Knullige Chinese minipasjes

Dans

Sacre du Printemps/Overture door Het Nationale Ballet. Gezien: Muziektheater Amsterdam 15/6, herhalingen t/m 22/6. Inl: www.het-ballet.nl ** / ***

„Zijn we er toch ingetuind”, zei Herman Kuiphof in 1974, nadat de goal die we wisten dat zou komen was gevallen. Wísten, want de tegenstander was immers Duitsland. En zo is de Chinese choreograaf Shen Wei er ook ingetuind, overbluft door Stravinsky die met zijn Sacre du Printemps al honderd jaar danskunstenaars het nakijken geeft.

Wei is opnieuw – in 2003 maakte hij al eens een Sacre – met open ogen in de val van de muziekillustratie gelopen. Ook nu voorziet hij elke muzikale gebeurtenis van een visuele pendant: solo of in groepjes volgen de dansers verschillende instrumentgroepen, als uit de orkestbak schrille blazerstonen opklinken, springen zij omhoog, en bij staccato hupt men.

Op merkwaardige keuzes na, zoals het langdurige sur place van het dertigkoppige ensemble en de steeds knulliger overkomende Chinese minipasjes, is deze Sacre voorspelbaar en al overbodig voor de laatste noot heeft geklonken. Die overigens op zich laat wachten, want het tempo waarin Stravinsky’s meesterwerk wordt gespeeld, lijkt eerder geschikt voor bejaardengym dan voor enig heidens ritueel.

Overborrelend van vitaliteit daarentegen is Overture van David Dawson. Hij laat achttien superieure dansers excelleren in gratie, kracht, precisie, souplesse en explosiviteit. Op (zouteloze) muziek van Szymon Brzóska smeedt Dawson trefzeker groepsdelen, soli en duetten aaneen tot een stuwende maalstroom die echter jammer genoeg geen halt houdt om stemmingsnuances tot hun recht te laten komen. Zo resteert een beeld van drukke eenzijdigheid.