Afval bleek toch te bestaan

Met de verkoop van twee grote verbrandingsovens aan het Chinese CKI stapt de Van Gansewinkel Groep goeddeels uit de afvalverbranding.

‘Afval bestaat niet’ is het credo van de Van Gansewinkel Groep. De combinatie van inzamelen en verwerken moest het afvalbedrijf van de toekomst worden.

Van Gansewinkel is marktleider in de Benelux en heeft een top 10-positie in Europa. En het concern wilde verder groeien, maar deze strategie werd gisteren onderuitgehaald – Van Gansewinkel maakte bekend dat afvalverwerker AVR wordt verkocht aan het Chinese consortium CKI voor ongeveer 950 miljoen euro.

Van Gansewinkel werd in 2007 overgenomen door private-equityfirma’s CVC en KKR. Daarbij fuseerde Van Gansewinkel met de Rotterdamse afvalverwerker AVR. Gezamenlijk werden zij het grootste afvalinzamelings- en afvalverwerkingsbedrijf van Nederland. Bij de organisatie werken ruim 7.000 mensen. Er wordt een jaaromzet gerealiseerd van 1,3 miljardeuro. Jaarlijks verhandelt Van Gansewinkel zo’n 10 miljoen ton afval. Ruim driekwart hiervan wordt hergebruikt als grondstof of levert bij verbranding energie op.

Bijna vijftig jaar geleden begon Leo van Gansewinkel in het Brabantse Maarheeze met het inzamelen van het afval van de lokale Philips-fabriek. Ook ging hij, met zijn tweedehands vuilniswagen, in Brabant langs wethouders en burgemeesters met de vraag of hij in hun gemeente huisvuil mocht gaan inzamelen.

Tot het einde van de jaren negentig had Leo van Gansewinkel het bedrijf volledig onder controle, ondanks biedingen van buitenlandse partijen. Uiteindelijk, in 1998 en 2001, kocht energiebedrijf Essent in twee delen 45 procent van het bedrijf. Via het belang in Van Gansewinkel verzekerde Essent zich van een constante afvalstroom voor zijn verbrandingsovens. Essent voorkwam daarmee dat zijn verwerkingscapaciteit gedeeltelijk onbenut zou blijven, wat dreigde omdat steeds meer Nederlands afval werd geëxporteerd naar Duitsland, omdat het daar goedkoper verwerkt kon worden.

In december 2003 kondigde Essent aan zich volledig te willen concentreren op energie en het belang in Van Gansewinkel te willen verkopen. Essent rekent afvalverbranding nog wel tot kernactiviteit – daar komt immers energie bij vrij –, maar participeren in een inzamelaar niet. Twee jaar later verkocht Essent het belang weer aan Leo van Gansewinkel.

Met de verkoop van zijn afvalbedrijf aan KKR en CVC kwam er in 2007 een einde aan het levenswerk van Leo van Gansewinkel. Hij zat al sinds 2001 niet meer in de directie, maar hield als commissaris wel een vinger aan de pols. In 2006, hij bezat toen nog driekwart van de aandelen, gaf hij aan dat zijn „financiële polsstok” niet ver genoeg reikte om verdere groei te financieren. Hij had daarom toestemming gegeven andere financiers te zoeken.

Een jaar later kwam Van Gansewinkel in handen van de AVR. Toen de AfvalVerwerking Rijnmond eind jaren zeventig dreigde om te vallen, schoot de gemeente Rotterdam te hulp. Rotterdam verwierf het overgrote deel van de aandelen. In 2006 verkochten de gemeente en een aantal minderheidsaandeelhouders AVR voor ruim 1,4 miljard euro aan een groep investeerders. De kopers waren CVC en KKR en het Nederlandse investeringsfonds Oranje Nassau.

Van Gansewinkel kreeg de afgelopen jaren door de crisis te maken met afnemende afvalstromen af. Tegelijkertijd werden er overal nieuwe afvalovens bijgebouwd, waardoor de tarieven onder druk kwamen te staan. Van Gansewinkel leed vorig jaar 65 miljoen euro verlies.