Al duizend jaar even ellendig

Al zo’n duizend jaar is de leprabacterie nauwelijks veranderd Dat blijkt uit analyses van het DNA van de ziekteverwekker De bacterie is uit de skeletten van 21 middeleeuwse lepradoden gehaald

Deense leprapatiënt Jorge 625.
Deense leprapatiënt Jorge 625. Foto Krause-Kyora

Johannes Krause wist niet wat hij zag, vorig jaar augustus. De paleogeneticus van de universiteit Tübingen had een tand verwijderd uit een zevenhonderd jaar oud Deens skelet waarop duidelijk sporen van lepra te zien waren. En uit de vermalen tand had hij DNA geïsoleerd. Hopend dat er een spoortje DNA van de leprabacterie Mycobacterium leprae in te vinden zou zijn.

„Het was waanzinnig,” zegt Krause aan de telefoon. „Veertig procent van het DNA was van de leprabacterie.” Bovendien bleek het DNA ook nog eens buitengewoon goed bewaard. Krause: „We denken dat het komt doordat de celwand van die bacterie rijk is aan bepaalde lange vetzuurketens. Die beschermen hem.”

Daarna onderzocht Krause botten en tanden van 21 andere middeleeuwse skeletten met lepra, uit Zweden, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Hij vergeleek het lepra-DNA met dat van moderne varianten van over de hele wereld. Krause werkte samen met 26 andere Europese wetenschappers. Vorige week zette het tijdschrift Science de resultaten online. Daaruit blijkt dat het DNA van de leprabacterie de afgelopen 1.000 jaar amper is veranderd. In die periode zijn er slechts 20 van de 3,3 miljoen basen (DNA-letters) van de bacterie veranderd. Dat komt doordat de leprabacterie zich zo langzaam deelt, eens in de 13 dagen. De veelvoorkomende bacterie E. coli, die zich elk half uur kan delen, verzamelt hetzelfde aantal mutaties in een dag of vijf.

Bovendien is nu voor het eerst de hele DNA-volgorde van Mycobacterium leprae vastgesteld. Dat was nog niet gelukt omdat de leprabacterie zich niet laat kweken in een labschaaltje. Ook dat heeft met die langzame deling te maken.

Twee jaar geleden was de groep van Krause ook de eerste die het genoom van de pestbacterie, uit 14e eeuwse slachtoffers, publiceerde.

Dat de leprabacterie in duizend jaar nauwelijks veranderde veegt in ieder geval één theorie van tafel: dat het micro-organisme zo’n vijfhonderd jaar geleden zou zijn geëvolueerd tot een mildere variant. Dat was een mogelijke verklaring voor het feit dat in de zestiende eeuw opeens veel minder mensen lepra kregen.

De onderzoekers vonden nog iets bijzonders. De leprabacterie wordt ingedeeld in 4 typen. Het idee is dat type 2 de voorloper is van de andere drie. Er is onduidelijkheid over waar die is ontstaan. Sommigen zeggen Oost-Afrika. Krause denkt eerder aan Azië. Type 2 wordt tegenwoordig vooral gevonden in het Midden-Oosten en het westen van Azië. Type 1 concentreert zich in India en Zuidoost-Azië. Type 3 in Griekenland, Turkije, Iran, China, Japan en Noord-Amerika. En type 4 komt vooral voor in West-Afrika en Zuid-Amerika. De oude leprabacteriën die Krause in Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk vond zijn van het type 2 en type 3. Het type 2 lijkt op de bacteriën die tegenwoordig in Iran en Turkije wordt gevonden. Krause: „Of type 2 vanuit het Midden-Oosten in Noord-Europa terecht is gekomen, of andersom, weten we nog niet.”

De type 3 leprabacteriën in de oude Europese skeletten lijken op de varianten in het huidige Noord-Amerika. Dat bevestigt de theorie die zegt dat lepra vanuit Europa in de afgelopen 500 jaar naar Amerika is overgebracht, schrijven ze.

De leeftijd van de gezamenlijke voorouder van de onderzochte leprabacteriën schatten ze op 4.000 jaar. „Dat klopt met archeologische vondsten uit Egypte en India”, zegt Krause. De oudste skeletten met sporen van lepra – vervormd neusbot, aantasting van de hand- en voetbotten – stammen uit die tijd.