Echte kippen in aardse ‘Meeuw’

De meeuw van Anton Tsjechov door Toneelgroep Amsterdam. Gezien: 16/6 Stadsschouwburg, Amsterdam. T/m 24/10. Inl: tga.nl

Hard, rauw en verstikkend mooi: dat is De meeuw (1896) van Tsjechov in de regie van de Duitser Thomas Ostermeier bij Toneelgroep Amsterdam. In deze tragedie over het kunstenaarschap staat de gepassioneerde toneelschrijver Kostja tegenover de gearriveerde literator Trigorin. Samen met Kostja bloeit aanvankelijk het jonge meisje Nina op. Maar zij vindt de egocentrische actrice Arkadina op haar weg naar toneelroem.

In het decor scharrelen twee echte kippen tussen eenvoudig, bij elkaar geraapt meubilair. Tijdens de voorstelling beschildert een onzichtbare hand vanaf de achterzijde het toneeldoek met woeste bergen, een donkere boom. Aan het slot veegt diezelfde hand alles zwart. Uit die steeds beklemmender, donkerder entourage is elke melancholie verbannen, zo vaak verbonden met Tsjechov.

Hans Kesting als schrijver toont een fraaie, innerlijke tragiek die de creatieve wedijver met Eelco Smits als Kostja een zeldzame spanning geeft. Kostja zoekt „nieuwe vormen” in het theater die hij laat zien tijdens een kort toneelspel. Maar Chris Nietvelt in de rol van moeder en actrice geeft tijdens de opvoering vernietigend commentaar. Nietvelt speelt perfect de geëxalteerde actrice die ze moet zijn. De weerloze Nina gaat eraan kapot.

Ostermeier en de acteurs hebben voor Tsjechov een norm gesteld. Speelstijl, aankleding en decor zijn welbewust aards en herkenbaar, eerder met een toets van lelijkheid dan gestileerd. Muziek van The Doors begeleidt Kostja op zijn wanhopige zoektocht. Totdat tergend zacht ‘The End’ klinkt. Kostja’s schrijversdroom richt hem te gronde.