Ook Erdogan’s fans gaan nu de straat op

Hoe erg het optreden van de Turkse politie ook lijkt, een veel zwarter scenario is voorkomen. De massademonstratie als groepstherapie.

Dit is niet zomaar een tegendemonstratie om de woorden van de premier te onderstrepen: „Taksim is niet Turkije.” De arbeiderswijk Zeytinburnu verdubbelt zondagavond tijdelijk in bevolkingsaantal. 200.000 aanwezigen, telde Google Earth na een schatting van bovenaf. Een half miljoen, schatten anderen. Hier staat het Turkije dat zich in de afgelopen 19 dagen stilhield terwijl Taksim ontbrandde in woede tegen Recep Tayyip Erdogan.

„Onze handen jeuken”, zegt Elif Nur, jonge vrouw, zonnebril op haar hoofddoek. Ze ziet de beelden van de rellen nu al weken op televisie. De beledigingen aan het adres van de premier, zijn moeder, of alles wat maar pijn doet. „Erdogan heeft gelijk als hij zegt dat hij zo ook een miljoen mensen op straat kan krijgen. Dus we zijn hier om onze frustraties te uiten.” De massademonstratie als groepstherapie.

Het is aan de andere kant van de stad niet anders. De beslissing van de premier om het Gezipark op zaterdagavond te ontruimen, brengt zaterdagnacht en zondag opnieuw tienduizenden op de been. Dit protest begon als een roep om een luisterend oor, in plaats van traangas of arrestatie. De beslissing van de premier op zaterdagavond om het protest juist met die ingrediënten te beëindigen, traangas en arrestatie, maakt dit deel van de stad woest.

De vijfsterrenhotels rond Taksim groeien uit tot episch centrum van de strijd. Het Divanhotel kijkt uit op het Gezipark, waar achttien dagen eerder de bulldozers probeerden de bomen te ruimen. Receptionisten in keurig driedelig pak duiken achter de balie als de eerste traangasgranaat de lobby van het hotel in rolt. Demonstranten stuiven uiteen over de Ottomaanse tapijten, duiken hoestend de toiletten in en spuiten op leren fauteuils hun gezichten vol citroensap. Dat schijnt te helpen. „Het is alsof mijn lichaam brandt”, schreeuwt een betoger, gasmasker over de neus, helm op het hoofd.

In de loop van zondag ruilt de politie traangas in voor de wapenstok. Honderden betogers worden opgepakt door agenten in burger. Ook studenten medicijnen die de gewonden verzorgen worden meegenomen. Het televisiestation Halk, dat in weerwil van de zelfcensuur van de meeste Turkse media blijft uitzenden, laat beelden zien van een betoger die wordt afgetuigd door agenten in burger. Straatvechters sluiten zich aan bij het protest. Stenen en molotovcocktails tegen waterkanonnen.

Maar op deze zondagavond, vlak na het einde van de bijeenkomst van de aanhang van Erdogan wordt duidelijk dat er een nog veel zwarter scenario mogelijk is. Terwijl de bussen van de AK-partij de regeringsaanhangers terugbrengen naar de satellietsteden rond Istanbul, verschijnen verontrustende berichten op Twitter. Het nieuws komt uit Kasimpasa, de verpauperde wijk waar de jonge Erdogan opgroeide. Aanhangers van de premier zouden met messen en stokken op weg zijn naar Taksim om de demonstranten een lesje te leren.

Dit scenario speelde zich eenmaal elders af in het land: in Rize, aan de Zwarte Zee. Dit is een stad waar Erdogan ook een deel van zijn leven doorbracht. Daar joegen een week eerder aanhangers van de regeringspartij met messen en stokken op betogers. De oproerpolitie sprong er tussen en een bloedbad werd voorkomen.

’s Avonds toont Halk-tv schimmige beelden waarop te zien zou zijn dat de knokploegen uit Kasimpasa inmiddels op een paar honderd meter van Taksim staan. Dan breekt een hoosbui los boven de stad. Wat traangas en wapenstokken niet lukte, is nu in een paar minuten gebeurd. Op Twitter verschijnen oproepen om naar huis te gaan. Het protest heeft zijn doel voorbijgeschoten. Dit is rellen om het rellen. Binnen een uur is de drukste winkelstraat van de stad, Istiklal leeg. Op een paar honderd agenten na, die nu wekenlang hun rol als boksbal en stootkussen voor anti-regeringssentiment spelen.

De jonge Elif Nur vraagt zich op de bijeenkomst van de AK-partij af waarom aandacht is geweest voor een incident dat plaatsvond op het hoogtepunt van de rellen, afgelopen dinsdag. Een vrouw met een hoofddoek zou in de wijk Besiktas zijn bedreigd door tientallen demonstranten. Haar hoofddoek werd afgerukt. Ze werd bewusteloos geslagen en toen ze wakker werd stonk ze naar urine.

„Is dat dan democratie?”, vraagt Nur. De vrouw had banden met de regeringspartij, die het incident gemakkelijk had kunnen uitvergroten. Het gebeurde niet. Het protest laat een kant zien van een regering die niet gewoon is aan zoveel tegenstand. Turkije’s verleden biedt ook weinig democratische inspiratie, zoals geschiedenisprofessor Edhem Eldem vandaag in de New York Times schrijft. Dit is het land waar sinds de tijd van Mustafa Kemal Atatürk slechts twee methoden bestonden om de rust te herstellen: de harde hand of een staatsgreep. Traangas, pepperspray en wapenstokken kunnen pijn doen. Maar een veel zwarter scenario is tot nu toe voorkomen.