Vervreemdend theater op een eiland

Theater in de duinen, op het strand en in de dorpen van Terschelling. Oerol is begonnen met een overweldigend landschapstheater met Napoleontische soldaten.

oerol 2013 - baukje schweigman- :blaas"
oerol 2013 - baukje schweigman- :blaas"

Oerol-gangers zijn superalert. Het geritsel van regenjassen trekt door de groep wachtenden in het bos nog voor het geruis van de regen ons bereikt. Eenmaal op de tribune in het duinpannetje valt er een stortbui. Maar na het sein „Paraplu’s in” wordt het droog en begint het jonge gezelschap Via Berlin, om tien uur in de ochtend, aan Home Sweet Home, een wonderschone fabel waarin een vrouw haar man ontvangt die terugkeert uit een oorlog.

In een decor van toiletten en afvoerpijpen verwerkt de man zijn verbijstering over de ontwikkelingen thuis: de vrouw lijkt bezeten, de huisraad verdwenen. Vier vrouwen met dezelfde pruiken en blauwe jurken op viool en cello begeleiden zijn wanhoop, terwijl vier klonen van de man mee trommelen en tikken. De acteurs ogen nietig, als zingende krekels, tegen de achtergrond van hoge bomen. Net als de vrouwen hun rokjes uitdoen gaat het plenzen. Na vijf minuten het water te hebben getrotseerd, staken de spelers hun spel. „Kunnen ze Oerol niet op een ander eiland houden, op Mallorca ofzo”, grapt een bezoeker.

In het eerste weekend waren theater en bezoeker op Oerol in de greep van de elementen. Van de circa veertig voorstellingen is er driekwart in de open lucht en dan drukt het zwaar op de duizenden bezoekers dat het regent, dat de avonden steenkoud zijn en het hard waait. Extra spijtig is het dan ook als je pas bij aankomst bij de meest afgelegen voorstelling (die van WAK) verneemt dat deze is geannuleerd.

‘Sense of Place’ is dit jaar het thema van Oerol en eenwording van landschap en theater is waar het locatiefestival op mikt. Behalve met theatervoorstellingen gaat dat met tientallen kleinere acts, ‘expedities’ genoemd, muziek op diverse podia en loslopende acts. Zoals de Guerrilla Disco: een grote jeep, zo maar ergens geparkeerd, waar een tiental mensen uit springt dat voorbijgangers vraagt te komen dansen op de muziek die uit de boxen loeit.

Ook dat is een vorm van eenwording. De gezochte synthese tussen natuur en theater pakt in de voorstellingen het best uit bij Cooperatzia van het Franse Le Collectif G. Bistaki, waarmee Oerol op vrijdagavond overweldigend opende. De groep die arriveert op een grote kar lijkt op Napoleontische soldaten, met hun lange overjassen en omgekeerde handtassen op hun hoofd. Op een veldje dansen ze, voor ze het publiek meenemen na een volgende plek voor een nieuwe scène, langs feeërieke taferelen in de struiken van het bos.

Cruciaal in hun optreden zijn lange dakpannen, die de spelers onder meer achter in hun kraag steken. Het is raar, maar effectief raar. Net als de meereizende soundtrack van Russische stemmen – alsof de radio aanstaat.

Het slot is op het nachtelijk strand, waar de dans weer rommelige en rafelig is. Achter de dansvloer zijn honderden dakpannen in uitwaaierende lijnen in het zand ingegraven. De golvende roodoranje stenen in het maanlicht bieden een onvergetelijke aanblik. Cooperatzia vormt – in innige samenwerking met bos, duin en strand – een fascinerend plaatjesboek, een mix van de maskerades in Eyes Wide Shut en een Grieks-orthodoxe processie.

Daar staan makers tegenover die aan het groene eiland een luisterrijk decor hebben, maar werk scheppen dat de kijker juist vervreemdt van de omgeving en van onze tijd. Zoals Crash, van het Noord Nederlands Toneel en dansgroep Club Guy & Roni, dat chaos creëert in een duinpan. Een omvangrijke autobotsing wordt verbeeld met opzwepende house, rook en gewelddadige dans met losse motorkappen, waarvan er ook nog een lading aan kabels van een stellage naar beneden suist.

Voor de inzittenden is de crash een levensveranderende ervaring. Het is alsof ze eindelijk zichzelf vinden, dansen, zingend, schreeuwend. Gevaar is verslavend geworden, een roes waar ze naar terug willen. „Misschien is dit een doorwaadbare plek in de tijd”, galmt een man. Crash is een magnifieke kitsch-trip.

Geheel anders, maar even creatief en wonderlijk is de droomwereld van Boukje Schweigman in Blaas, dat zich afspeelt in een grote schuur op een schapenerf. Het concept van haar voorstellingen ligt meestal in de lol van één object en het is bijna zonde dat te verklappen. Met beeldend kunstenares Cocky Eek ontwierp ze een doek dat, eenmaal opgeblazen, uitdijt tot een blob van zes meter. Die beweegt door de hoge schuur, op zachte muziek, totdat het doek de voorhoofden van de eerste rij kust. Achterin wordt dan een tweede blob wakker, die de vorm van een reuzencroissant aanneemt, van wel twintig meter.

Echt opwindend wordt het als uit de blob een vinger ons wenkt. Iedereen mag naar binnen kruipen, en zo worden we allemaal kleine Jonasjes in de walvis. De immense witte ruimte is magisch. Zijn we dood, varen we, of is dit het ruimteschip dat ons redt van een ramp, van ons bestaan? In plaats van contact te leggen met de omgeving laat Schweigman ons die als geen ander vergeten.

In plaats van terug naar de natuur is er dus theater dat vooruit wil kijken. Project Wildeman bestaat uit bezeten slagwerkers op metalen plaat, keyboards en houten kisten. Hoogtepunt, ook van het weekend, is de dadaïstische performance van één van hen. Tien minuten lang vuurt hij een glijbaan van schuivende klanken op ons af, van „angstige-angstige”, naar „angstikke-angstikke”, naar „hartstikke-hartstikke leuk”, en zo verder.

Fel realisme en traditioneler theater biedt Oerol ook, maar dat is meestal minder opmerkelijk. Veel theater zoekt de vernieuwing en maakt dat er op Oerol veel meer te bespreken is dan de grillen van het weer.

Oerol. op Terschelling. T/m 23/6.