Wie kan nog in Teeven en Opstelten geloven?

Kun je zwaar bezuinigen op Justitie en Gevangeniswezen én tegelijk beweren dat je criminaliteit harder aanpakt, meer doet voor slachtoffers en betere resultaten boekt dan welke rechtse concurrent in de politiek ook? Kort samengevat is dat het dilemma waarin de VVD bewindslieden van Justitie Opstelten en Teeven zich hebben gemanoeuvreerd. Enerzijds een mateloos geloof in

Kun je zwaar bezuinigen op Justitie en Gevangeniswezen én tegelijk beweren dat je criminaliteit harder aanpakt, meer doet voor slachtoffers en betere resultaten boekt dan welke rechtse concurrent in de politiek ook? Kort samengevat is dat het dilemma waarin de VVD bewindslieden van Justitie Opstelten en Teeven zich hebben gemanoeuvreerd. Enerzijds een mateloos geloof in het nut van meer en harder strafrecht. En anderzijds voor 340 miljoen gevangenissen sluiten en, naar verluidt, 110 miljoen op het Openbaar Ministerie besparen. Een kwart van het totale OM-budget. En tegelijkertijd uitdragen dat Nederland er almaar ‘veiliger’ door wordt.

Nu is behendigheid een groot goed in de politiek, maar geloofwaardigheid wil ook wat. Daar werken de feiten niet aan mee. Deze week werd duidelijk dat de strafrechtspleging aan het vastlopen is. Met als bijzonderheid dat de strafrechters dit aan de kaak stellen. Zij wijzen organisatorische problemen bij het OM als oorzaak aan, veroorzaakt door krakkemikkige fusies tussen parketten.

De zittende magistratuur bekritiseert dus de staande en richt zich gelijktijdig tot de politiek. Dat gebeurt niet gauw. De Gelderse rechtbankpresident Henk Naves vroeg zich hardop af of het OM de vele prioriteiten die het van de politiek moet uitvoeren wel aan kan. In Zeeland en Brabant beklaagden rechters zich over incomplete of te late dossiers, waardoor zaken aangehouden moeten worden. Stukken ontbreken of zijn zoek. Dagvaardingen komen te laat. Wat is er aan de hand?

Dinsdag zat ik in een zaaltje in Den Haag waar strafrechter Maria van de Schepop studenten rechten en HBO maatschappijleer over de werkvloer van de rechtspraak inlichtte. Zij is sinds een jaar voorzitter van de NVvR, de beroeps- en belangenvereniging van officieren en rechters. En overigens op oorlogspad. In Nieuwsuur kwalificeerde ze vorige week de bezuiniging op het Openbaar Ministerie als ‘mokerslagen’. Het ministerie heeft een ‘blinde vlek’ voor de sleutelrol van het OM. Verdachten zouden hun straf nu ontlopen.

Er mankeert zoveel aan de strafzaken die het Openbaar Ministerie op zitting brengt, dat de strafrechters bij hun presidenten klagen. „En dat doe je niet zo gauw als magistraten onder elkaar”. Feitelijk „zijn we bezig met het rondpompen van strafzaken”, waaraan zoveel mankeert dat ze niet zijn af te handelen, zegt ze. Volgens de productienormen van haar rechtbank wordt zij geacht 7 1/2 zaak per zitting te behandelen, waarvan er dan minimaal 3 1/2 rond moeten komen, mèt vonnis.

Het OM slaagt er alleen niet meer in om die 7 1/2 zaak aan te leveren, vertelde ze. Dat leidt er toe dat de rechtbanken hun productie niet halen – en dus financieel gekort worden. Dat levert extra stress en werkdruk op. De oorzaak willen rechters niet langer afdekken. Zij windt zich op. „De kwaliteit neemt af, de doorlooptijden nemen toe.” Een ‘houtje touwtje’ organisatie die ‘kraakt in zijn voegen’, dat OM.

De parketten zelf spreken van tijdelijk ongemak, veroorzaakt door organisatorische problemen. Opstelten prijst het OM intussen opgewekt als ‘buitengewoon professionele organisatie’ die alle problemen heus aan kan. En loopt dan gauw van de camera’s weg. Dat het mis is, is dus wel duidelijk.

Ook de nieuwe Nationale Politie moet nog steeds van de grond. Onlangs sprak ik een ingewijde die uitlegde dat pas in 2014 de nieuwe divisiechefs benoemd worden. Vrijwel al het kaderpersoneel in de politie is dus onzeker over hun toekomst. De politie is nu bezig om de 15.000 (!) verschillende functieomschrijvingen terug te brengen tot een sobere 92. Dat zorgt ervoor dat een fors deel van de politie onzeker is of de huidige inschaling nog past bij z’n functie en wat het salaris- en loopbaan perspectief dan is. Het chagrijn intern zou groot zijn en duurt nog zeker een jaar.

Van de Schepop zegt over haar kant van het strafrechtbedrijf dat ze „er niet op vertrouwt dat het goed komt”. De kwaliteit neemt waarneembaar af, de behandeltijden nemen toe. Waarna ze een klimaat schetst waarin rechters onder steeds meer druk komen. Vanuit de media, de burgerij (‘te soft’ ) maar zeker ook uit de politiek. Deels zien rechters dat als onvermijdelijk, gegeven het maatschappelijk klimaat. Als de politiek strafmaxima wil verhogen, vooruit maar. Helpen doet het niet, in de strafpraktijk is er geen vraag naar. Maar als het moet, vooruit dan maar. De ingreep in de autonomie van de rechter om de strafsoort te bepalen is andere koek. Justitie wil celstraf zelf kunnen vervangen door huisarrest.

Dat is zeer slecht gevallen. Niet vanwege de enkelband zelf. Dat vinden rechters nog wel een nuttige uitbreiding van hun arsenaal. Maar omdat Justitie achteraf de strafoplegging wil veranderen. Dat is dus wantrouwen. Alles onder het mom van de ‘tomeloze ambities’ om iedereen veiligheid te garanderen.

Van de Schepop tegen de studenten: „Harder straffen betekent niet dat Nederland veiliger wordt”. Zeker niet als tegelijkertijd het detentieprogramma in Nederland wordt uitgekleed. De plannen om arbeid of onderwijs te schrappen in gevangenissen en weekendverloven af te schaffen is, volgens haar, „vragen om problemen”. Extra repressie „werkt echt niet”. Maar luistert er iemand?

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het katern Opinie & Debat van NRC Handelsblad op 1 juni

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.