hele periode hebben ze de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van het bos, waaronder de verplichting om dode bomen te vervangen.

De boeren hebben in het eerste jaar van het project al 30 procent ontvangen van het totale bedrag. Volgens een Europese beoordeling van het project zorgen na zeven jaar ‘de voordelen van de nieuw geplante bomen voor een voldoende stimulans om ze de komende 93 jaar te beschermen’. FERN en Friends of the Earth noemen het riskant om te veronderstellen dat bomen zo lang zullen overleven in een verarmde, politiek en klimatologisch onstabiele omgeving.