Luizig

Het heette een imitatiebiertje. Ik dronk het omdat ik nog te jong was voor de serieuze percentages alcohol. In de voetbalkantine werd een mannenglas voor driekwart gevuld met heldere priklimonade en afgemaakt met een shotje tapbier. Erbij willen horen. Volwassen doen.

Het liefst dronk ik mijn imi-biertje in de buurt van de mannen van het eerste elftal van mijn voetbalclub. Dit was mijn voorland. Wedstrijden winnen op het hoofdveld en alcohol drinken na afloop.

Zaterdagavond keek ik toe hoe de Nederlandse jongens de halve finale van het EK onder 21 verloren van Jong Italië. Terwijl de Azzurrini dansend over het veld gingen, stortte Jong Oranje zich ter aarde. Het was een perfecte imitatie van het ritueel dat het echte Nederlands elftal hanteert na een verloren wedstrijd.

Shirts over het hoofd. Minutenlang op het gras blijven liggen.

De spelers van Jong Oranje hadden al eerder de trekken van hun grote broers overgenomen. Met Spanje en Italië in de buurt weet je dat een finaleplaats lastig te halen is. Maar nee, de spelers en de coach van Jong Oranje bliezen hoog van de toren: ze kwamen hier in Israël om te winnen.

Het ongeloof stond na afloop op hun gezicht. De praatjes achteraf leken ook weer erg op die van de spelers van het echte Oranje.

Aanvoerder Kevin Strootman over de Italianen: „Je weet dat ze maar één kans nodig hebben.”

Hoe vaak heb ik die nonsens al gehoord?

Iedere speler – ongeacht uit welk land – kan aan één kans genoeg hebben om een doelpunt te maken. Alsof een Italiaan sinds de invoering van het betaald voetbal nog nooit een kans om zeep heeft geholpen.

Bondscoach Cor Pot had er ook de pee in. Hij noemde de overwinning van de Italianen ‘luizig’. Weer zo’n imitatie van een aloude mening: Italië speelt nooit goed en verdient het eigenlijk niet om te winnen. Zal ik een naam noemen en er dan even het zwijgen toe doen? Andrea Pirlo.

Jong Oranje speelde in de halve finale bij vlagen mooi voetbal, het bestreek het hele veld en technisch was het soms oogstrelend. Maar wat ik óók zag: haperingen in de verdediging en een matte aanval. Over het veelvuldig rondspelen heb ik het maar niet. Balbezit is heilig.

Op de tribune zat bondscoach Louis van Gaal, overgekomen om de jonge garde aan het werk te zien. Van Gaal op de tribune, Pot op de bank. Het riep herinneringen op aan de thuiswedstrijd van Ajax tegen FC Twente op 30 november 1980. Leo Beenhakker zat als coach op de bank. Ajax stond achter met 3-1. Johan Cruijff liep de tribune af, opende het hek en ging met de handen in zijn zakken naast Beenhakker zitten.

Drie aanwijzingen, twee keer een vinger langs zijn neus: Ajax won met 5-3.

Van Gaal bleef zitten. Hij is na zijn sabbatical realist geworden. Onlangs vertelde hij dat hij een handvol landen beter acht dan Nederland op het komend WK. Slimme zet. Van Gaal pakt volgend jaar met zijn Oranje uiterst luizig de hoofdprijs. Hij wel.

En voor de verdrietige mannetjes van Jong Oranje: een rondje imitatiebier, op mijn kosten.