Stomme regels demotiveren enorm

‘Vanwege bezuinigingen moeten mensen hier nu zelf koffie, thee én wc-papier van thuis meenemen.”

„Bij ons bedrijf mag niemand in een zilverkleurige auto rijden. Alleen de baas. En niemand weet waarom.”

„Op iedere afdeling werd opeens een officiële IT-coördinator benoemd. Vaak mensen met weinig verstand van computers. Daar moest je je melden met je problemen en dan mochten alleen zij contact opnemen met de helpdesk. Wel grappig: ze kregen van de directie allemaal een speciaal IT-vlaggetje op hun bureau.”

Zomaar een paar voorbeelden uit mijn eigen omgeving, naar aanleiding van een stuk in deze krant – een paar weken terug – over belachelijke bedrijfsregels.

Managers die dergelijke dwaasheden verzinnen, realiseren zich waarschijnlijk niet hoe demotivatieopschroevend zulke voorschriften werken. Het niveau van stomheid van de regels blijkt een van de belangrijkste punten te zijn waarop medewerkers hun werkomgeving beoordelen. Rob Goffee en Gareth Jones, twee Britse managementhoogleraren, noemen het in een recent artikel in de Harvard Business Review één van de zes hoofdelementen die de kwaliteit van een baan bepalen.

Goffee en Jones vroegen honderden professionals over de hele wereld om hun ideale werkomgeving te beschrijven. Uit deze persoonlijke beschrijvingen destilleerden zij de volgende kenmerken van een ‘droomorganisatie’:

1. Iedereen kan gewoon zichzelf zijn op het werk. De vrijheid om een beetje afwijkend te zijn van het gemiddelde is belangrijker dan allerlei competentiemodellen, gedragsvoorschriften en alle neuzen dezelfde kant op. Je mag zelf bepalen op welke manier je succesvol bijdraagt aan de doelen van de organisatie.

2. Je hoort wat er echt aan de hand is. Informatie wordt eerlijk en vrijelijk gedeeld. Zo kiest het management ervoor om zelf slecht nieuws te melden, voordat anderen het doen, en zonder het op te leuken.

3. Je krijgt de kans om je sterke punten te ontdekken en te ontwikkelen. De organisatie onttrekt op die manier niet alleen waarde aan haar medewerkers, maar voegt juist ook waarde toe.

4. Je bent trots op het bedrijf waar je werkt. Je begrijpt waar de organisatie voor staat en je waardeert dat ook.

5. Het dagelijkse werk is de moeite waard. De taken die je elke dag uitvoert, zijn in zichzelf nuttig en plezierig.

En dan (als beloofd) kenmerk 6: er zijn geen stomme regeltjes. De regels die er zijn, zijn eenvoudig, logisch en gelden voor iedereen.

Goed, regels. Dat er bij een bank procedures zijn voor financiële transacties begrijpt iedereen. Dat een bouwbedrijf veiligheidsvoorschriften heeft is logisch. Het zijn vooral de ridicule regels van überbureaucratische bazen die een droomorganisatie in een demotiverende nachtmerrie veranderen. Nog een paar historische voorbeelden.

Tot 2004 verplichtte supermarktketen Lidl de caissières in zijn Oost-Europese supermarkten om tijdens ongesteldheid een ‘menstruatieband’ te dragen. Alleen met zo’n gekleurde hoofdband mochten ze ook buiten de officiële pauzes naar het toilet.

In 2005 verbood Ryanair zijn medewerkers om mobiele telefoons op te laden op het werk. Het bedrijf bestempelde dit voortaan als ‘stroomdiefstal’. De gerealiseerde besparing: gemiddeld 1,5 eurocent per medewerker per jaar.

Vorig jaar werd in Florida een strandwacht ontslagen die het in z’n hoofd had gehaald om buiten zijn eigen officiële zone een drenkeling te redden.

Niets zo ontmoedigend als werken in een bedrijf met dit soort regels. Niets zo lachwekkend en troostrijk als vaststellen dat het in andere organisaties nog veel gekker kan.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.